Beatrix kan niet tippen aan de vorst van Liechtenstein

Vorsten van ministaatjes hebben meer te vertellen dan koningin Beatrix. Haar macht is misschien toch wel weer groter dan die van haar Noorse collega. Een vroegere Noorse vorst klaagde ooit: "Mijn zakdoek is ongeveer het enige waar ik mijn neus mag insteken zonder dat iemand zich ermee bemoeit."

Maar wat te denken dan van de grote macht van de vorsten van Liechtenstein en Monaco? Hans Adam von und zu Liechtenstein, een telg van één van de oudste vorstelijke geslachten van Europa, is echt de baas in zijn staatje dat ligt ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk. Hij beslist in alle staatszaken, al werkt hij nauw samen met zijn vijf ministers. Die ministers worden gekozen door het parlement, maar de goedkeuring van de vorst is vereist. Hij kan het parlement op eigen gezag bijeenroepen en naar huis sturen. Hij kan zich zelfs boven de rechter stellen door iemand buiten strafvervolging te stellen of iemands straf te veranderen. Dat kan Beatrix allemaal niet.

Begin jaren negentig was er een republikeinse oprisping in Liechtenstein. 'Weg met de prinselijke dictator die zijn volk onderdrukt', werd er gedemonstreerd. Maar toen Hans Adam dreigde af te treden, kreeg hij de republikeinen stil. ,,Als ik opstap wordt Liechtenstein een bananenrepubliek. Bill Gates zal het vorstendom opkopen en Liechtenstein zal voortaan Microsoft heten.'' Dat deed de deur dicht voor constitutionele veranderingen.

Aan de macht van de vorst van Monaco kan het Nederlandse staatshoofd ook niet tippen. Ondanks de scandaleuze levenswijze van de familie Grimaldi, is de vorstelijke macht onomstreden. Want als er geen prins meer zou zijn met zijn aanspraken op deze belastingvrije rots aan de Middellandse Zee, dan zouden al die duistere figuren die de meerderheid van de bevolking uitmaken, weleens onder de Franse wet komen te vallen.

Ook als we die Europese speelgoedstaatjes buiten de discussie over de macht des konings houden, dan nog kost het moeite om de Nederlandse vorst als relatief machtig te betitelen.

In Zweden is wel uitdrukkelijk in de grondwet van 1975 vastgelegd dat de koning ,,geen politieke invloed'' heeft. ,,Hij heeft in de eerste plaats een symbolische, ceremoniële en representatieve functie.''

Ook de Deense koningin Margarethe heeft formeel geen politieke macht. Toch leidt ze de vergadering van ministers. Twee keer in de maand houdt ze audiëntie voor iedereen die iets aan haar kwijt wil. Zou er iemand komen als ze echt niets te vertellen had?

Koning Harald de Vijfde van Noorwegen zit eveneens elke week het kabinet voor. Bovendien is hij opperbevelhebber van de strijdkrachten. Een voorganger van hem, Haakon de Zevende, de eerste Noorse koning wiens macht na de onafhankelijkheid van Zweden in de grondwet werd ingeperkt, klaagde een kleine honderd jaar geleden bij zijn vader, de koning van Denemarken: ,,Na de vele en lange discussies die ik hier aangehoord heb, is het evident dat ik niets te zeggen heb''. Later mopperde hij ook nog: ,,Mijn zakdoek is ongeveer het enige waar ik mijn neus mag insteken zonder dat iemand zich ermee bemoeit.''

VERVOLG OP PAGINA 15

Beatrix kan niet tippen aan de vorst van Liechtenstein

VERVOLG VAN PAGINA 13

Het lijkt op het gemopper van de Nederlandse Willemen Een, Twee en Drie in de negentiende eeuw. Hun Oranjedynastie van formeel ondergeschikte stadhouders had altijd voorzichtig maar vastberaden gestreefd naar een koninklijke status. Toen alle hoop van de Oranjes verloren leek en Nederland een koninkrijk werd onder Frans gezag, leek ineens het tij te keren. De Oranje van die dagen had zich al teruggetrokken op zijn bijzonder magere troostprijs, het bisdom van Fulda, een gebied ter grootte van Groningen. Buiten de Nederlanders om werd toen op het Congres van Wenen besloten dat Nederland om machtspolitieke redenen een koninkrijk moest worden. Dat kwam handig uit, een koninklijke bufferzone om Frankrijk en Engeland uit elkaars haren te houden.

De diverse koningen Willem die vervolgens aantraden, hebben maar kort plezier gehad van hun koninklijke macht. Liberale ministers wisten na veel geharrewar een merkwaardige formule in de grondwet te krijgen: de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk. Met andere woorden: alles wat de koning doet, moet de minister verantwoorden. Dat is geleidelijk aan gaan betekenen: de koning mag niets doen wat de ministers niet goedvinden.

Voor de rest is er amper iets geregeld in de grondwet, behalve dan die door De Graaf gewraakte tekst dat de koning en zijn ministers tezamen de regering vormen. Anders dan de monarchen van Noorwegen en Denemarken laat Beatrix zich niet zien in het kabinet. Wel komt de minister-president elke maandag op de thee in het paleis en wat zij bespreken is geheimer dan een staatsgeheim.

In die gesprekken en in ontmoetingen met andere ministers en staatsecretarissen (twee keer per jaar doorgaans) kan de koningin haar ei kwijt. Wat de ministers daarmee doen, is hun zaak. De persoon van de vorst lijkt belangrijker dan de formele woorden in de wet.

Over koningin Juliana werd meestal goeiïg gezegd dat ze zo goed op de hoogte was van wat er in het land en in de politiek speelde. Er leek altijd iets van vriendelijke verbazing achter die standaardopmerking te schuilen. Over Beatrix wordt minder lieflijk gedaan. Oud-premier Van Agt heeft eens gezegd dat hij onder het vragenvuur van Beatrix 'peentjes zweette'.

Dat de koningin de formateur van een kabinet aanwijst, is nergens in de grondwet of een gewone wet vastgelegd. Het is een gebruik dat is gegroeid. Maar als de Kamer het wil, en erin slaagt zelf een voorkeur voor een formateur uit te spreken, dan heeft de koningin geen been meer om op te staan.

Als de kiezer en de politiek duidelijk zijn, zoals in Groot-Brittannië waar door het kiesstelsel de winnende partij de premier levert, heeft het staatshoofd weinig te vertellen. Het Nederlandse parlement is er echter nooit in geslaagd kabinetsformaties zelf op gang te houden. De politici zijn eraan gewend geraakt dat de koningin het midden probeert te vinden tussen allerlei adviezen. Omstreden zijn haar beslissingen zelden, vooral niet sinds de adviezen openbaar gemaakt worden en iedereen de redeneertrant van de koningin kan volgen.

Achter de schermen lijkt de koningin meer invloed te kunnen uitoefenen op benoemingen. Burgemeesters en commissarissen der koningin worden dan wel voorgedragen door de minister, uit de recente biografie van koningin Wilhelmina van Cees Fasseur blijkt dat de vorstin menigmaal ongezouten haar mening geeft over mensen die geacht worden een hoge positie te krijgen. Gezien het karakter van Wilhelmina (dat vergelijkbaar is met dat van Beatrix) zou het niet verbazend zijn als ze benoemingen geblokkeerd heeft. Dat is ook makkelijker te doen dan een parlementaire en dus openbare beslissing te dwarsbomen. Benoemingen zijn doorgaans geheim totdat de koninklijke handtekening is gezet. Daar zit veel ruimte voor beïnvloeding. De koningin kan een benoemingsbesluit in de la laten liggen tot iedereen een ons weegt. Een minister die voort wil, zou dan geneigd kunnen zijn een andere naam voor te dragen.

Hierover zijn alleen gissingen en speculaties mogelijk. En dat gebeurt ook. De onzekerheid over de koninklijke rol is op zichzelf al een machtsfactor.

Een Kamerlid dat vooruit wil en aast op een burgemeesterschap, zal wel oppassen om controversiële dingen over de koningin te zeggen. Want hij of zij weet niet wat voor gevolgen dat kan hebben.

De besliste weigering van toppolitici om mee te doen aan de discussie die D66 wil aanzwengelen, geeft te denken. Zelfs een academisch gesprek willen zij niet aangaan. Daarachter zou enige vrees kunnen schuilen voor de ongedefinieerde rol van de Nederlandse koningin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden