Bart, Joke, Renée en Sander Cuppen-Van Elk

De familie Cuppen-Van Elk (Trouw)

Je vroeg je vaak af waar ze de tijd vandaan haalden. En toch maakten Bart Cuppen, Joke van Elk en hun kinderen nooit een gehaaste indruk.

Sterker nog, als Bart Cuppen in de buurt bij mensen langsging, bleef hij soms zo lang hangen – ja, hij wilde best nog zo’n lekkere espresso – dat Joke van Elk belde: Hé, waar blijf je nou?

Ze hadden hun werk en hun school, om te beginnen. Maar daarnaast zeilden ze, werd er gehockeyd en hard gefietst, speelden ze piano en gitaar en onderhielden ze een ruime vriendenkring. Mensen van vroeger, mensen van de verenigingen waarvan ze lid waren, mensen uit de buurt. Passief lid zijn van een club, dat was niks voor hen. Ze waren van het type dat van harte bereid is om in commissie zus of zo te gaan zitten.

Ruim 25 jaar geleden hadden Bart en Joke elkaar ontmoet. Dat was in Delft, op wat toen nog de technische hogeschool heette. Hij studeerde er civiele techniek, zij wiskunde. Ze waren allebei lid van Virgiel, de van oorsprong katholieke studentenvereniging. Joke, die uit Steenwijk kwam, was altijd een sterke, onafhankelijke geest die zich niet snel kwetsbaar opstelde. Maar toen ze Bart tijdens haar eerste jaar ontmoette wist ze meteen zeker: dat is ’m.

Hij was de man van de plannen en de ideeën. Zij was meer van het organiseren en budgetteren. Ze zei nooit zo veel, maar was ondertussen wel het anker van het gezin dat ze, dertigers inmiddels, stichtten.

Ze waren afgestudeerd en hadden flinke banen. Hij zat in de railprojecten, zij in de bankautomatisering. Eerst kwam er een dochter, Renée. Twee jaar later een zoon, Sander. Slimme, getalenteerde kinderen waren het, die moeiteloos leerden en iets vriendelijks hadden. En ze waren nog mooi om te zien ook. Renée kon je herkennen aan het kleine huppeltje in haar pas.

Een harmonieus gezinsleven had Bart niet van huis uit meegekregen. Hij was de jongste zoon tussen de zes kinderen van zijn ouders, maar zij scheidden toen hij een jaar of elf was. De relatie met zijn beide ouders bleef goed, maar de scheiding bracht wel afstand. Zijn vader ging naar Brazilië, groeide er van bouwkundig tekenaar uit tot architect en stichtte er een nieuw gezin.

Bart bracht zijn middelbare schooljaren door op een internaat en ging, toen dat werd opgeheven, in Deurne vlakbij school op kamers wonen. In z’n eentje.

Joke, en haar familie, werden zijn vangnet. Met Joke vormde hij zozeer een eenheid dat, als een vriend uit z’n studentenjaren belde, hij de telefoon als vanzelfsprekend op de speaker zette – dan kon Joke aan het gesprek meedoen. Met haar haalde hij de achterstand in waarmee zijn leven was begonnen – niet dat hij er ooit zuur of cynisch over was. ’Niemand zal je leven op orde brengen, dat moet je zelf doen’, zei hij er hooguit over.

Joke en hij waren geen van beiden van de weidse perspectieven. Ze waren van de dichtbij gelegen, haalbare doelen. Als Bart het idee opvatte om een kajuitboot te kopen, zodat ze meteen een slaapplaats hadden als de kinderen ergens buiten de Loosdrechtse Plassen een zeilwedstrijd hadden, dan becijferde Joke dat ze dit jaar dan maar erg goedkoop op vakantie moesten gaan en goed moesten sparen – dan konden ze zo’n boot misschien volgend jaar kopen.

Na jaren in de goedbetaalde IT-sector had Joke besloten er te vertrekken. Ze haalde haar lesbevoegdheid en ging wiskunde geven aan de bovenbouw van een middelbare school. Dat scheelde wel veel in inkomen, maar het was minstens zo leuk – en, goed te combineren met opgroeiende kinderen. Op school was ze geliefd, niet in de laatste plaats omdat ze ook talent had voor leerlingen die niet speciaal wiskundig begaafd waren.

Bart werkte inmiddels alweer jaren bij ProRail in Utrecht, waar hij als projectmanager ging over de vernieuwingen van vele, vele stations. De tunnel onder het spoor in hun woonplaats Hilversum, de renovatie van Amsterdam-Amstel, de natuurbrug bij Crailo, de Flevolijn. Hoewel hij zichzelf altijd had gezien als een echte techneut, lag het hem eigenlijk heel erg om in het centrum van het overleg te zitten. Hij had een speciaal talent om overleg in goede banen te leiden. Dat was niet alleen een kwestie van geduld. Je kon ook vermoeden dat in het pak dat hij droeg een man zat die erg van gezelligheid hield.

Zaterdag 22 november gingen ze in Steenwijk langs bij opa en oma – Jokes bejaarde ouders, want Barts ouders waren allebei al in 1998 overleden. Sander was jarig geweest en had van opa en oma nog een cadeautje tegoed. Ze waren met de auto. Het weer was dat weekeinde slecht. Op de terugweg, ’s avonds laat, raakte hun auto op de A28 ter hoogte van Nunspeet in een slip. Hun auto raakte de vangrail en begon rond te tollen. Een touringcar, leeg op weg naar de thuisbasis, kon de auto van de Cuppens niet ontwijken en ramde ’m vol.

Bijna een week na het ongeluk, op vrijdagavond, ging Barts oudere broer Jan aan het einde van een lange herdenkingsbijeenkomst voor in gebed. „Vader in de hemel”, begon hij, „we snappen er helemaal niks van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden