Beck moet je zingen, met alle risico's van dien

Wie het nieuwe album van popmuzikant Beck wil horen, moet er zelf een instrument bij pakken: het is alleen als bladmuziek uitgebracht.

Piano spelen, dat is leuk, en ik ben er niet eens zo heel erg slecht in. Maar erbij zingen, daarvoor moet ik iets overwinnen. Terwijl ik daarmee bezig ben, en mijn vriendin in de keuken staat te rommelen, vervloek ik Beck. Zijn laatste album, 'Song Reader', is alleen als bladmuziek te verkrijgen. Als ik daar dus iets zinnigs over wil vertellen, moet ik als muziekjournalist mijn comfort zone verlaten, en zelf aan de bak.

Daar gaan we. Het nummer heet 'Just Noise'. Ik heb besloten dat ik nu ook niet halfslachtig en verlegen ga doen, dus de eerste regel galmt op hoog volume door het huis. "If you hear my heart breaking, and you don't know what it is", zing ik.

"Ik hoor nu vooral het geluid van brekend glas", luidt ergens in de keuken de eerste, weinig lovende, recensie.

Zie je wel, mopper ik inwendig. De afgelopen weken werd Beck door de hele wereld bejubeld om zijn o-zo-innovatieve idee. Zijn nieuwe album, 'Song Reader', gaat ruim honderd jaar terug in de tijd, terug naar het tijdperk van voor de geluidsdragers: toen je nog geen plaatje op kon zetten om een nummer te horen, maar de bladmuziek moest kopen, en die zelf moest spelen. Ook de twintig nummers in 'Song Reader' bestaan alleen als bladmuziek, die je zelf tot leven moet wekken: een goed excuus om je met vrienden en familie gezellig om de open haard of de piano te scharen. Zoals men dat vroeger deed.

Dat klinkt allemaal heel sympathiek. Tot ik dus mezelf hoor zingen. Dan dient zich de vraag aan: wat was er eigenlijk ook alweer mis met opgenomen geluid? Het is niet voor niets dat Beck zijn geld verdient als zanger, en ik niet: hij kan het nou eenmaal beter. Als ik naar de bakker ga, wil ik ook niet dat die me een recept meegeeft om zelf brood te bakken, dan wil ik gewoon een halfje volkoren.

Dat neemt niet weg dat zelf brood bakken, of zelf muziek maken, heel leuk kan zijn. Maar daarvoor hoef je de beroepsmuzikant niet het zwijgen op te leggen. Heel veel bands zijn bovendien zo vriendelijk om in het cd-boekje de akkoorden van de nummers erbij te leveren. En als ze dat niet hebben gedaan, zijn er tientallen sites waar je terecht kunt, of, nog leuker, moet je het zelf uit gaan zoeken.

'Song Reader' is dus vooral een gimmick, een handig ideetje om de aandacht te trekken, pruttel ik nog wat, terwijl ik weer een noot verkeerd aansla. De popmuziek is de afgelopen jaren sowieso al in de ban van retro: steeds meer oude geluiden en genres worden afgestoft, en getrouw gekopieerd door hedendaagse muzikanten. Heeft Beck nu in een briljante marketingzet de overtreffende trap hiervan uitgevonden, door terug te keren naar de tijd van de bladmuziek?

Het zijn de laatste morrende gedachten, want al spelende sijpelt het chagrijn langzaam weg. Als het al een gimmick is, dan in ieder geval een goed bedachte en mooi uitgevoerde gimmick. Beck stimuleert zijn fans om zelf opnames van de nummers online te zetten, en die oproep heeft behoorlijk succes; van het aanstekelijke 'Old Shanghai' circuleren al vele tientallen versies. De bladmuziek is bovendien prachtig vormgegeven, in jarentwintig-retrostijl met een eigentijds tintje. Je krijgt er zin van om te gaan spelen.

En als je dat doet, blijkt uiteindelijk dat muziek waar geen opgenomen versie van bestaat, een kwaliteit bezit die tegenwoordig haast verloren is gegaan: hij voegt zich naar de hand van de uitvoerder. The folk process, heette dat vroeger: traditionele liedjes, die al door honderden handen waren gegaan, veranderden bij iedere uitvoering een klein beetje, en zo werd de evolutie van de muziek gaande gehouden.

Dat is precies het euvel waar veel hedendaagse retromuziek aan lijdt: het klinkt alsof die evolutie stil is gaan staan, doordat muzikanten makkelijk toegang hebben tot de geluidsopnamen van vroeger, en die noot voor noot kunnen kopiëren. Maar bij de bladmuziek van Beck bestaat dat probleem niet. Je kunt je als uitvoerder nooit op een 'officiële versie' van een nummer baseren, want die bestaat niet, hooguit op de uitvoeringen die andere amateurs over de hele wereld online hebben gezet.

Soms krijg je dan zeer uiteenlopende versies. Als ik me aan een uitvoering van 'Do We, We Do' zet, doet de zangmelodie me in eerste instantie denken aan zo'n gillende hardrockzanger uit de jaren tachtig, met een spandex broek die zijn testikels zo afknijpt dat hij er een octaaf hoger van gaat zingen. Zo probeer ik mijn versie dus ook te laten klinken (in de keuken hoor ik nu daadwerkelijk van alles breken).

Maar de eerste andere uitvoering die ik online beluister is van een balkanorkestje, dat het nummer met accordeons en klarinetten een lome swing meegeeft. Inderdaad, een betere keuze.

Die swing hoor je vaker terug. Veel nummers verwijzen niet alleen door het bladmuziek-formaat terug naar pakweg honderd jaar geleden, ook de teksten, akkoorden en melodieën hebben iets ouderwets over zich, sturen je automatisch de traditionele richting op.

Weer een nostalgische gimmick? Toch niet, legt Beck uit in een begeleidende tekst. Hij herinnert zich hoe hij ooit de bladmuziek-transcripties van een van zijn reguliere platen onder ogen kreeg. De noten klopten misschien wel, maar toch slaagden ze er niet in om de ziel van het nummer te vangen. Die school ergens anders in: in de uitvoering, in de studiotrucjes misschien wel, of in de intonatie van de zanger.

Voor 'Song Reader' besloot Beck andersom te werken, en de nummers zo te schrijven dat ze in eerste instantie op bladmuziek zouden werken. Dat betekent: heldere akkoordenschema's, duidelijke melodieën, en teksten die overeind blijven, los van wie de uitvoering voor zijn rekening neemt.

Niet het soort nummers dat Beck normaal gesproken voor zichzelf schrijft, kortom. Beck is een postmoderne muzikant die haast per plaat van stijl wisselt, en bij wie je altijd een ironische knipoog vermoedt. Maar om muziek te schrijven die in iedere huiskamer werkt, moest hij die ironie afleggen, en kwam hij automatisch terecht bij nummers in de stijl van het Great American Songbook. "Soms vocht ik daarbij met mijn schrijfinstincten: waar trek je de grens tussen simplistische en universele muziek, tussen een cliché en iets wat zijn waarde behoudt? Klassieke songs kunnen een cliché overstijgen en omvormen, ze kunnen afgezaagde woorden of gevoelens uitvergroten en er iets elementairs van maken."

En datzelfde geldt voor melodieën, zo blijkt. Veel van de nummers die het beste 'werken', werken ook omdat je je de melodie vaag ergens van kent, omdat ze voortborduren op al vaker gebruikte bekende muzikale patronen, en daar een eigen draai aan geven. Neem 'Saint Dude', waarin je elementen van Bob Dylans 'It's All Over Now, Baby Blue' herkent, en ook nog een flard van 'Suzanne' van Leonard Cohen. Die fluit je zo mee.

Of het nu komt doordat je jezelf makkelijker vertrouwd maakt met zulke bekende melodieën, of doordat je er zelf moeite voor moet doen om de muziek te horen, feit is dat sommige van die nummers al heel snel in je hoofd hechten.

Zelfs bij het publiek in de keuken. "Nou krijg ik dat 'Old Shanghai' dus niet meer uit mijn hoofd", klinkt het daar, lang nadat de piano alweer dichtgeklapt is.

Beck
Beck, voluit Beck Hansen (1970) werd in 1994 in een klap beroemd met de wereldhit 'Loser' van zijn derde studioalbum 'Mellow Gold'. De mengeling van folk en hiphop klonk destijds zeer vernieuwend. Zo hoog in de hitparades kwam hij daarna niet meer, maar veel platen die hij sindsdien maakte, zoals Odelay en Midinte Vultures, staan bij muziekliefhebbers hoog aangeschreven. Na 'Song Reader' wil hij weer een reguliere plaat gaan opnemen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden