Naschrift

Bea Visser (1936-2017) liet zich niet door horenden vertellen hoe ze moest leven

Bea Visser werd doof geboren en maakte zich haar hele leven sterk voor de emancipatie van doven. Beeld RV

Ze hielp doven om hun plek in de horende wereld te veroveren. Zij stond aan de wieg van de invoering van gebarentaal en richtte het Roze Gebaar op. 

Van jongs af aan bekleedde Bea Visser een voorbeeldfunctie voor haar omgeving. Dat begon al in haar jeugd op de dovenschool Effatha in Voorburg, waar zij een modelleerling was. In haar latere leven was zij voor menig dove een lichtend voorbeeld in het strijdbaar omgaan met doofheid in een horende samenleving.

Zij kwam in 1936 doof ter wereld in een gereformeerd gezin in het Friese dorp Akkerwoude. Het was de tijd dat de dominee bepaalde wat wel en wat niet kon. Zo ging Bea niet naar de neutrale, nabijgelegen dovenschool in Groningen, maar naar de christelijke dovenschool in Voorburg. Het kostte acht uur om, met onder meer de stoomtrein, van haar dorp naar die school te komen.

Ze was pas drie jaar toen zij in dat grote internaat voor een flinke tijd afscheid moest nemen van haar moeder. Later zou zij tegen Petra Essink, die in 2009 een boek over haar leven schreef, zeggen dat zij daar helemaal niets van begreep. "Ik dacht dat mem snel zou terugkeren en toen dat niet gebeurde kroop er een zware steen van verdriet in mijn buik."

Voortreffelijke leerling

Dit verdriet stond een ontwikkeling tot een voortreffelijke leerling niet in de weg. Zo mocht ze enkele keren een klas overslaan en ze werd door haar goede praten het paradepaardje van de school. Een tot twee keer per week moest zij mee naar propaganda-avonden in het land, waar ze uit het hoofd een verhaal vertelde om het publiek te laten horen hoe goed zij kon praten. Na afloop ging de collectebus voor de school rond.

Later nam ze het de schoolleiding kwalijk dat zij zo naar voren werd geschoven. "Andere leerlingen kregen een hekel aan mij door die privileges." Aan de andere kant ontmoette zij zo wel koningin Wilhelmina voor wie zij het onzevader mocht opzeggen. Daarna kwam de vraag of zij naar haar dochter was vernoemd. "Nee", zij Bea, "ik ben tien en Beatrix is negen".

Tekst loopt door onder de afbeelding 

Beeld foto Ruud Janssen

Op haar veertiende kwam de directeur tot de conclusie dat zij op de dovenschool niets meer te leren had. Haar moeder had hem al eens gevraagd hoe het nu verder moest met Bea. "Ze kan naaister worden", had hij gezegd, hoewel ze daar geen enkel talent voor had. In Friesland werd een naaischool gevonden, terwijl Bea op kantoor wilde werken. "Dat kan niet", zei haar moeder dan, "je kunt de telefoon niet opnemen, je kunt geen mensen te woord staan".

Bea liet het er niet bij zitten. In Dokkum meldde zij zich aan bij een avondschool waar zij drie avonden in de week naartoe fietste. Het kostte moeite om de lessen te volgen, maar de onderwijzer hielp haar waar hij kon. Ze haalde een trits diploma's waaronder dat van Nederlandse handelscorrespondentie. Kort daarna vond zij werk bij de reinigingsdienst van Dantumadeel.

Na zes jaar groeide de behoefte om terug te keren naar Den Haag. Thuis voelde ze zich vaak eenzaam en ze verlangde naar haar vroegere vrienden van Effatha. In 1959 kwam er een vacature bij de Haagse sociale dienst en ze werd, tot haar verrassing, aangenomen.

Toen braken de opwindende jaren zestig aan. Hoewel The Beatles en The Rolling Stones aan haar voorbijgingen, pikte Bea wel degelijk de zinderende vernieuwingsdrang op die in die tijd in de lucht hing. Ze was altijd liever clown dan serieus geweest en die kant van haar persoonlijkheid durfde zij steeds meer uit te dragen.

Ze bezocht de Volkshogeschool voor doven die, zo concludeerde ze later, enorm vormend voor haar persoonlijkheid was geweest. Ze leerde daar praten over doven en werk, solidariteit, wel of niet gebaren, politiek, maar vooral ontdekte zij dat doven totaal niet geëmancipeerd waren. Zij hingen er in de samenleving een beetje bij.

Ze maakte studiereizen naar Engeland en Noorwegen om te kijken hoe dingen voor doven daar waren geregeld, hoe het zat met subsidies, gebarentaal, tolken en schoolopleidingen. "Langzaam maar zeker maakten we ons los van ons zware juk van 'zielige gehandicapte' dat zo pijnlijk op onze schouders rustte", vertelde ze aan Essink. "Altijd hadden horende mensen ons verteld hoe we moesten leven, hoe we moesten praten en hoe we ons moesten gedragen. De meeste horenden hadden geen idee wat het betekende om doof te zijn. Wij hadden het recht om doof te zijn."

Voorlichtingscommissie 

In de jaren zeventig richtte Bea de ene na de andere club op en alles met de bedoeling om de dove medemens zijn plaats in de samenleving te laten opeisen. Ze stond aan de wieg van de Voorlichtingscommissie die tot doel had om horend Nederland te vertellen wat het betekende om doof te zijn. Zij maakte bijvoorbeeld een kaart met acht geboden van dovencommunicatie die niet gespeend waren van enige ironie. Een daarvan ging over mensen die zo binnensmonds praten dat doven hen niet kunnen verstaan. "Als u dit echt niet kan veranderen, schrijf dan even op wat u zei."

Haar belangrijkste werk lag op het terrein van de gebarentaal. Hoe bizar het ook mag klinken, maar het gebruik van gebarentaal was in kringen van doven, zoals op scholen, lange tijd verboden, omdat het volgens de deskundigen schadelijk zou zijn voor de spraakontwikkeling. Op een dag kwam ze in contact met een moeder van een dove zoon die haar vroeg of zij hem gebarentaal kon leren. Toen ze zag hoe goed dit voor haar zoon uitpakte, stelde ze aan Bea voor om een cursus op te zetten. Die bleek te voorzien in een enorme vraag en het verbod op gebarentaal verdween in de jaren daarna.

Het werk voor de dovenbeweging slokte alle vrije tijd van Bea op. Ze was getrouwd met haar vrijwilligerswerk. In haar jeugd had ze verschillende keren verkering met jongens gehad en zelfs kwam het een keer tot een verloving, maar de echte vonk sloeg nooit over. Tot haar eenenveertigste. Toen werd ze verliefd op een vrouw.

Het Roze Gebaar

Het zette haar leven op zijn kop. Bea wist niet eens dat dat kon: verliefd worden op een vrouw. Ze wist dat mannen soms met elkaar gingen en het woord homo kende ze, maar van lesbisch had ze nog nooit gehoord. Ze vond het aanvankelijk een gênante situatie, maar dat veranderde toen zij dove 'lotgenoten' ontdekte. Kort daarop richtte ze Het Roze Gebaar op en werd, uiteraard, voorzitter.

Bea's leven kreeg een nieuwe dimensie toen op een dag de directeur van de Haagse Comedie een afspraak met haar maakte: of zij de acteurs die het toneelstuk 'Kinderen van een mindere God' gingen opvoeren, gebarentaal wilde leren. Zij, die nog nooit een theater had bezocht, bracht negen maanden in die omgeving door. In 2003 stond ze zelf op de planken. Ze deed auditie voor de gebarentaaleditie van 'De Vagina Monologen' en werd aangenomen.

Op het eind van haar leven, dat ondanks alle moeilijkheden volgens nicht Beatrix van Hijum gelukkig genoemd kan worden, liep zij tegen lichamelijke tegenslag op. Bea kreeg borstkanker, waarna een borst werd geamputeerd. Volgens Van Hijum sloeg ze zich hier probleemloos doorheen. Anders werd het toen bij haar een paar jaar later ook maagkanker werd geconstateerd die inmiddels was uitgezaaid. "Toen de dokter haar ervan doordrong dat ze ernstig ziek was, brak er iets in haar", zegt nicht Beatrix. Toen ging het snel bergafwaarts. Bea overleed in een hospice in Groningen.

Beatrix Visser werd op 2 december 1936 in Akkerwoude geboren en overleed op 21 april 2017 in Groningen.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden