Interview

Beatrice Fihn: Hoezo zouden we ons veiliger moeten voelen met kernwapens?

Beatrice Fihn (35), directeur van de anti-kernwapenorganisatie Ican, de International Campaign to Abolish Nuclear Weapens. Beeld Ringel Goslinga

De Nobelprijs voor de Vrede ging dit jaar naar anti-kernwapenorganisatie Ican. Directeur Beatrice Fihn: ‘We kijken elkaar weleens aan; hoe hebben we dit gedaan?’

Laatst las ze samen met haar oudste van 6 een boek over techniek, waarin ook Marie Curie voorkwam, de Pools-Franse wetenschapper die begin twintigste eeuw twee Nobelprijzen kreeg. “Jij hebt er maar één, reageerde mijn dochter.” Beatrice Fihn (35) moet hartelijk lachen bij de herinnering. “Ze leek een beetje teleurgesteld. En ze vond het ook jammer dat ik geen grote beker kreeg.”

Geen beker, maar de bekroning van het werk van Ican, de International Campaign to Abolish Nuclear Weapens, is er niet minder om. Als directeur van de organisatie nam Fihn deze maand in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst. Jarenlang voerde Ican, waarin honderden maatschappelijke organisaties van over de hele wereld zich hebben verenigd, actie voor een verbod op kernwapens. In juli was het zover; 122 landen stemden in VN-verband voor een verdrag dat nucleaire wapens verbiedt. De landen beloofden dat zij geen kernwapens zullen ontwikkelen, bezitten of ermee zullen dreigen. Ze mogen ook andere landen niet helpen dat te doen. Zodra vijftig landen hebben geratificeerd treedt het verdrag in werking.

“We begonnen in 2007 als een groep gewone mensen, zonder veel macht. De grote kernmogendheden wilden niet dat we dit deden, ze hebben ons, zeker naarmate we meer gehoor kregen, geprobeerd tegen te werken, tegen te houden. Het was zwaar, het was druk, maar het is ons gelukt. Gewoon een groep mensen. Soms kijken we elkaar aan en zeggen; hoe hebben we dit gedaan?”

Waar komt uw betrokkenheid bij kernwapens vandaan?

“Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de wereld. Ik ben opgegroeid in een buitenwijk van Göteborg, met veel migranten. Ik zat met kinderen in de klas van wie de ouders de Iraanse revolutie waren ontvlucht of het Pinochet-regime, ik had klasgenoten die uit voormalig Joegoslavië kwamen. Mijn interesse voor andere landen is toen gewekt.

“Ik heb internationale betrekkingen gestudeerd en kon een stageplek krijgen bij Women’s International League for Peace and Freedom (WILPF) in Genève. Ze vroegen of ik me wilde bezighouden met ontwapening en kernwapens. Ik moet bekennen dat ik geneigd was te zeggen: nou, nee. Kernwapens waren voor mij een ver-van-mijn bed-onderwerp. Mensenrechten, milieu of gender leken me veel interessantere thema’s.

“Maar ik kwam terecht bij allerlei VN-bijeenkomsten, waar Rusland en de VS en China over kernwapens debatteerden en ik raakte gefascineerd. Ik zag mensen, strak in het pak, heel droog praten over wapens die de dood van talloze mensen kunnen veroorzaken. Ik zag ze ruzie maken over de plaats van een komma, in een document dat voor de echte wereld irrelevant is. Het is volkomen irrationeel, maar we zijn gevangen geraakt in de leugen dat wapens die zonder aanzien des persoons talloze mensen kunnen afslachten acceptabel zijn.

“Ik bedoel; we leggen toch ook geen landmijnen in onze tuin om dieven tegen te houden? Op een dag loopt er misschien een kind door dat wordt opgeblazen. Er zijn grenzen aan wat een staat mag doen om zichzelf te beschermen. Dat is ook vastgelegd in allerlei verdragen. We hebben chemische en biologische wapens verboden, landmijnen, clustermunitie. We hebben de Geneefse Conventies die zeggen dat je niet zomaar burgers tot doelwit mag maken. Maar dat is precies wat kernwapens doen of verondersteld worden te doen: zoveel mogelijk burgers doden.”

U begon bij WILPF; zijn vrouwen meer dan mannen geneigd zich met vredesvraagstukken bezig te houden?

“De meningen verschillen hier natuurlijk over. Ik geloof niet dat vrouwen van nature vredelievender zijn dan mannen. Maar de heersende normen en de structuur van de samenleving zorgen er wel voor dat vrouwen meer getraind zijn te overleggen, te onderhandelen, compromissen te sluiten. Mannen worden meer in het hokje gestopt van domineren en assertief zijn. Mannen en vrouwen hebben vaak een ander perspectief. Het zijn doorgaans mannen die besluiten te bombarderen, vrouwen moeten voor de slachtoffers zorgen en een oplossing zien te vinden als de school van hun kinderen is verwoest.

“Bij vredesonderhandelingen zie je vaak dat een verdrag effectiever wordt en beter standhoudt als je er vrouwen bij betrekt. Want dan gaat het bijvoorbeeld ook over de vraag: waar halen we water? Als dat betekent dat je ieder keer langs een militair checkpoint moet, heb je voor je het weet weer nieuwe problemen. Als alleen mannen beslissen, blijft dit perspectief erbuiten.”

Ican heeft bij haar campagne veel nadruk gelegd op wat er gebeurt als kernwapens daadwerkelijk worden gebruikt. Zo bracht het Nederlandse PAX, dat een belangrijke rol speelt in Ican, een paar jaar geleden een rapport uit onder de titel ‘The Rotterdam Blast’. Daarin worden nauwkeurig de gevolgen in kaart gebracht van de ontploffing van een kernbom van 12 kiloton (ongeveer de zwaarte van de bom die in 1945 Hiroshima verwoestte) in de haven van Rotterdam; van de duizenden doden die vallen in de eerste seconden en de chaos die ontstaat op snelwegen als de E25, E19, A15 en A29 doordat automobilisten verblind raken en er allerlei verkeersongelukken gebeuren, tot de onbewoonbaarheid van het centrum van de stad nog jaren later.

Fihn: “Het lastige is dat, als we het over kernwapens hebben, dat vaak een beeld van Armageddon oproept, het einde van de wereld. En dat geeft ook een groot gevoel van machteloosheid. Mensen hebben de neiging kernwapens te zien als een soort natuurramp, alsof je er niets aan kunt doen. Maar we hebben ze zelf gemaakt, en het zijn mensen die beslissen om ze al dan niet te gebruiken.”

Maar het verdrag is niet getekend door kernmachten als de VS, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië, en ook hun belangrijkste bondgenoten, waaronder Nederland, doen (nog) niet mee. Heeft het dan wel zin?

“Verdragen en wetten zijn niet altijd doorslaggevend. Maar er is nu een norm: kernwapens zijn onaanvaardbaar. De niet-ondertekenaars zullen zich daar op een of andere manier rekenschap van moeten geven. En het geeft mensen in de landen die niet meedoen een instrument. Groot-Brittannië heeft niet getekend, maar ik zag recent Jeremy Corbyn (leider van de Britse Labourpartij, red.) in een interview zeggen: ‘De rest van de wereld heeft deze wapens al verboden, dus ik denk niet dat wij erin moeten blijven investeren’.

“We hebben bovendien bij andere overeenkomsten gezien dat het gedrag van landen die zich niet hebben aangesloten toch wordt beïnvloed. De VS doen bijvoorbeeld niet mee aan het verdrag tegen landmijnen. Maar ze hebben wel hun beleid aangepast en de productie van landmijnen is afgenomen. De markt is grotendeels verdwenen.

“Hetzelfde zie je bij clustermunitie. Vorig jaar stopte Textron, een grote Amerikaanse wapenfabrikant, met de productie, omdat er een steeds grotere smet op rust en omdat ze last kregen met investeerders. We hopen dat het verdrag tegen kernwapens ook gaat betekenen dat banken en bijvoorbeeld pensioenfondsen niet meer in zee willen met bedrijven die dergelijke wapens produceren.”

Toch wordt ook gezegd dat kernwapens ons wel zeventig jaar veiligheid hebben geboden.

“Het is heel moeilijk uit te maken wat precies de vrede heeft bewaard in West-Europa. En er was zeker geen vrede in de rest van de wereld. En als je echt meent dat kernwapens voor veiligheid zorgen, moet dan niet iedereen ze kunnen hebben? Maar we hebben als internationale gemeenschap inmiddels wel afgesproken dat méér kernwapens ons niet méér veiligheid bieden. We willen niet dat Iran nucleaire wapens heeft, of andere landen.”

Productie en bezit van kernwapens zijn bovendien niet zonder (grote) risico’s. Fihn wijst op het enkele jaren geleden verschenen huiveringwekkende boek ‘Command and Control: Nuclear Weapons, the Damascus Accident and the Illusion of Safety’ van de Amerikaanse journalist Eric Schlosser, over alle (bijna-) ongelukken die er zijn geweest met Amerikaanse kernwapens. En naar ‘Nuclear Near Misses: Too Close for Comfort’, een rapport van de Britse denktank Chatham House, over alle bijna-lanceringen van kernwapens die er sinds de afgelopen decennia zijn geweest. Een van de bekendste voorvallen deed zich voor in de nacht van 26 september 1983, toen computersystemen in Moskou aangaven dat er vijf Amerikaanse kernraketten op Rusland waren afgevuurd. De man van dienst die avond was Stanislav Petrov. Hij had de opdracht direct zijn superieuren te waarschuwen - het was een tijd van grote internationale spanningen. Maar hij aarzelde. In plaats van inkomende rakketten meldde hij een computerstoring, wat het inderdaad bleek te zijn. Petrov overleed onlangs, in diverse necrologieën werd hij omschreven als ‘de man die de wereld redde’.

Fihn: “Maar kunnen we ons veilig voelen als we afhankelijk zijn van een Russische of een Pakistaanse of andere militair die een bevel niet opvolgt? Laat het bestaan van kernwapens ons op dit moment veiliger voelen? We verkeren nu in een heel gevaarlijke situatie. Ik zie overeenkomsten met de Cuba-crisis begin jaren zestig. De VS en Noord-Korea dreigen over en weer, op verschillende plekken wordt de militaire paraatheid verhoogd. En daarmee wordt ook het risico vergroot dat er iets gebeurt bij vergissing, door een misverstand, een misrekening.”

Wat betekent de Nobelprijs voor u?

“Het is geweldig dat door deze prijs kernwapens en de strijd daartegen weer in het middelpunt van de belangstelling staan. Het geeft nieuw momentum aan onze campagne. Maar geeft ook een impuls aan de civil society.

“Ik denk dat democratie veel meer zou moeten zijn dan eens per vier jaar naar de stembus. We kunnen niet verwachten dat politici ons redden, dat moeten we zelf doen. We kunnen veel meer dan we denken, op lokaal niveau maar ook internationaal.

“Natuurlijk, we zijn nog lang niet klaar. En ik zie ook veel collega’s daarmee worstelen. Die bijna het idee hebben dat ze persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de wereldvrede. Daarom is het mooi dat er steeds nieuwe mensen bijkomen. Het is belangrijk dat een volgende generatie dit werk afmaakt.”

Beatrice Fihn

De Zweedse Beatrice Fihn (Göteborg, 17 november 1982) studeerde internationale betrekkingen aan de Universiteit van Stockholm en internationaal recht aan University College in Londen. Ze was onder meer verbonden aan het Centre for Security Policy in Genève.

Fihn is sinds 2014 directeur van Ican (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons), dat dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Ican, opgericht in 2007, is een internationale coalitie van meer dan 450 ngo’s uit meer dan honderd landen.

Het financiële persbureau Bloomberg riep Beatrice Fihn uit tot een van de vijftig invloedrijkste mensen van 2017.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden