Basisfonds is doorbraak voor meer dan kunst alleen

AMSTERDAM - Deze week is een regeling gepresenteerd, die het mogelijk maakt om kunstenaars die in de bijstand zitten, een basisuitkering te laten aanvragen. De middelen daarvoor worden ondergebracht in een speciaal fonds, dat Sociale Zaken in beheer krijgt.

Het plan betekent een doorbraak in de vastgeroeste verhouding tussen arbeid en inkomen. Het is niet uitgesloten dat de ideeën zullen doorwerken in een ruimer gebied dan dat van de kunstsector alleen.

Het systeem voor de basisuitkering draagt ertoe bij dat de barrière tussen inkomen uit arbeid en sociale uitkeringen structureel geslecht wordt. Daarbij ga ik even voorbij aan bestaande terugploegregelingen, banenpoolsystemen, en dergelijke. Inzicht in de realiteit wint het van theoretische systeemdwang, waardoor tot op heden een streng onderscheid bestaat tussen de verschillende vormen van inkomensvorming. Die realiteit ziet er voor de kunsten als volgt uit: er is sinds lange tijd geen sprake meer van volledige werkgelegenheid, langdurige dienstverbanden komen buiten de symfonische orkesten bijna niet meer voor, de kunstproduktie is uiteengevallen in het werk van individuen die zelfstandig werken of elkaar vinden in meestal korterlopende projecten. Deze situatie maakt een regelmatige of continue inkomensvorming onmogelijk. Dat geldt voor kunstenaars die al langer op de markt opereren, maar in versterkte mate voor de starters. Zij moeten zich nog bewijzen en hun plek tussen het grote aanbod zien te verwerven. Bekend is dat het, verschillend per kunstdiscipline, enkele jaren duurt voordat duidelijk is of iemand het inderdaad 'gaat maken'. Enige clementie met startende kunstenaars is daarom zonder meer realistisch te noemen.

Tot op heden zijn bijstand en inkomen uit arbeid gescheiden systemen. Het bijzondere van het plan voor een basisuitkering is dat die barrières geslecht worden. Voor een nog af te spreken tijdsduur weliswaar, maar toch. Dat het speciale fonds hiervoor bij Sociale Zaken ondergebracht wordt, getuigt evenzeer van realiteitszin. Het gaat immers niet om artistiek, maar om sociaal-economisch beleid.

De directeur van het Fonds voor de beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst, Geert Dales, heeft ernstige kritiek op het nieuwe plan. Volgens hem voorziet een door zijn fonds gehanteerd systeem van basisstipendia al in de behoefte. In dat systeem krijgt een beperkt aantal, op kwaliteitseisen geselecteerde kunstenaars, de kans om tweemaal in hun loopbaan een stipendium te ontvangen. Dales vergeet voor het gemak echter twee zaken: zijn methodiek is minder geschikt voor starters en zij levert geen bijdrage aan de problematische relatie tussen arbeid uit inkomen en het stelsel van de bijstand. Hij redeneert uitsluitend volgens artistieke maatstaven.

Het op te richten Fonds Basisuitkering - een echte naam is nog niet bedacht - houdt zich niet bezig met de kwaliteit van het geleverde werk. Het wijkt ook af van de vroegere BKR omdat in dat model de kunstenaar zich niet op de markt hoefde te begeven. Het gaat er nu uitsluitend om dat iemand in staat wordt gesteld èn gedwongen om in zijn eigen inkomen te voorzien. Dat neemt niet weg dat daarnaast andere, kwalitatieve stimuleringsmaatregelen noodzakelijk zullen zijn. Die fungeren echter naast het basisfonds, in een stelsel van communicerende vaten. Het is vooral deze aanpak, die een voorbeeldwerking kan hebben voor andere produktiesectoren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden