Bangladesh / De wondere wegen van de volksislam

In Bangladesh, een van de armste landen ter wereld, speelt godsdienst een belangrijke rol. De bevolking bestaat grotendeels uit moslims, maar er wonen ook hindoes, christenen en andere religieuze minderheden. Hoe leven die naast en met elkaar in dit overbevolkte land, tegen de achtergrond van toenemende religieuze spanningen? Aflevering 1.

Abdul Ahad Khobiraz is de Jomanda van Bangladesh. Op een stoffig stuk land aan de rand van Jhenida, een stad in het zuidwesten, houdt de islamitische kruidendokter twee keer per week 'spreekuur'. Net als bij de Nederlandse gebedsgenezeres staat water in zijn therapie centraal. Hij 'straalt' het niet in, maar geeft het te drinken aan de tienduizenden zieken en kreupelen die uit heel het land naar hem toekomen. Dat waren er vier jaar geleden nog honderdduizenden en ze braken letterlijk de tent (lees: het lokale ziekenhuis) af. Inmiddels heeft Khobiraz aan populariteit ingeboet. Het genezend effect viel tegen.

In Bangladesh wemelt het van dit soort figuren. Vooral op het platteland, waar acht van de tien Bengalen wonen. Men heeft er slechts beperkt toegang tot moderne vormen van gezondheidszorg (8000 patiënten moeten één arts delen). Het is daarom niet vreemd dat de bevolking, grotendeels analfabeet, zich massaal tot kruidendokters, tovenaars, fakirs en sjamanen wendt.

Professor Anwarul Karim, hoogleraar aan de islamitische universiteit van Khustia, legt uit: ,,Deze alternatieve genezers hebben niet alleen het voordeel dat ze goedkoop zijn en dat hun behandelingen kort duren, maar ook dat ze het geloof van de boerenbevolking delen dat ziektes vaak door geesten (djinn) en demonen (bhut) worden overgebracht en daarom via allerlei rituelen moeten worden uitgedreven. Dat geldt vooral voor vrouwen. De boze geesten zouden zich vaker in een vrouwelijk lichaam nestelen dan in dat van een man.''

Karim is dé expert op het gebied van de volksreligie. Hij vertelt: ,,Islamitische fundamentalisten verafschuwen deze vorm van religiositeit omdat ze haaks staat op de religieuze soberheid die zij prediken. Ook de ulama (moslimgeleerden) van de gematigde, officiële islam moeten er niets van hebben. Beide groepen zien het als gevaarlijk polytheïsme dat zich onttrekt aan elke controle.''

Het lukt echter niet de volksislam in te perken. Ook niet onder de beter opgeleiden. Neem nou Hypon. Hij heeft een goede studie achter de rug, is als veldwerker verbonden aan een regionale ngo en noemt zichzelf een gelovige moslim.

Toch draagt Hypon twee amuletten: een aan zijn pols en een om zijn hals. Op eigen verzoek gekregen van een pir of 'heilige man'. Om hem te beschermen tegen boze dromen. Op de vraag of het helpt knikt hij heftig. ,,Nou en of!'' Hypon is bepaald niet de enige gestudeerde Bengalen die zijn toevlucht neemt tot dit soort alternatieve middelen. Velen doen hetzelfde, vooral vrouwen. Zo schilderen moeders een zwarte cirkel rond het oog van hun pasgeboren kind om het te beschermen tegen het 'boze oog'. En meisjes die maar niet zwanger kunnen worden, hangen lapjes stof aan een boom op een 'heilige' plek in stad of dorp, met daaraan een steentje gebonden.

In een samenleving als die van Bang ladesh waar vrouwen een lage sociale status hebben, velen de deur zelden of nooit uitkomen, en bovendien hun emoties vaak niet mogen uiten, is het niet raar dat vooral zij last hebben van psychosomatische aandoeningen. Vandaar dat zij het meeste gebruikmaken van alternatieve healers. Daar komt bij dat vrouwen van nature religieuzer zijn dan mannen en hierdoor meer lijden onder het gebrek aan spiritualiteit bij de doorsnee-islam. Omdat het klassieke soefisme voor de lagere klassen te hoog gegrepen is, wenden ze zich in hun geestelijke nood tot de volks islam.

Een van de pirs die postuum in hoog aanzien staan, is Pagla Kanai uit Berbari. Hij leefde in de 19de eeuw, kon lezen noch schrijven, maar was de maker van een hele serie geestelijke liederen die tot op de dag van vandaag wordt gezongen.

Hun populariteit bij het 'gewone' volk ligt waarschijnlijk in het feit dat ze non-ritueel en niet meditatief zijn. Iedereen kan ze begrijpen. Het eenvoudige, witte mausoleum met daarin een marmeren tombe met Kanai's stoffelijke resten, is nog altijd een gewild islamitisch bedevaartsoord. Bangladesh kent honderden van dit soort heiligdommen, waarvan enkele, zoals die van Shah Jalal in Sylhet (noorden), massa's bedevaartgangers trekken.

Mohtiar Rahman Zaltu heeft niet veel op met de volksislam, ook al noemt hij zich 'een open moslim' die zich interesseert voor andere geloofstradities en religieuze culturen. In zijn kleine, donkere en stoffige kantoor in de schaduw van de Grote Moskee in de hoofdstad Dhaka, waar de telefoon voortdurend rinkelt en de secretaris geruisloos binnensluipt met nieuwe ordners, meent Zaltu dat de volks islam de deur openzet voor allerlei soorten ketterij.

Overigens stelt Zaltu, departementschef van de gematigde Islamic Foundation Bangladesh -deze overheidsinstelling beheert alle moskeeën, islamitische academies en instituten- dat het overgrote deel van de moslims in het land geen scherpslijpers zijn. Hij typeert ze als ,,gewone gelovigen die niets moeten hebben van het moslim extremisme dat helaas ook bij ons de rust verstoort''.

In de belendende Baitul Mukarram of Grote Moskee, gebouwd in de vorm van de Ka'aba (heilige steen) in Mekka, kom je bij het vrijdaggebed de zwijgende meerderheid tegen.

Hoewel de reisgids beweert dat het streng verboden is om de moskee te betreden, laat staan op vrijdag, wordt me geen strobreed in de weg gelegd. Ietwat verwonderd, maar bereidwillig, schikt men een plaatsje in. Honderden mannen luisteren hier in kleermakerszit met aandacht naar de bejaarde imam. Die spoort de aanwezigen aan om fatsoenlijk te leven.

Bij het verlaten van de moskee houdt een man me staande en vraagt in het Engels of ik moslim ben. Na een ontkennend antwoord zegt hij stralend: ,,Oh, wat goed dat u als ongelovige desondanks interesse voor onze godsdienst hebt. Moge Allah u zegenen en u de waarheid doen proeven''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden