Bas van der Graaf

Een Rotterdamse vrouw lag tien jaar dood in haar huis zonder dat iemand het opmerkte. Is zulke extreme eenzaamheid een kenmerk van deze tijd? Is er iets aan te doen?

Waarom raakt ons het lot van die vrouw in Rotterdam zo? We zijn gewend aan berichten over mensen die weken of zelfs maanden dood in hun huis hebben gelegen. Maar tien jaar is zo extreem dat we schrikken.

Het is zo onnatuurlijk. Ik moet aan het Engelse woord unkind denken. Het betekent onaardig, maar ook ontaard. 'Kind' betekent behalve soort ook familie, verwantschap. Buren zijn een soort verwanten. bij die vrouw in Rotterdam heeft die verwantschap niet gefunctioneerd. Dat is dus unkind, het heeft iets unheimisch en dat veroorzaakt onrust.

Maar we moeten de realiteit onder ogen zien. Blijkbaar zijn er mensen die zich zo hermetisch afsluiten dat niemand meer tot hen doordringt, buren niet, instanties niet. Soms is het echt overmacht. Bij zo'n geval als in Rotterdam stellen we al gauw de schuldvraag. 'Schande!' klinkt het, de gemeenteraad stelt vragen, het circus draait. We zoeken naar een begrijpelijk kader, bijvoorbeeld door een schuldige aan te wijzen. Maar misschien kunnen we beter erkennen dat raadselachtigheid deel uitmaakt van het leven. In theologische taal is dat de gebrokenheid van het bestaan. Niet alles is oplosbaar, soms sta je met de mond vol tanden.

In Nederland willen we problemen oplossen door te reguleren. Piet Hein Donner wees op het verschil met België, na de ramp in 2011 bij het festival Pukkelpop in Hasselt. Daar vielen door plotseling uitzonderlijk natuurgeweld vijf doden. De Belgen concludeerden dat zoiets nu eenmaal kan gebeuren. In Nederland zou volgens Donner een commissie zijn ingesteld, die aanbevelingen zou hebben gedaan voor de aanscherping van regels. Maar levert dat echt meer veiligheid op of alleen maar een illusie?

Is 'Rotterdam' een signaal? Is er een glijdende schaal? Neemt de eenzaamheid toe? Ik krijg die indruk niet. Ik heb het aan oude gemeenteleden gevraagd. Zijn ze bang dat hun hetzelfde kan overkomen als die mevrouw in Rotterdam? Er zijn grote verschuivingen geweest in woonwijken. Toch letten mensen nog steeds op elkaar. Ouderen zeiden dat ze daarvoor dankbaar zijn. Een gemeentelid woont in een buurt met veel Turken. Als ze hem een paar dagen niet zien, bellen ze aan. Het was mooi om te merken dat ouderen verbaasd waren over wat er in Rotterdam is gebeurd. Het kwam niet overeen met hun eigen ervaringen.

Natuurlijk is er wel veel eenzaamheid. Die Rotterdamse mevrouw had vreselijke trauma's opgelopen in Indonesië: jarenlang oorlog en zwanger op haar zestiende. Er zijn veel mensen met trauma's. In mijn gemeente is een vijftiger, die lange tijd goed functioneerde totdat de stoppen doorsloegen. Hij heeft vrienden, maar die zijn in zekere zin een risico omdat ze lotgenoten zijn. Gelukkig haakt hij aan bij de kerk, anders zou hij nergens zijn. Mensen zoals hij zijn er veel in de stad.

Er is moed voor nodig om bij mensen aan te bellen en te vragen hoe het gaat. Je moet je erin oefenen om te zien wanneer anderen jouw hulp nodig hebben. Die oefening krijg je in geloofsgemeenschappen, maar ook daarbuiten. In Amsterdam heb je een open, directe cultuur. Populaire liedjes hebben vaak dezelfde boodschap: dat je op elkaar moet letten. De overheid mist het instrumentarium om dat over te brengen, maar gelukkig doen mensen het toch wel, uit zichzelf."

Bas van der Graaf is dominee in Amsterdam.

Manuela Kalsky
Het is een aangrijpend verhaal. Er schemert zo veel menselijk drama in door. Wat bof je als je nooit met geweld in aanraking bent gekomen. Hoeveel traumatische ervaringen zijn er wel niet waarover mensen nooit hebben gesproken?

Mijn vader zit in een bejaardenhuis in Duitsland. Veel bewoners stoppen daar al hun bezittingen achter slot en grendel. Ze zijn bang dat iets duurs of dierbaars gestolen wordt. Mijn vader heeft zijn mooiste overhemd weggestopt in een afsluitbare lade. Volgens het personeel is het een symptoom van al die onbesproken en niet behandelde oorlogstrauma's.

Als Duitser was je de dader en moest je je mond houden. Pas vijftien jaar geleden kwam ik erachter dat een deel van mijn vaders familie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in die enorme mensenstroom zat die Oost-Pruisen verliet. Ze vluchtten in de ijzige winterkou voor het oprukkende Rode Leger. Er hebben zich verschrikkelijke dingen afgespeeld, maar daarover werd thuis nooit gesproken.

Misschien leed die vrouw in Rotterdam met haar levensverhaal in Indonesië, in en na de Tweede Wereldoorlog, ook aan trauma's. Zestien jaar en moeder en ervaringen waarover ze in Nederland met niemand kon of wilde praten. Had haar isolement daarmee te maken?

Een raadsel blijft het. Tien jaar dood en niemand merkt het op. Haar uitkering bleef doorgaan, in bureaucratisch Nederland waarin allerlei diensten meteen in actie komen als twee oude mensen met ieder een uitkering gaan samenwonen. Maar te hard moet je niet oordelen, ook niet over de buren.

Ik heb het zelf meegemaakt in het studentencomplex De Zilverberg in Amsterdam-Noord. Daar woonden vooral buitenlandse studenten. Een jongen lag daar maanden dood op zijn kamer. Zijn lichaam was gemummificeerd, daarom rook niemand iets. Waren zijn medebewoners zo onverschillig? Nee, er konden zo veel redenen zijn waarom je iemand langdurig niet zag. Het was geen kwade wil.

De eenzaamheid neemt toe, blijkt uit een gezondheidsonderzoek in Nederland door de GGD's. Elf procent van de ondervraagde Amsterdammers voelde zich in 2012 extreem eenzaam. Bijna driemaal zoveel als in 2000. Landelijk gezien lijdt acht procent aan extreme eenzaamheid, ruim 1,3 miljoen mensen. Onlangs hield ik een lezing in Breda over de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen met verschillende culturele en religieuze achtergronden zich in Nederland thuis voelen. Een man in de zestig zei dat hij zich vaak eenzaam voelt. Ook in de kerk. Na zijn scheiding kozen mensen partij en raakte hij veel vrienden en kennissen kwijt. Hij vond er weinig aan om na de dienst in zijn eentje koffie te drinken. Dan ging hij toch maar liever direct naar huis.

We leven in een snelle wereld. Over een maand zijn we die vrouw in Rotterdam misschien alweer vergeten. Daarom moeten we nu iets concreets bedenken, nu iedereen nog onder de indruk is. Kijk om je heen. Leer ouderen omgaan met moderne technieken. Dan kunnen ze skypen met hun kinderen, kleinkinderen of oude vrienden. Zo blijf je elkaar in alle drukte toch zien en spreken. Of ga even af op iemand die alleen koffie staat te drinken."

Manuela Kalsky bekleedt aan de VU de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor theologie en samenleving en is directeur van het Dominicaans Studiecentrum.

De eenzaamheid in Nederland neemt toe, zo blijkt uit een onderzoek van de GGD's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden