Review

Barok tussen Andes en Amazone

Don Pizarro. Wreed, niets ontziend was hij, deze leider van het Spaanse leger dat in de zestiende eeuw Peru veroverde. Deze conquistador liet zich altijd vergezellen door een muzikant, Francisco Marcian Dianez, bespeler van de vihuela, voorloper van de viool.

Met de Spaanse macht trok ook de Spaanse muziek de rijken van de Indios binnen, zoals de Spanjaarden ten onrechte de ontdekte en onderworpen volkeren noemden. Kasten vol muziek staan er te verstoffen in de archieven van kathedralen en nationale bibliotheken in Latijns-Amerika. Duizenden missen, vesper-psalmen, hymnen en magnificats moeten er zijn gecomponeerd, niet alleen in belangrijke centra als Mexico-stad, Guatemala, Bogotá, Cuzco, Lima, Cordoba, Montevideo, Buenos Aires, maar ook in talloze kleinere plaatsen.

Ze vloeiden uit de pennen van componisten die achter de conquistadores aanstroomden nadat de eerste Spanjaarden rond 1511 Mexico betraden en vervolgens binnen een halve eeuw het hele continent ten zuiden daarvan met bloedig geweld onder heerschappij van de allerkatholiekste koning van Spanje brachten.

De veroveraars noemden de landen die zij in bezit namen naar de plaatsen waar ze vandaan kwamen en zetten bestuurlijke structuren op zoals in het moederland; zij creeërden vier vice-koninkrijken: Nieuw Spanje, Nieuw Granada, Peru, en Rio de la Plata.

De missionarissen legden het katholicisme over de Indiaanse godsdiensten heen; menige kathedraal, de kerk van een bisschop, werd gebouwd op een eerder geruïneerd tempel-complex. Zo veranderde vanaf 1525 de grote Mexicaanse tempel van Tenochtitlan in de eerste kathedraal van Nieuw Spanje. En het waren de muziekmeesters onder de missionarissen die de muziekgevoelige Indios nieuwe gezangen aanleerden: gregoriaans en Europese, vooral Spaanse meerstemmigheid. De Spaanse barok (met als kopmannen Cristobal de Morales, Antonio de Cabezon, Francisco Guerrero, Tomas Luis de Victoria) vond een enorme afzetmarkt aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan. Bij die import voegden zich de werken die ter plaatse ontstonden, in toenemende mate door componisten die op Latijns-Amerikaanse bodem werden geboren.

“Het is meer dankzij de muziek dan door het godsdienst-onderricht dat de Indianen zich bekeren”, zo schreef een van de eerste bisschoppen van Mexico aan keizer-koning Karel V ter ondersteuning van het verzoek om geld voor de betaling van zangers, instrumentale musici en een dirigent in zijn kathedraal. Zo'n vijftig jaar later in Lima zette de componist/muziekmeester Geronimo de Oré zijn toekomst op het spel door niet alleen te pleiten voor uitgebreid muziekonderricht aan de autochtone Peruanen ('want alle werk met muziek zal tot hun bekering leiden'), maar hij componeerde bovendien allerlei gezangen in de plaatselijke taal.

Hij sloot daarmee aan bij een traditie in het moederland dat semi-liturgische gezangen kende in de talen van het volk, de villancico's, vooral populair bij grote gebeurtenissen als Kerstmis, Goede Week, Pasen, te vergelijken met de latere Engelse carols. Bij honderden ontstonden er ook villancico's in Indiaanse talen. Met die talen kregen ook de inheemse ritmen hun plaats; men zou kunnen spreken van een fusie-muziek tussen Spaanse en Indiaanse volksmuziek.

Ook elders zetten verlichte geesten dergelijke gewaagde stappen, maar talrijk waren de herhaald uitgesproken bisschoppelijke verboden tegen deze praktijken. Want daaronder konden de oude Indiaanse geloven verder smeulen. Om dat te verkomen liet de aartsbisschop van Lima in 1614 alle Indiaanse muziekinstrumenten (waaronder de kenmerkende fluiten) verbranden, 'opdat de duivel zijn kwade werk niet zal kunnen voortzetten'. En in Guatamala verordoneerde de burgeroverheid honderd zweepslagen voor iedere Indiaan die zangen en dansen uitvoerde in het kader van ceremonieën voor de 'afgoden'.

De Indios werden weliswaar gezien als 'mensen' (er was een pauselijke uitspraak voor nodig), die bekeerd en gedoopt konden worden, maar ze waren uitgesloten van het priesterschap. De uitstekende inheemse zangers, violisten en organisten konden daarom nooit doordringen tot topposities als koorleider of kathedrale muziekmeester aangezien die functie voorbehouden was aan een priester.

In het krachtenspel van de roof-economie golden de Indianen als tweede-rangs, wier arbeidskracht op plantages en in de mijnen werd uitgebuit tot de (vaak spoedige) dood er op volgde. Vreselijk is de geschiedenis van de bewoners rond de Cerro rico, de rijke berg, in de buurt van de stad Potosi (in zuidelijk deel van het huidige Bolivia). Het delven van het overvloedig aanwezige zilver, tin en koper maakte zo'n acht miljoen slachtoffers gedurende de drie eeuwen dat Spanje er de dienst uitmaakte.

Naast die geschiedenis klinkt het verhaal van de Jezuieten-missies in de brongebieden van de Amazone- en de Paraguay-rivier bijna als een sprookje. Vanaf 1587 namen de Jezuïeten de zending op zich in de zuidelijke helft van Zuid-Amerika. Een periode die officieel duurde tot en met 1767, het jaar dat deze keurtroep van de katholieke kerk werd verboden en opgeheven.

De Jezuieten ontwikkelden de gedachte om de volkeren in die gebieden, met als belangrijkste de Guarani, de Chiquitos en de Moxos, in afgesloten, door de Jezuieten bestuurde gebieden, op te voeden tot beschaafde christenen. Een soort van apartheidsbeleid vele eeuwen voordat het woord werd uitgevonden. Maar zo inhumaan als dat beleid vele eeuwen later werd toegepast in zuidelijk-Afrika, en zo wreed als de Spaanse burgerlijke en militaire overheden de Indios behandelden, zo idealistisch zetten de Jezuieten hun 'republieken' op in de jungle van wat nu zuidelijk Bolivia, Paraguay en noordelijk Argentinië is.

Muziek speelde ook bij dit bekerings- en beschavingswerk een grote rol. Zo diepgaand, dat hedentendage bij de Chiquitos en Moxos nog steeds tijdens zondagen en kerkelijke hoogtijdagen de composities klinken die twee- tot driehonderdjaar geleden werden aangeleerd. Want nadat de Jezuieten gedwongen werden in 1767 hun ontwikkelingsprojecten op te geven, bleven die gemeenschappen functioneren, en zetten degelijk opgeleide, inheemse organisten, muziekmeesters en koorleiders de lofzang voort, componeerden zelfs in de aangeleerde barokstijl voort, zoals uit recent onderzoek is gebleken.

Die muzikale overlevering heeft zeker Spaans bloed in de notenbalken, maar zij kan met even veel recht 'Europees' worden genoemd. De Tyroler Anton Sepp von Reinegg, de Fransman Claude Royer, de Zuid-Nederlanders Jean Vaisseau en Louis Berger en de Napolitaan Pietro Commentale, allen in de zeventiende eeuw, en de beroemde Italiaan Domenico Zipoli en de Zwitser-Duitser Martin Schmid in de eeuw daarna, vormden de muzikale kopmannen van het enorme peloton Europese Jezuïeten dat met een flinke intellectuele bagage vanuit Cadiz wegzeilde op heilig avontuur.

Zoals Martin Schmid het uitdrukte: “In dienst van de Majesteit van God die wilde dat door mij zijn Indianen musici zouden worden om, zichzelf in dit leven overtreffend, door de gezangen en de instrumentale muziek hun zielen zouden verheffen, om uiteindelijk, dank zij een gelovig leven, waardig te worden om de muziek der engelen te aanhoren”. In ieder geval was zijn ontvangst in 1729 in Buenos Aires veelbelovend: na de saluutschoten en het gejubel van de massa's op de kade voor de veilig gearriveerde galjoenen en fregatten, volgde er een muzikaal onthaal afgesloten door het 'Te Deum', uitgevoerd door een koor- en muziekensemble van kinderen van het al gemissioneerde Guarani-volk.

In hun bagage voerden de muzikale Jezuiëten de composities mee uit hun opleiding. Of zij schreven naar Europa om composities toe te sturen. Zo geraakte Vivaldi in de wildernis van de Rio de la Plata, en klonken daar de missen en vesperpsalmen van de Duits-Boheemse componist Johann Ignaz Brentner. Zo als de half overwoekerde, deels ingestorte barokke bouwwerken uit die tijd thans worden hersteld onder leiding van de bisschop (van Duitse afkomst) voor het zuiden van Bolivia, in samenwerking met een architect van Zwitserse afkomst, zo leggen musicologen uit Argentinië, de Verenigde Staten en Europa de partituren weer aanelkaar, en zetten ensembles voor oude muziek in de 'nieuwe' wereld zich in voor de uitvoering.

Een van de nog weinige Zuid-Amerikanen die zich bezig houdt met het nog nauwelijks ontgonnen terrein van de oude muziek in de nieuwe wereld, is de Argentijn Gabriel Garrido. Hij laat op zondagavond 31 augustus het Festival Oude Muziek kennismaken met een werkstuk over Ignatius van Loyola, de stichter van de Societas Jesu oftewel de Jezuieten, dat al honderden jaren lang op het feest van Ignatius in een afgelegen uithoek van Bolivia wordt uitgevoerd.

Opera is een te groot woord voor het schetsmatige drama over de roeping van zowel Ignatius als zijn religieuze compaan Franciscus Xaverius. Het is meer een 'azione teatrale'. Volgens overlevering is de opzet van van Domenico Zipoli, en dus moet het al van vóór 1726 (Zipoli overleed toen in de Argentijnse stad Cordoba) dateren. Maar ook de Zwitserse pater Schmid, de muziek-leermeester van de Chiquitos, had een hand in het schepping van 'San Ignacio'. Ja, zelfs Indiaanse componisten zouden er aan hebben bijgedragen volgens een Amerikaanse musicoloog.

Nòg een muziektheatraal unicum uit Latijns-Amerika wordt op het Festival onthuld: de zeer wereldse, erotisch kleurrijke opera over Venus en Adonis onder de titel 'La purpura de la rosa' (Het bloed van de roos), in 1701 gecomponeerd door de Spaanse componist Tomás de Torrejon, in opdracht van de vice-koning van Peru. Zoveel hartstocht koesterde hij, net als een zijn voorganger Pizarro, voor de kunsten dat hij een orkest en een theater in stand hield dat kon wedijveren met het ensemble van het Madrileense hof. De Engelse harpist Andrew Lawrence-King zal met zijn The Harp Consort tweemaal (1 en 2 september, 20 uur Vredenburg) iets onthullen van de muzikale rijkdommen die in Zuid-Amerika in archieven op klinkende reanimatie wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden