Basketbal Week op zoek naar internationale erkenning

HAARLEM - Voor de nauwgezette volgers van de sporttak is het een uitgemaakte zaak: Nederland stelt als basketbalnatie al jaren hoegenaamd niets meer voor. Alleen in de maand december wordt die treurige constatering met het grootste gemak achteloos terzijde geschoven.

In de feestroes van de Haarlem Basketball Week domineren de glunderende gezichten, geniet het publiek van het optreden van gerenommeerde ploegen en worden zelfs de begeleidende melige acts - dit jaar zijn, naast de onvermijdelijke Luvabulls uit Chicago (dansmeisjes in knellende balletpakjes) een volwassen man in een ballon en een rondhuppelende leeuw ingehuurd - als hapklare brokken naar binnen gewerkt. In die opgeklopte kerstsfeer passen de roze gekleurde dromen over een betere toekomst voor het basketbal.

Het is Frank Voskuilen, in zijn hoedanigheid van organisator, wel toevertrouwd de waarde van het toernooi voor het voetlicht te brengen. Hoe vaak prees hij niet de teams aan die neerstreken in Haarlem. In de Amerikaanse collegeteams had hij zonder uitzondering een heilig vertrouwen, anderzijds werden onduidelijke All Star-ploegen trots als mystery-guest geafficieerd. Vaak bleek al na een of twee wedstrijden dat zulke deelnemers hun verblijf in Nederland als niet meer dan een welkome vakantie beschouwden.

De veertiende editie van de HBW vormt geen uitzondering op de bestaande regel. De studenten van Bowling Green State University - in de tiende Week nog finalist - hadden in de openingswedstrijd hun gedachten voornamelijk bij de kerstkalkoen. De nationale selectie van bondscoach Toon van Helfteren profiteerde schoorvoetend van de lethargie aan Amerikaanse zijde. De beschamende 62-56 overwinning was een absoluut laagterecord in de historie van de HBW.

CSKA Moskou, in sportief opzicht een van de absolute uitschieters in Europa, liet het nog ernstiger afweten. Het liet de eerste steek vallen toen het zich door het veel mindere Mall Ha-Yam Eilat de oren liet wassen. Met de Glühwein en ander geestrijk vocht op tafel blijken de eerste dagen van het toernooi vooral bestemd om de smaakpapillen te trainen. Die uitspattingen leiden zelden tot verrassende finalisten, want het programma biedt de topteams voldoende mogelijkheid eerdere misstappen weg te poetsen. Dat lukte Australië gisteren niet - Tallinn bleek te sterk - maar coach Barry Barnes is al zo lang met zijn selectie op oefenstage dat de vermoeidheid een rol moet hebben gespeeld.

De HBW is dus een evenement met vaste tradities. Voskuilen hield, met enkele landenploegen (Australië en Nederland), een paar sterke Europese teams (CSKA Moskou, Kalev Tallinn en Villeurbanne) en wat aanvullende garnering, zijn geijkte formule in stand.

Toch is er dit jaar sprake van een kentering. Het geluk lijkt de geestelijk vader van de Week - in 1982 besloot hij samen met enkele bekenden een reeds bestaand toernooi in de Haarlemse Beynes-hal stevig op te krikken - toe te lachen. Voskuilen heeft in het bedrijf Endemol Entertainment een belangrijke partner gevonden. Het huwelijk met de produktiemaatschappij leidt er dit jaar reeds toe, dat alle wedstrijden live of semi-live worden uitgezonden. Voskuilen: “Voorheen moesten we ons tevreden stellen met wat korte samenvattingen in de reguliere sportuitzendingen, nu is Super Sport permanent aanwezig en verzorgt RTL5 elke dag een uitzending van een half uur.”

Al enige jaren schommelt de begroting rond de zes ton. Door de intieme banden met Endemol kan dat bedrag wellicht eindelijk eens structureel omhoog. De HBW hunkert naar Europese erkenning en wil daarom ook exposure buiten de landsgrenzen. Voskuilen hoopt dat de Nederlandse competitie, parallel aan de opwaardering van de HBW, meegezogen wordt in de vaart der volkeren. De interesse van Endemol is volgens de toernooi-directeur in dat kader niet toevallig: “Basketbal heeft de potentie na het voetbal de tweede sport te worden. In Italië is dat al zo, in Griekenland en Turkije is het zelfs de voornaamste sport. Als een aantal van de Nederlanders die nu in Amerika actief zijn, straks besluit in Europa een goede boterham te verdienen, kan de belangstelling voor het basketbal hier in sneltreinvaart groeien.”

Oranje-selectie Net als vorig jaar heeft Voskuilen de deuren opengezet voor de Oranje-selectie van Van Helfteren. “De clubteams zijn in het verleden niet in staat gebleken de impasse te doorbreken. Daarom hebben we nu formeel vastgelegd dat er om de twee jaar een nationale equipe mee zal doen.” Van het eeuwige gebakkelei tussen de clubs en de nationale afvaardiging rond het afstaan van spelers bleef Voskuilen dit jaar grotendeels gevrijwaard. Toon van Helfteren zit weliswaar wederom opgescheept met een gemankeerd team, maar ditmaal zijn het vooral de blessures (Lieverst, Geerders) of de angst voor kwetsuren (Van Poelgeest, Nahar) die hem parten spelen.

De bondscoach is en blijft een onverbeterlijke optimist. Zelfs na de wanvertoning tegen Bowling Green, de wel zeer kortstondige opleving tegen Eilat en een zeperd in de tweede speelhelft tegen CSKA Moskou bleef zijn gezicht onverminderd blijmoedig.

Van Helfteren gaat zijn derde jaar als hoofdverantwoordelijke in en heeft leren leven met zijn beperkingen. “Er zijn dingen ten goede veranderd” constateert hij doodleuk, waar anderen (Ton Boot - red.) melden, dat niemand in Nederland nog kan basketballen. Van Helfteren tuurt - net als Voskuilen - verwachtingsvol naar de overkant van de oceaan, alwaar toch zeker zo'n veertig Nederlanders doende zijn zich op professionele wijze te bekwamen in de geheimen van het spelletje. “Die bulk komt een keer terug”, suggereert de coach, “niet en masse, maar zeker is dat een aantal van hen zich ooit weer zal melden. Bij mijn bezoek aan Amerika kon ik uit de reacties afleiden, dat Oranje voor de Nederlanders daar aantrekkingskracht blijft houden. Toen ik Rik Smits een keer opzocht, reageerde Geert Hammink met: 'Waarom ben je niet bij mij geweest?' Dat zijn positieve signalen. Ik vind die gretigheid bij de Amerikanen logisch, want ze zijn vroeger allemaal voor de Nederlandse jeugdteams uitgekomen.”

Volgens Van Helfteren geniet de bestuurlijke professionalisering nu absolute prioriteit. “De huidige gang van zaken zou ik willen bestempelen als lapwerk. De sponsoring staat op een laag pitje, de fondswerving stelt nog altijd niets voor. De hausse is nu door het volleybal overgenomen. Daar mogen we ons niet bij neerleggen”, zegt hij.

Maar vervolgens wint de realiteit het toch weer van zijn 'Amerikaanse droom' en verzucht hij dromerig: “Het zou al heel mooi zijn als ik jaarlijks twee keer twee weken naar Amerika zou kunnen om alle contacten te onderhouden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden