Basketballer Francisco Elson onder indruk van minder valide atleten / ’Ik draag met trots het oranje’

Francisco Elson genoot niet lang na van de NBA-titel. De Rotterdammer steunde in de vrieskou een achterneef die aan rolstoelbasketbal doet.

Een week na het winnen van de Noord-Amerikaanse basketbalcompetitie verliet Francisco Elson geruisloos het feestgedruis in Texas. De 31-jarige center van de San Antonio Spurs nam het vliegtuig naar Zuid-Afrika om zijn invalide achterneef Lucien Boldewijn te steunen tijdens een trainingskamp.

Elson, geen liefhebber van het uitgaansleven, verveelde zich in zijn appartement in San Antonio, toen een lampje op zijn computer begon te flikkeren. „Dat was Lucien”, blikt de Rotterdammer terug op het bewuste moment. „Hij vertelde me dat hij zijn koffers aan het pakken was voor een trip met het Nederlands rolstoelbasketbalteam en op het punt stond naar het vliegveld te vertrekken.”

Aangezien Elson geen reden zag langer na te genieten van de NBA-titel, boekte hij direct na de internetconversatie een vlucht naar Johannesburg. Boldewijn kon in zijn ogen wel wat morele steun gebruiken. Nog geen jaar geleden behoorde de 2.04 meter lange center tot de Nederlandse basketbaltop. Een medische blunder maakte hem in één klap invalide.

„Lucien had een bloedprop in zijn rug zitten”, vertelt Elson met een boze blik in zijn ogen. „Toen hij tijdens een training flauwviel, constateerden artsen het euvel. Een ingreep was noodzakelijk. Tijdens de operatie die volgde werd een rugwervel beschadigd. Daardoor raakte hij tijdelijk gedeeltelijk verlamd. Inmiddels kan hij al zijn lichaamsdelen weer bewegen, maar goed lopen lukt niet meer.”

In Zuid-Afrika raakte Elson diep onder de indruk van de atleten. De minder valide internationals nemen hun sport net zo serieus als de profs in de NBA. „Het was mijn eerste ervaring met rolstoelbasketbal. Als je ziet hoe gepassioneerd die jongens bezig zijn, krijg je respect voor hen.”

De meest onverwachte indruk kreeg Elson op straat te verwerken. Tot zijn schrik voldeed zijn in de haast bijeengeraapte kloffie nauwelijks. „Het begon te sneeuwen, voor het eerst in 26 jaar. En het was steenkoud. Daar reken je niet op als je naar Afrika afreist. Ik had alleen wat t-shirts en een trainingsbroek in mijn sporttas gestopt. Lange uitstapjes zaten er daardoor niet in.”

Na het bliksembezoek keerde Elson terug naar zijn geboortestad Rotterdam, waar hij uit handen van burgemeester Opstelten de Faas Wilkes Sportprijs kreeg. Het eerbetoon deed hem zichtbaar goed. Over de ontvangst in de rest van het land was hij een stuk minder tevreden. „Op het nieuws werd gesproken over het succes van ’die Nederlander’. Als ik een bank had overvallen, hadden ze gesproken over een Surinaamse dader.”

Elson haalt zijn schouders op over deze harde constatering. In de Verenigde Staten kreeg hij als tiener een spoedcursus in het ontwaren van raciale tegenstellingen. „De scheiding tussen blank en zwart is daar heel sterk aanwezig. Dat merkte ik vooral tijdens het collegebasketbal. Als donkere jongen werd ik snel geaccepteerd in de door Afro-Amerikanen gedomineerde sport. Blanken stonden er alleen voor.”

Zo’n scherpe tweedeling als in de VS ziet Elson niet in Nederland. Daarom blijft hij zich ook beschikbaar stellen voor het nationale team. „Uitkomen voor Nederland blijft een grote eer. Ik ben hier geboren. Zo lang ik word opgeroepen en mijn werkgever toestemming geeft, draag ik met liefde het oranje tenue. Waarom ik me dan zo hard uitlaat? Sommige mensen hier hebben grote moeite om donkere jongens te accepteren. Zeg ik dan iets bijzonders?”

In Suriname hoeft Elson zich niet over dergelijke vraagstukken te buigen. Sinds hij in 2003 zijn debuut maakte in de NBA geldt de 2.13 meter lange speler als een superster. Nu hij de kampioensring om zijn vinger mag schuiven, is zijn status nog verder opgeschroefd. In de categorie niet-voetballers geldt hij met olympisch zwemkampioen Anthony Nesty als beste Surinaamse sporter ooit.

Zelf voelt Elson zich geen ster. Als hij straks terugkeert bij de San Antonio Spurs durft hij niet op zijn lauweren te rusten. „Dat kan niet. Elk jaar komen er nieuwe talenten bij. Al moet een nieuwe speler wel heel speciaal zijn, wil hij mijn plaats innemen.”

En als zo iemand voorbijkomt? Schaterlachend: „Dan geef ik hem een stoot. Zo werkt topsport.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden