Basis van partijen steeds wankeler

Vrijwel nergens anders in de westerse wereld wisselen kiezers zo makkelijk van politieke voorkeur en zijn zo weinig mensen lid van een partij, ziet onderzoeker Gerrit Voerman.

Tamelijk onopgemerkt brachten afgelopen najaar in drie gemeenten enkele honderden PvdA-sympathisanten hun stem uit op een kandidaat voor het lijsttrekkerschap van die partij bij de raadsverkiezingen van 19 maart aanstaande. Het was voor het eerst in de Nederlandse politiek dat niet-partijleden aan zogeheten primaries of open voorverkiezingen konden deelnemen.

PvdA-voorzitter Spekman is vast van plan om deze noviteit ook bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen in te zetten. Hij wil dan alle kiezers de gelegenheid geven de nieuwe partijleider aan te wijzen, wanneer zij tenminste bereid zijn een 'progressieve verklaring ' te ondertekenen en een paar euro te betalen.

Primaries of voorverkiezingen waren lange tijd een Amerikaans verschijnsel, maar zijn onlangs in Europa met een opmars begonnen. Zij vormen een volgende fase in het vernieuwingsproces dat in de meeste Nederlandse partijen rond de eeuwwisseling op gang is gekomen en dat waarschijnlijk het aanzien van de partijen in de toekomst nogal zal veranderen.

De oorsprong van dat proces ligt in de eroderende maatschappelijke basis van de partijen. De ledentallen van vooral de grote bestuurderspartijen zijn in de afgelopen decennia continu teruggelopen: de organisatiegraad (het aandeel kiezers dat partijlid is) bedraagt momenteel 2,5 procent. Kiezers zijn ook minder trouw geworden. Zij wisselen veel vaker van partij dan voorheen, met als gevolg dat regeringscoalities steunend op gebruikelijke partijcombinaties en parlementaire meerderheden moeilijker te formeren zijn.

Beweeglijkheid
Vrijwel nergens anders in de westerse wereld is de organisatiegraad zo laag en de electorale beweeglijkhied zo groot als in Nederland. Dit tast vanzelfsprekend de legitimiteit van de politieke partijen aan.

Op deze situatie reageren partijen eigenlijk op drie manieren. In de eerste plaats professionaliseerden zij hun verkiezingscampagnes, waarbij het accent nog meer op de lijsttrekker is komen te liggen. De toegenomen kosten kunnen de partijen door de achterblijvende contributie-inkomsten (als gevolg van de krimpende ledenaanhang) zelf minder dragen, waardoor zij afhankelijker worden van overheidssubsidies.

Van meer recente datum is de strategie van 'openstellen' en 'democratiseren' van de partijorganisatie.

Enerzijds probeert de partij zich meer voor de maatschappij open te stellen door de introductie van alternatieve ledenbinding die minder zwaar is dan het traditionele lidmaatschap. Betrokken niet-leden kunnen zich registreren als donateur of sympathisant; of zich publiekelijk, via de sociale media (Twitter, Facebook), bekennen tot een partij of politicus door deze te volgen of 'liken'.

Anderzijds hebben partijen vanaf 2002 - na zware verkiezingsnederlagen - de zeggenschap van hun leden behoorlijk uitgebreid. Het traditionele, getrapte model van indirecte invloed via afdelingsafgevaardigden is veelal ingeruild voor meer direct-democratische procedures: leden kunnen meestemmen op de partijcongressen en in de aanwijzing van onder meer de lijsttrekker.

Zonder risico zijn deze hervormingen echter niet. Het actieve partijkader speelt in de gedemocratiseerde interne besluitvorming een minder cruciale rol dan voorheen en zou gedesillusioneerd kunnen afhaken. Paradoxaal genoeg kan door de grotere ledeninvloed de partij ook centralistischer en personalistischer worden. Zo zei PvdA-leider Wouter Bos ooit: "Ik ben direct gekozen door de leden. Dat geeft me een veel groter mandaat om me onafhankelijk op te stellen tegenover het partijkader."

Primaries, waarin de openstelling en democratisering van de partij samenkomen, lijken deze risico's alleen maar te vergroten.

Teleurgesteld
Wanneer het partijlidmaatschap niet langer formeel voorwaarde is om te participeren in zo'n belangrijk proces als de aanwijzing van de politiek leider, kunnen leden teleurgesteld vertrekken. De open voorverkiezingen kunnen verder de personalisering van de partij bevorderen. De partijleider krijgt nu zijn mandaat niet alleen van zijn medepartijleden, maar ook van niet-leden, wat zijn autonomie ten opzichte van het partijbestuur of -congres groter kan maken. En zijn positie is er al veel sterker op geworden, doordat de Kamerfractie in de afgelopen decennia - mede door de toegenomen media-aandacht voor Den Haag - steeds meer de partijorganisatie is gaan domineren.

Als gevolg van deze trends lijken althans de grote partijen in Nederland die altijd het landsbestuur hebben geschraagd, zich van ledenpartijen te ontwikkelen tot electoraal-professionele, gecentraliseerde organisaties die permanent campagne voeren, waarin de persoon van de partijleider steeds meer gewicht krijgt en overheidssubsidies de voornaamste inkomstenbron zijn geworden.

Door hun afkalvende ledenaanhang en afbrokkelende afdelingennetwerk wordt het voor de partijen problematischer om de voor hun functioneren noodzakelijke banden met de samenleving in stand te houden.

Voorverkiezingen lijken daarvoor een uitkomst, doordat ze de kiezers meer bij de partij betrekken. De keerzijde is echter het gevaar dat leden gefrustreerd raken en de partijleider meer vrij spel krijgt - en dan is de partij verder van huis.

Dit is het slot aflevering van een korte serie over bijzondere ontwikkelingen op het gebied van economie, zorg, veiligheid en politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden