Bassen in het park

In stadsparken her en der klinken ze deze zomer elk weekend, de zware bassen van het groeiende aantal dancefestivals. Tot ergernis van veel omwonenden.

Er schijnt een ransuil te zitten, met jonkies zelfs. Dat zeggen althans buurtbewoners die vaak in het Flevopark in Amsterdam-Oost komen. Maar stadsecoloog Martin Melchers kon die uil tijdens zijn vele bezoeken aan het park, afgelopen voorjaar, niet vinden. Wel roodborstjes en merels, trouwens, en tjiftjafs en bonte spechten en halsbandparkieten en nog veel meer.

Afgelopen maandag, tropisch warm, hielden de meeste vogels zich schuil en was het park vooral druk met mensen uit de buurt. Groepjes mensen liggen in de zon of zijn aan het barbecueën. Iemand heeft een hangmat tussen twee boompjes opgehangen, een ander heeft een matje uitgerold en gaat op de knieën om te bidden.

Later in de week kon dat niet meer, want sinds woensdagochtend is een deel van het park met hekken afgezet. De eerste van zo'n honderd vrachtwagens en bestelbussen reden het park in, er werd gebouwd aan drie grote podia, mannen sjouwden met mobiele toiletten en kraampjes voor de verkoop van eten en drinken. Morgen worden hier vijftienduizend mensen verwacht, voor Appelsap Fresh Music, een hiphopfestival met muziek tot een volume van honderd decibel. Vooral de zware bassen zullen tot buiten het park te horen zijn.

"Daar ben ik tégen", zegt Ruud de Boer, een zestiger die maandagavond op een bankje in het park zit te lezen. "Vanwege de aantasting van de kwetsbare natuur. Dit is een rustig park, vrij volks nog. Dat hoort niet afgesloten te worden, geen enkel park trouwens. Parken zijn een publiek goed."

"Leuk", zegt daarentegen Emiel Govaerts, die even verderop met zijn vrouw Janneke aan een picknicktafel zit met stokbrood en wijn. "Al die festivals, al die evenementen, die horen echt bij Amsterdam. Zo'n stadspark is daarvoor toch ook bedoeld?" En de natuur in het park dan? "O ja", zegt Janneke, "daar had ik nog niet eens aan gedacht..."

Amsterdam is vol en druk. Alles groeit: het aantal inwoners, de toeristenstroom en ook het aantal grote evenementen. Per jaar krijgen er zo'n tweeduizend een vergunning van de gemeente, en dat aantal groeit nauwelijks. Maar steeds meer van die evenementen zijn grootschalig. In 2010 waren het er nog 160, vorig jaar al ruim honderd meer. Vooral het aantal dancefestivals neemt toe.

Overlast

En daarmee ook de overlast. In de Amsterdamse binnenstad zijn het vooral toeristen over wie wordt geklaagd. Die zorgen voor drukte, die maken herrie op tijden dat de bewoners graag ongestoord in bed willen liggen, die laten troep slingeren en pissen tegen gevels. Elders in de stad zorgen ook de festivals voor overlast. Op Facebook heeft zich al een actiegroep 'Stop de festivalisering van parken en natuur' gemeld. Een internetpetitie tegen het Appelsap-festival werd in korte tijd twaalfhonderd keer ondertekend. "Ooit waren parken rustpunten in de drukke stad, plekken waar je op adem kon komen en de vogels kon horen zingen", heet het in die petitie. "De laatste jaren zijn er steeds meer heel drukke festivals met heel veel lawaai gekomen, ook in parken. Wij willen geen grote festivals als Appelsap in het Flevopark."

"Waarom moet dat festival hier?" vraagt Lia de Lange van de vereniging Vrienden van het Flevopark zich af. "De geluidsoverlast, nou ja, die gaat nog wel, die duurt één dag van twaalf uur 's middags tot elf uur 's avonds. Maar het park wordt een hele week lang voor een groot deel afgesloten - want de organisatie heeft nog tot dinsdag nodig om het park weer te ontruimen. De Indische Buurt, die aan het park grenst, heeft weinig groen; als het er warm is, kan je nergens heen."

Maar belangrijker nog dan dat is voor de vriendenvereniging de natuur in het park. Appelsap bestaat al vijftien jaar en al die tijd werd het gehouden in het Oosterpark, dichter bij het centrum van de stad. Daar valt als het om natuur gaat veel minder te beleven dan in het Flevopark, met minder planten- en diersoorten. Maar het Oosterpark ondergaat een grote opknapbeurt en daarom wijkt Appelsap nu uit naar het Flevopark. Dat ligt aan de rand van de stad en is ecologisch verbonden met de buitengebieden. "De natuur hier is kwetsbaar", zegt De Lange.

Dat ziet stadsdeel Oost ook in. Anderhalf jaar geleden omschreef het toenmalig stadsdeelbestuur het Flevopark als 'verborgen groene parel' en 'een van de toplocaties voor natuur in Amsterdam'. Voor een festival als Appelsap is het niet geschikt, oordeelde het. Maar een belangrijk bezwaar van toen is inmiddels verholpen. Als vijftienduizend mensen het gras van het park aanstampen, laat de bodem geen water meer door en dat leidt tot overlast. Maar vorig jaar is er een betere drainage aangelegd.

"Daarom kan het festival nu wél in het Flevopark", zegt een woordvoerster van het stadsdeel. En ja, het is stadsdeelbeleid om het aantal festivals met zware bassen te beperken, maar af en toe een uitzondering kan best.

Meer toeristen

Het gemeentebestuur deelt de mening van het stadsdeel. Het streeft nog steeds naar groei van het aantal toeristen dat naar Amsterdam en omstreken komt (met een kwart extra in de komende tien jaar) en het piekert er niet over om de groei van het aantal festivals af te remmen. "We moeten ervoor waken dat we niet doorschieten", zegt een woordvoerder van het gemeentebestuur. "Maar dat Amsterdam geliefd is als evenementenstad is ook positief, het is goed voor de lokale economie. Denk aan Sail, later deze maand. De vorige keer dat dat gehouden werd, in 2010, leverde dat ruim negentig miljoen euro op aan uitgaven door bezoekers die ten goede komen aan bedrijven in de stad."

De drukte die daarmee gepaard gaat - van toeristen, van festivals, van alles wat met vermaak te maken heeft - geeft ook overlast, erkent de gemeente, maar als die verspreid wordt over de stad is dat nog best te verdragen. Dat is het uitgangspunt van het beleid dat wethouder Kajsa Ollongren (economische zaken) afgelopen voorjaar ontvouwde in de nota 'Stad in balans': niet alles in de binnenstad, niet alles in maar een paar parken.

Als het aan de gemeente ligt, is het daarom best denkbaar dat Appelsap niet slechts één keer, maar ook de komende jaren in het Flevopark plaatsvindt - ook als het Oosterpark weer open is. Ollongren ziet het verplaatsen van Appelsap als 'een uitgelezen mogelijkheid om het Flevopark te activeren'. Als het dit jaar goed blijkt te gaan, waarom zou Appelsap dan niet ook de komende jaren in dit park gehouden kunnen worden, in plaats van op een plek waar omwonenden veel vaker met overlast te maken hebben?

En daar zijn de vrienden van het Flevopark boos over. In een uiterste poging om Appelsap uit 'hun' park te weren, spanden ze zelfs een kort geding aan. Tevergeefs. Eergisteren sprak de rechter uit dat het festival gewoon kan doorgaan.

"Wij zijn niet tegen festivals", zegt Lia de Lange nog maar eens. "Maar dat kan toch ook ergens anders? Op een sportpark bijvoorbeeld. Er zijn er genoeg waar dat goed kan, waar de overlast minder zou zijn en waar de natuur niet zou worden aangetast."

Meer nee, daar voelt Appelsap niets voor. De entourage van het park hoort bij de 'beleving' van het festival, zegt Joris Methorst namens de stichting die achter Appelsap zit. Ooit begon hij het festival met twee vrienden, een vergunningsaanvraag van een half A4'tje en een paar honderd bezoekers. "Het was gewoon een buurtfeestje, op een prachtige plek, het Oosterpark."

Een buurtfeest is het nog steeds, min of meer. Een kwart van de vijftienduizend bezoekers komt uit Amsterdam-Oost, nog eens een kwart uit de rest van de stad en de rest van elders. Vooral twintigers, maar Methorst (zelf inmiddels 36 jaar) neemt morgen voor het eerst ook zijn zoontje van twee mee. "Het is altijd heel gezellig, heel ontspannen." Maar daar hoort die entourage bij. "Zeg nou zelf, zo'n stadspark is er voor iedereen, ook voor ons."

De natuur in het park hoeft niet onder het festival te lijden, stelt Methorst. "Ik ben ervan overtuigd dat die geen centje pijn zal lijden. Het park zal er na het festival net zo mooi bij liggen als ervoor. In het Oosterpark is het ook altijd goed gegaan."

Broedseizoen

Ecologen lijken hem gelijk te geven. Ecologisch adviesbureau Waardenburg deed onderzoek na een tweedaags dancefestival aan de Gaasperplas in Amsterdam-Zuidoost in 2012, middenin het broedseizoen. Zijn conclusie: alle nesten met eieren of kuikens waren ook na het festival nog bezet, zij het dat een paar jonge ransuilen twee dagen lang misschien iets minder gevoerd zijn.

In datzelfde jaar onderzocht een ander bureau, Regelink Ecologie en Landschap, al eens of er in het Flevopark evenementen gehouden kunnen worden zonder de Flora- en faunawet te overtreden. Ja hoor, dat kan, luidde de conclusie, maar zorg dan wel dat die evenementen buiten het broedseizoen plaatsvinden en dat kwetsbare vaatplanten worden beschermd, zodat ze niet worden vertrapt.

Stadsecoloog Martin Melchers kwam vlak voor de zomer tot dezelfde slotsom: zolang er geen broedende vogels in het park zitten - en die zitten er niet, is vorige week nog vastgesteld - is er niets aan de hand. Die ransuil die buurtbewoners gezien hebben, zit er hoogstwaarschijnlijk niet. In de lucht boven de Indische Buurt, vlakbij het park, is wel één keer een jagende bosuil gezien.

Hé, zo'n bosuil, zou dat niet leuk zijn? Laat Appelsap ervoor zorgen, oppert Melchers in zijn rapportje, dat er na het festival broedplekken in het park komen voor zangvogels die er nu nog niet zitten, plus drie nestkasten voor holenduiven en bosuilen. "Dan is er mogelijk zelfs winst voor de natuur te halen."

Gaan we voor zorgen, zegt Methorst van Appelsap. "In het najaar komen die nestkasten er."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden