Column

Beatrix, Peters, Buruma: het wantrouwen regeert

Wat is de overeenkomst tussen koningin Beatrix, het Kamerlid Mariko Peters en de rechter Ybo Buruma? Het antwoord kan worden gevonden bij Montesquieu, een van de grondleggers van de moderne democratie. Dat antwoord is enigszins verontrustend.

Montesquieu meende dat het beginsel van de democratie, het idee dat de staatsvorm aandrijft en in werking houdt, de liefde voor de gelijkheid is. Daarmee bedoelde hij niet een naargeestig conformisme, maar gelijkheid voor de wet. Hij maakte duidelijk dat het allesbehalve gemakkelijk is deze liefde, die hij kwalificeerde als politieke deugd, op te brengen. Degenen die toezien op de naleving van de wetten, moeten ervan doordrongen zijn dat ze ook zelf aan die wetten zijn onderworpen. Tegelijk moeten de burgers de autoriteit aanvaarden van gelijken.

Het aandrijvende beginsel wordt volgens Montesquieu niet alleen aangetast als de geest van gelijkheid verloren gaat, maar ook als die geest tot in het extreme wordt doorgevoerd. Dat gebeurt als iedereen gelijk wil zijn aan degenen die hij kiest om gezag over hem uit te oefenen. In dat geval raakt de democratische staatsvorm in verval, zoals een dictatuur in verval raakt als het volk de angst overwint, die van deze staatsvorm de drijfveer is.

Montesquieu schreef deze dingen neer in 1748, toen er nog weinig voorbeelden van democratie voorhanden waren. Toch zijn de mechanismen die hij beschrijft en de beelden die hij oproept gemakkelijk herkenbaar. Dat geldt zowel voor de ontwikkelingen in de westerse democratieën als voor de dynamiek in de despotisch regeerde landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Het rumoer over de posities van de koningin, het Kamerlid en de rechter lijkt sterk op het symptoom dat de Franse filosoof beschreef van een democratie die door een doorgeslagen geest van gelijkheid in verval raakt. Feit is dat in ons land ambtsdragers de laatste jaren blootstaan aan grove en ongeremde kritiek. Zij moeten al bij voorbaat op wantrouwen rekenen. Er is zelfs een partij die uit het voeden van dat wantrouwen in 'de elite' met succes politieke munt slaat.

De ironie is dat de sfeer van wantrouwen leidt tot een rigide toepassing van de regels die de integriteit van het gezag moeten waarborgen. Die regels zijn belangrijk voor het vertrouwen van burgers in de democratische rechtsstaat, maar als zij op een overdreven en absolute manier worden uitgelegd, ondergaven zij juist het vertrouwen. Immers, als het nodig is bestuurders, rechters en ambtenaren in zo'n strak keurslijf te persen, dan deugen zij kennelijk niet.

In dat licht heeft de rechtsgeleerde Buruma als aankomend lid van de Hoge Raad met het opzeggen van zijn PvdA-lidmaatschap de publieke zaak geen dienst bewezen. In feite erkent hij daarmee dat de PVV gelijk had met haar bezwaren tegen zijn benoeming.

Op deze manier draagt de democratie zelf bij aan haar verval. De PVV poogde het afgelopen voorjaar een stokje te steken voor de benoeming van Buruma omdat hij vanwege zijn betrokkenheid bij de PvdA geen onafhankelijk en onpartijdig rechter zou kunnen zijn. De raadsheer bevestigt dat niet alleen, hij brengt ook collega-rechters die partijlid zijn in verlegenheid en hij suggereert bovendien dat de politiek niet deugt.

De deugd die Montesquieu essentieel acht voor een democratie, is ten diepste vertrouwen. Als dat vertrouwen er is, blijft er vanzelf ook oog voor wat SGP-voorman Bas van der Vlies in 2005 in een Kamerdebat noemde 'de praktijk van het leven'. Hij vond dat je van ambtsdragers geen wereldvreemd gedrag mocht eisen. Dat debat ging over de vraag of minister van landbouw Cees Veerman de zakelijke belangen in zijn boerenbedrijven wel strikt had gescheiden van het publieke belang. Veerman kon de twijfel daarover wegnemen, maar hij voelde zich door de hype zo beschadigd dat hij een jaar later de nationale politiek voor gezien hield.

Dit schadelijke neveneffect dreigt ook als het Kamerlid Peters opstapt of door haar partij zou worden gedwongen op te stappen. Wie wil er straks nog voor de publieke zaak het pak aantrekken, als iets wat hooguit onverstandig was zo buitenproportioneel wordt opgeblazen en als een zonde tegen de integriteit wordt gekwalificeerd?

Strengheid op het vlak van politieke, bestuurlijke en ambtelijke integriteit is geboden, maar als de relativering wegvalt ontstaat een klimaat waarin journalisten in jakhalzen veranderen en de politiek zichzelf en de democratie schade toebrengt. GroenLinks-aanvoerster Jolande Sap zal, na haar opstelling in het debat over de Kunduz-missie, andermaal leiderschap moeten tonen door ferm achter Peters te blijven staan en het vuur uit eigen gelederen tot zwijgen te brengen.

In de gevallen van koning, Kamerlid en rechter is de weerkerende vraag of vertrouwen of wantrouwen het uitgangspunt van onze democratische staatsvorm zal zijn. In het laatste geval krijgen radicaliteit en rigiditeit de overhand, zoals zichtbaar wordt in de discussie over de politieke invloed van de koning(in). Staatsrechtelijk is de invloed van Beatrix op het kabinetsbeleid net zo relevant als de invloed van moeder Rutte, maar sommige partijen willen ook elke schijn van invloed uitbannen, zelfs als die schijn louter een symbolische is, zoals het voorzitterschap van de Raad van State.

Ook hier ligt wantrouwen aan de basis en wordt als toppunt van bittere ironie de democratie ingezet om dat wantrouwen vorm te geven. Dat lijkt mij geen goed uitgangspunt om een staatsvorm te verbeteren die het in de kern moet hebben van vertrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden