Bart Chabot

Bart Chabot (Den Haag, 1954) is dichter, schrijver, tv-persoonlijkheid en soulmate van Jules Deelder, Anton Corbijn en Herman Brood. Sinds 1996 schreef hij drie boeken over de wederwaardigheden van zijn 'allerbeste vriend' Herman: 'Broodje gezond', 'Broodje halfom' en -nadat Herman Brood van het dak van het Hilton hotel was afgesprongen- 'Brood en spelen'. Volgend jaar komt het laatste deel van de cyclus uit: 'Broodje springlevend'.

1. Gij zult de here uw god aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

,,Joeri Gagarin vloog met z'n Spoetnik door de ruimte, keek uit het raampje en gaf aan Moeder Aarde door dat hij God nog niet was tegengekomen. Nou, ha ha ha wat leuk! Alsof er boven, of beneden, iets te zien zou zijn. Dat is mij veel te Big Mac-erig gedacht. Te concreet. Te westers kapitalistisch haast. Eén cola en twee bananenmilkshakes medium groot graag. Zo simpel is het leven niet. God, Allah, de duivel en Sinterklaas: het zijn prachtige sprookjesfiguren, maar je moet er natuurlijk niet écht in gaan geloven. Wie gelooft er nou in een kapstok? Want meer is het niet: het zijn pogingen om het ongrijpbare met een paar mooie woorden vast te pakken. Het is blijkbaar onmogelijk om te accepteren dat er zaken zijn die het aardappel-, groente- en vleesrealisme ontstijgen. Het ongrijpbare is juist ongrijpbaar omdat het zich onttrekt aan onze waarneming. We zijn te klein om zoiets groots te kunnen zien. De vraag is dus: bestaat er meer dan de Big Mac? En het antwoord is: ja. Ik zal je een voorbeeld geven.''

,,Herman had in de laatste periode van zijn leven een onafscheidelijke metgezel: Cor, de papegaai. Cors lievelingsplekje was Hermans hoofd, maar aangezien het dier niet zindelijk was, zat Herman regelmatig onder de papegaaienpoep. Het deerde Herman niet. Maar toen hij verder aftakelde, verhuisde Cor naar een kooi en later naar een mevrouw die al een papegaai had en bij wie hij hartelijk welkom was.''

,,Herman ging dood en werd gecremeerd. Op 5 november vorig jaar togen wij, in de loop van de middag, naar begraafplaats Zorgvlied om de asbus bij te zetten. Ik bleef in mijn eentje nog wat rondhangen bij het graf. Toen ik mij bedacht dat ik de anderen niet langer kon laten wachten en terugliep naar de auto, zag ik een stuk of acht tropische vogels, met van die prachtige kleuren, neerstrijken op de takken van een oude boom. Vlakbij Hermans graf... Nou, jij mag het zeggen: heb je ooit tropische vogels op een begraafplaats gezien? Ik niet. Dat is een toevalligheid die geen toevalligheid kan zijn. Voor mij was het meteen duidelijk: dit waren niet zomaar een paar vrolijke vogels. Dit was een delegatie van Cor.''

2. Gij zult de naam van de heer uw god niet zonder eerbied gebruiken

,,Het woord God is van ons allemaal, dus ik mag er óók gebruik van maken. Het is niet mijn ambitie om een ander te kwetsen, maar het valt gewoon gemakkelijk uit m'n bek. Goffedomme! Met dubbel f hè? Wat moet ik anders roepen? Rododendron?"

3. Gij zult de dag des heren heiligen

,,Ik benut elke seconde van iedere dag, ik móet wel. Ik werk zo hard, dat ik er een maagzweer aan over heb gehouden. Van de spanning. En de stress. Maar als ik niets doe, tuimel ik onmiddellijk in een peilloos, zwart gat. Ik ben voortdurend op de vlucht voor het 'volwassen' leven dat me grauw en zinloos voorkomt. Daarom plemp ik mijn agenda vol en amuseer ik me de tyfus. Niemand weet dat onder die lawine van vrolijkheid een geweldige worsteling plaatsgrijpt.''

,,Thuis, als de jongens naar school zijn en ik alleen op de bank zit, komt de wanhoop. Ik duvel in elkaar, ik stort helemaal in. Ik draai rock en roll om me op te peppen, tff! tff! tff!, het enige levensritme waarmee ik uit de voeten kan, maar deep down huist een niet weg te denken, existentiële nood. Ik kan niet verhullen dat ik er geen ene klote aan vind. Terwijl ik niets te klagen heb: vier wereldkinderen -topgasten! Jongens die nu al verder zijn dan ik ooit ben gekomen. En een vrouw van wie ik heel veel houd, maar toch... Het leven is voor mij een onmogelijke opgave. Echt waar. Nee, dit is geen interessantdoenerij: ik moet vechten om mijn koppie boven de grond te houden. Herman deelde die wanhoop. Hij spoot en zoop om te vergeten. Dat doe ik niet. Ik maak dingen. Dingen die er nog niet waren. Gedichten, songs, verhalen. Dat is de paradox van mijn bestaan: alleen door te scheppen, kan ik vergeten dat het leven zinloos is. Ik ben doodongelukkig, maar ik sla mij er geweldig goed doorheen. Zo moet je dat zien.''

4. Eer uw vader en uw moeder

,,Achteraf ben ik het gaan duiden: ik paste niet in een systeem. Altijd donderjagen, altijd keten. Ik holde mijn eigen gedachten achterna en maakte daar alles aan ondergeschikt. Dat moet voor mijn ouders dodelijk vermoeiend zijn geweest. Ze begrepen niets van mij als kind en ook niets van het kind in mij toen ik volwassen werd. Je moet je kinderen het gevoel geven dat je, ondanks al hun fouten, onvoorwaardelijk van ze houdt -dat is volgens mij een cruciaal punt in de opvoeding. Daar dachten mijn ouders anders over. Ze verhuisden naar Vancouver toen mijn broer Jeroen en ik een jaar of zeventien, achttien waren. Wij bleven achter.''

,,Toen ze zeven jaar later terugkwamen, verwachtten ze dat de draad weer gewoon konden oppakken. Maar het was bij hun vertrek al misgegaan: daar splitsten letterlijk onze wegen. Ik kwam, na een mislukte studie Nederlandse Letteren, Herman, Jules en Anton tegen en koos voor een creatief bestaan. Mijn ouders werden op een, voor hen, zeer onaangename manier met mijn keuze geconfronteerd. Ik was erbij toen Herman in 1977 door ene Robbert Boonstra in het Rotterdamse Hilton hotel werd geïnterviewd voor het blad Elsevier. Herman stelde mij voor als zijn bodyguard en begon keurig antwoord te geven op vragen over hoeren, coke en diefstal. Dat verhaal bereikte mijn ouders, maanden later, in Vancouver. Ze gingen over hun nek! Als ik mijn leven wenste te vergooien met een drugsgebruiker, een crimineel dan, dan..! Moet je je voorstellen, ze hadden het over mijn soulmate, mijn allerbeste vriend.''

,,Tegen de tijd dat ze terugkwamen naar Nederland was er geen redden meer aan. We hebben nog een paar jaar doorgesukkeld. Daarna heb ik, na tal van incidenten, de boel dichtgegooid. Ja, ik zeg het nu in een paar zinnen, maar daar zijn jaren van worsteling en verdriet overheen gegaan. Onlangs kwam ik mijn moeder tegen in de stad. Ze verweet mij, huilend, dat ze haar kleinkinderen nooit zag. Dat is pijnlijk, maar het is niet anders. Het is de consequentie van een breuk. Ik heb ooit van mijn ouders gehouden, maar de zaak is te vertroebeld om er nu nog een eerlijk antwoord op te geven. Ik wil ook geen nestbevuiler zijn. Het boek is dicht. Ik hoop dat ze samen heel erg oud zullen worden, maar voor mij zijn ze jaren geleden al doodgegaan.''

5. Gij zult niet doden

,,Ik heb Herman een week voor z'n dood nog gezien. Ik had de hele dag met hem opgetrokken en toen we uit elkaar gingen vroeg hij: 'Bart, kom je gauw weer? Ik moet je nog zoveel vertellen'. Nee, het was geen verraad; hij was op. Hij had het nog vrij lang volgehouden -ik ben heel blij dat hij niet langer heeft gewacht. Weet je, Herman heeft mij in hoge mate tot zijn leven toegelaten en toch is het een illusie te denken dat ik hem echt heb leren kennen. Je kunt een ander niet in elke finesse doorgronden. Dat geldt ook voor mij: niemand kent mij. Ik ken mezelf niet eens. Ik roep altijd dat ik een lieve jongen van veertien jaar ben. Dat klopt ook wel, maar het is een slogan en de waarheid is niet in een slogan te vangen.''

,,Herman en ik, wij waren soulmates. Vierentwintig jaar lang. Als wij samen waren, verdween de ballast, het geworstel, als sneeuw voor de zon. Wij vlogen door het heelal! Hij nam me overal mee naar toe, van het bordeel tot in zijn diepste wezen. En wat gebeurde er een paar weken voor zijn dood? Hij nam een vriend mee naar het dak van het Hilton en zei: 'Het zou een ultieme blijk van vriendschap zijn, als we samen zouden springen'. Toen mijn vrouw Yolanda en Sandra, Hermans weduwe, dat verhaal later hoorden, zeiden ze: 'Godzijdank heeft-ie Bart die dag niet meegenomen'. Ik denk dat hij dat bewust niet heeft gedaan.''

,,Herman wist dat ik het zou doen. Weet je, Herman en ik zeiden altijd tegen elkaar dat zelfmoord iets voor zwakke broeders was. Een te respecteren keuze, maar ingegeven door een zwak moment; als zaken mislukt zijn. Wij doen zoiets niet. Wij laten ons niet door het leven op ons hoofd schijten. Daarom móest ik weten of hij een bewuste keuze had gemaakt. Ik heb steeds gedacht dat je zomaar het dak kon afwandelen, maar toen ik een tijdje geleden voor het eerst boven op het Hilton stond, zag ik dat hij er erg zijn best voor heeft moeten doen. Eerst is er een brede rand, daarachter liggen twee grote stalen balken en daarna komt er nog een railing die reikt tot navelhoogte.''

,,Herman heeft geklommen. Hij heeft willens en wetens gedaan wat hij vond dat hij moest doen, die middag in juli 2001, even voor halftwee. Hij had een goede reden, ik niet. Zijn leven was kut met peren, fysiek ondraaglijk. Mijn hang-up, mijn blues, is peanuts vergeleken met was Herman door moest maken. Als ik hem was nagesprongen en ik zóu hem in het hiernamaals zijn tegengekomen, dan zou hij mij vreselijk op m'n sodemieter hebben gegeven. 'Bart, jongen, je hebt de boodschap niet begrepen. Dat je met mij kon vliegen was nog geen reden om me te volgen in de dood'.''

6. Gij zult geen onkuisheid doen

,,Ik heb haar voor het eerst in Heiloo gezien. Het was tijdens een literaire avond -met Wim T. Schippers, Johnny van Doorn, Simon Vinkenoog en ik- die door haar broer in jongerencentrum BukBuk werd georganiseerd. Yolanda. Zij logeerde bij hem en hoorde dat een van de schrijvers ook zou blijven slapen. Het was in mijn punkperiode: ik kwam op en ontplofte zo'n beetje op het toneel. Yolanda, die op de eerste rij zat, fluisterde verschrikt tegen haar schoonzus: 'Blijft dát bij ons slapen?' en deed die avond haar deur op slot. Ze vond me eng. Maar toen we de volgende dag met elkaar in gesprek raakten, bleek ik toch wel mee te vallen.''

,,Ik vond haar te gek, maar dacht: wat moet een studente medicijnen nou met een of andere rare dichter die langs 's Heeren wegen trekt? Ze dacht: hij vindt mij vast een saaie trut. Zo zijn we uit elkaar gegaan. Yolanda's broer geloofde vanaf het begin dat het wel eens iets tussen ons zou kunnen worden. Als ik hem sprak, zei hij altijd: 'Je moet de groeten van mijn zus hebben' en dan deed hij voor mij de groeten terug. Op een gegeven moment moest ik een filmpje maken en ik had bedacht dat BukBuk wel een aardige locatie was. 'Leuk', zei de broer, 'dan vraag ik of mijn zus ook komt'. Ik vergeet het nooit meer: ze kwam toen de zon onderging. Het licht viel door de ramen op haar mooie, lange haren en ik wist: zij is het. Niet veel later is het iets geworden tussen ons.''

,,Omdat zij, beter dan wie ook, wist waar sommige vrouwelijke fans toe in staat zijn, hebben we na verloop van tijd een afspraak gemaakt: er wordt niet buiten de deur geneukt. Aan die afspraak zal ik mij altijd houden. Waarom zou ik het fundament dat Yolanda in mijn leven heeft gelegd in de waagschaal zetten? Zonder haar ben ik niks.''

7. Gij zult niet stelen

,,Vorige week nog. Ik zat drie dagen in de studio. De eerste dag stond er zo'n tableau vol Marsen, KitKatten en lolly's in mijn kleedkamer. Ik dacht: ik hou mijn fatsoen en laad niet meteen die hele rotzooi in voor de kinderen. Loop ik de laatste dag mijn kamer binnen en wat denk je? Alles weg! Mijn snoep! Die benepenheid heb ik afgestraft door een mooie handdoek in mijn tas te proppen. Bij wijze van uitwisseling. Dat zal ze leren!''

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

,,Ik lieg nooit. Nóóit! Weet je wat er in mijn hoofd gebeurt? Ik vergroot verhalen uit, ik blaas ze op, ik kleur ze in -anders is er geen zak aan. Dat is de basis van mijn dichterschap. Ik leef in mijn eigen werkelijkheid. En zo kan het gebeuren dat Yolanda luistert naar mijn verslag van iets wat we samen hebben meegemaakt en zich verbijsterd afvraagt: goh, was ik daar bij?''

9. Gij zult geen onkuisheid begeren

,,Ja, ik ben de man van het intense leven, ik geef vol gas. Maar dat wil toch niet zeggen dat ik overal mijn pik in moet steken? Hoe bedoel je: weinig rock en roll? Ik heb op dat vlak niets te bewijzen. Ik heb alleen te maken met de moeder van mijn vier kinderen. Sommige vrouwen weten die houding overigens heel goed te waarderen. Ik was samen met Herman in La Gare, een bordeel vlakbij het station van Assen -vandaar die naam- toen Roxy, een prachtige prostituee, naar me toekwam. Ik zei: 'Roxy, vat dit niet persoonlijk op, je bent een paradijsvogel, maar aan mij heb je niks'. Ze vond het een verademing om eindelijk eens met een gozer te kletsen die trouw was aan zijn vrouw.''

10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

,,Het was zondagmiddag. Ik was een jaar of twaalf. Ik zat in de kerk, te kijken naar de rituelen die werden afgehandeld, toen ik plotseling werd overvallen door het besef dat mijn leven anders zou verlopen dan ik tot dat moment, daar in dat gebouw aan de Schenkkade, ergens in het midden van de jaren zestig, had kunnen bevroeden. Daar kwam later op de hbs nog zo'n moment bij. We zaten in de gymzaal, klaar om naar binnen te gaan. Ineens begon één van die jongens mijn naam te scanderen. Zomaar. Bartje, Bartje, Bartje! En zonder daar verder iets over af te spreken volgde de een na de ander zijn voorbeeld. Bartje, Bartje, Bartje! Het was alsof ik werd bezocht; alsof iets van buitenaf mij wilde duidelijk maken dat ik anders was. Dat er iets van mij werd verwacht.''

,,Die twee religieuze momenten hebben mij een zekere richting op geduwd. Het moment waarop ik Herman, Jules en Anton tegenkwam was de bevestiging van mijn vermoeden dat mijn leven zich niet langs de gebaande paden mocht voltrekken. Ik had de tekenen goed verstaan. Het is mij nooit om roem of faam te doen geweest. Roem verdampt waar je bij staat.''

,,Mensen die in hun eigen mythe geloven worden erdoor opgevreten en vervolgens uitgescheten. Ik heb die aandacht voor mijn persoon niet gewild, maar ik kan niet ontkennen dat de liefde die mij op straat ten deel valt -ik heb vooral veel fans onder de vuilnismannen hier in Den Haag- het leven bijna zinvol maakt. Bijna. Ik beteken iets voor die mensen. Dat is fantastisch. Maar ik heb er wel twintig jaar over gedaan om mijn publiek te bereiken. Het literaire establishment gaf mij namelijk geen millimeter ruimte. Je moest eens weten welke gevechten ik heb geleverd. Eerst kreeg ik een paar slechte recensies en vervolgens werd ik doodgezwegen.''

,,Ik heb andere wegen gezocht en ben, omdat ik nogal makkelijk formuleer, bij de televisie terechtgekomen. Ik heb het met plezier gedaan hoor, al die spelletjes, maar het is ook jammer dat ik jaren in 'Waku Waku' heb moeten zitten om een beetje aandacht voor mijn werk te krijgen. Ik schrijf die boeken toch niet voor niets? Ik ben geen prediker, geen zendeling, geen dominee, maar ik wil wel graag gehoord worden. En nu luisteren ze.''

,,Het geeft me een diepe bevrediging dat ik er uiteindelijk, on my own terms, toch gekomen ben. Het probleem dat zich nu aan mij opdringt, is dat ik niet langer de baas van mijn eigen tijd blijk te zijn. Ik ben 48 en de grenzen van wat ik nog zou kunnen bereiken in dit leven komen in zicht. Ik ben soms zo bang dat me de tijd niet wordt gegund om iedereen ervan te overtuigen dat ik meer ben dan een omhooggevallen schreeuwlelijk.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden