'BATMAN RETURNS' Zonder ironie blijft Batman een dode held

De Batmania valt nogal mee dit jaar. Drie jaar geleden was de film een toevallige bijkomstigheid in een golf van petjes, plaatjes en andere prullaria. Dit jaar staat de film voorop. Zijn alle beschikbare sleutelhangers al met Flodderkoppen bedrukt? Of zitten de middenstanders nog met restanten van de eerste vleermuisman?

Vermoedelijk is het Nederlandse filiaal van de betrokken filmmaatschappij, na de ervaring van 1989, iets voorzichtiger geworden in het overnemen van de Amerikaanse aanpak. In de Verenigde Staten zorgden 'Batman' indertijd, en 'Batman Returns' deze zomer voor recordrecettes. In Nederland lag dat iets anders en zal 'Batman Returns' zich moeten waarmaken tegen het oer-Hollandse vermaak van 'Flodder in Amerika'. De Batman-cultus laat zich niet zo makkelijk exporteren uit het vaderland.

In 1939, een jaar na de introductie van Superman, werd Batman bedacht door de tekenaar Bob Kane. De excentrieke miljonair annex misdaadbestrijder werd snel populair. Zijn duivelse uitmonstering ten spijt was hij van herkenbare menselijkheid. Batman beschikt niet over buitenaardse krachten, maar slechts over veel vindingrijkheid en handige hebbedingetjes als de 'utility belt' en de Batmobiel. Voor wie dat toch te ver weg was, werd in 1940 Robin geintroduceerd. Met dit kleurrijke hulpje, overigens afwezig in de recente films, konden kinderen zich makkelijk identificeren.

De strip van Kane en mede-auteur Bill Fingers groeide uit tot - volgens velen - de beste comic van de jaren veertig en vijftig. In deze periode werd de basis gelegd voor de nog steeds voortdurende populariteit van Batman, een van die absolute helden uit de Amerikaanse cultuur.

Voorafgaand aan de recente biocoopfilms werd Batman al drie keer eerder tot leven gewekt, twee keer voor een televisie-serie en een keer voor een film. De tv-serie uit 1943 kreeg in 1966 (de strip hield toen op te verschijnen) een vervolg, dat ook in Nederland een eerste Batmania tot gevolg had. Deze produkties hadden een hoog camp-gehalte. Liefhebbers kennen nog steeds geen groter genoegen dan de diverse verschijningsvormen van hun held naast elkaar te leggen. In het spoor van de succesvolle serie werd de film 'Batman 66' gemaakt. "Batman 66 moeten ze over 25 jaar ook maar weer eens proberen. Misschien dat die ongein dan ook weer een giller wordt. Je weet maar nooit." Aldus besloot Han van der Meer zijn recensie in De Volkskrant van 4 februari 1967. Precies 25 jaar later keert de zoveelste Batman tot ons, zonder zelfspot en akelig serieus.

Uiterlijk is de doorslaggevende factor in stripverfilmingen. Vaak blijken de makers zozeer vervuld van een adequate vormgeving, dat ze de acteurs over het hoofd zien. Stripfiguren mogen plat zijn, levende figuren moeten over een minimum aan dramatische diepgang beschikken. Zelfs dat minimum haalden de bordkartonnen sterren uit 'Dick Tracy' en 'Batman' niet.

De remedie voor dit probleem lijkt een forse dosis ironie. Helaas wordt de meerwaarde van de pop-art, die originele blik op de cultuur van de comics, nauwelijks benut in stripverfilmingen. Hadden ze Roy Lichtenstein maar als 'artistic consultant' in de arm genomen, dan was het misschien nog wat geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden