Becketts absurdisme adembenemend verbeeld

‘Happy Days’ van Samuel Beckett o.r.v. Ted Keijser; productie: Alles voor de Kunsten; tournee t/m 14-2-2010; inl.: 020-4235826 of www.allesvoordekunsten.nl

Adembenemend is het toneelbeeld (Catharina Scholten). De suggestie van een woestijngebied met een reusachtig doek in oker, bruin en grijs. Opgehangen aan een paar tentstokken is op de voorgrond een zacht golvend landschap gecreëerd. Overvloeiend in een rechthoekig achterdoek wekt het daar eerder de indruk van een kunstfoto van datzelfde, van alleman verlaten oord.

Middenin is een gat uitgespaard, waaruit aanvankelijk nog het bovenlijf steekt van Winnie, de vrouw in Becketts ’Happy Days’ (1961) die langzaam maar zeker in het zand wegzinkt en ondanks alles toch haar goede humeur bewaart. Het bizarre is dat je, al kijkend naar haar, de onverbloemd artificiële ambiance waar geen zandkorrel te bekennen is als vanzelf omvormt tot een nieuwe werkelijkheid. Het vreemde contrast tussen voor- en achtergrond lost op en komt weer tevoorschijn, al naargelang je concentratie op Winnie of haar omgeving is gericht.

Het is absurdisme in beeld gevangen, ofwel dat wat Beckett tot Beckett maakt en theater tot theater. De rusteloze snelweg- en treinverkeergeluiden als intro en intermezzo van de toneelhandeling voegen nog een dimensie toe, heftig als deze contrasteren met Winnies verlatenheid.

De kracht van de vormgeving zou Becketts tekst bijna overbodig maken. Het zou de toneelschrijver, die naar betekenis met zo min mogelijk woorden zocht, plezieren. Maar wij zouden dan de toch al kale monoloog missen, die zo expressief het rituele karakter van Winnies optimisme formuleert.

Het zijn de vertrouwde dagelijkse handelingen waaraan Winnie haar levenslust ontleent. Kleine zegeningen als een onverwacht geluidje van de vrijwel steeds verborgen echtgenoot Willie of het ontdekken van iets nieuws ’hoe miniem ook begroet ze nog blijer.

Winnie is het prototype van de mens die het levenslot aanvaardt en elke negatieve energie uit klaagzangen ver van zich werpt. Ook al weet zij dat haar leven, net als de tube tandpasta, op ’t eind loopt. Het maakt haar immobiele en daarmee veelal zinloos geachte bestaan tragisch en komisch tegelijk.

Een kolfje naar de hand van een actrice als Leny Breederveld. In kleine pauzes tussen sommige woorden of een opeens net iets opgewektere toon, zoals over ’de lichte migraine, die komt, én die gaat!’ laat zij bijvoorbeeld subtiel de moeite doorklinken die Winnie doet om het positief te houden.

Iets meer licht en lucht behoeft haar spel wel. Nu de kop eraf is, kunnen de kennelijke premièrezenuwen dat binnenkort niet meer in de weg zitten. Dan zal haar Winnie mooi aanhaken op de tegenkleuren in de verder sobere enscenering, waarin regisseur Ted Keijser zijn geoefende oog voor het onverwachte en vaak geestige detail toont.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden