Bang, maar we moeten door

Reportage | De potentie en de problemen van Afrika komen in de regionale reus Nigeria in extreme vorm samen. De successen zijn er het grootst, de missers het jammerlijkst. Redacteur Seada Nourhussen verhuisde tijdelijk naar Lagos en doet verslag. Deel 3 van een serie: terrorisme.

Haar tong hangt uit haar mond. De ogen zijn gesloten. Haar fijne gezicht is niet grauw, zoals meestal bij lijken. Haar nek is gek genoeg helemaal gaaf. Daar eindigt het lichaam van de naamloze jonge vrouw - ze zal een jaar of 18 zijn - die zich op 10 december samen met een ander meisje in opdracht van terreurgroep Boko Haram opblies op de textielmarkt in de Noord-Nigeriaanse handelsstad Kano.

"Haar hoofd werd gevonden op het dak van een bank, meters verderop", zegt Ibrahim Yaro (38), baas van de gordijnensectie op de enorme markt. Zonder waarschuwen laat hij foto's van het meisjeshoofd zien. Hij nam ze toen hij een aantal omgekomen collega's kwam identificeren in het mortuarium. "Het hoofd vliegt er als eerste af bij een aanslag met een bomgordel", weet hij. Op andere beelden is de ravage op de markt na de aanslag te zien. "Die kleine, donkere dingen? Dat zijn stukjes lichaam."

Yaro zegt het haast stoïcijns. Maar hij is wel degelijk getraumatiseerd door de aanslag vlak voor zijn piepkleine zaak. Zijn broer raakte gewond - Yaro was zelf afwezig. Twintig van zijn collega's en vrienden kwamen om, zijn winkel zat onder het bloed en raakte zwaar beschadigd; nog zitten er vele gaten in de muur.

"Toen ik hoorde dat er een onbekende, gesluierde vrouw op me wachtte (uw verslaggever, die zich aan de lokale dracht aanpaste om minder op te vallen), heb ik u eerst laten doorlichten voordat ik tevoorschijn kwam. Laatst was hier een man uit Maiduguri, waar Boko Haram vandaan komt, om gordijnen te kopen. Ik heb me toen een tijdje onder de balie verstopt."

De marktkoopman heeft een andere broer verloren die als militair tegen Boko Haram vocht. "We zijn bang. Maar we moeten geld verdienen. Ik heb vier kinderen. Zeven dagen na het incident gingen we weer open. We gebruiken nu detectoren bij de ingang van de markt en waarschuwen elkaar als we vreemden zien. Maar we moeten door. "

Vader offert dochter

Het naamloze meisje deed haar plicht. De 13-jarige Zahara'u Babangida daarentegen wist te ontsnappen. Het nieuwsbericht over haar is haast te bizar om te geloven: '13-jarig meisje in Nigeria zegt dat ze door haar vader aan Boko Haram is weggegeven als zelfmoordenaar'.

Zahara'u werd in een woud bij Kano, samen met haar moeder en anderen, door haar vader overgedragen aan de extremisten. "Ze vertelden dat we in het paradijs zouden komen", zei ze eind vorig jaar tegen journalisten. De politie liet haar een persconferentie geven om verhalen de kop in te drukken dat terroristische aanslagen in Kano en omgeving het werk waren van een bevolkingsgroep uit een andere regio.

Terwijl de twee andere meisjes zichzelf op de Kantin Kwari-markt tussen het publiek opbliezen, wist Zahara'u te vluchten, met de bomgordel nog. Een bromfietstaxi bracht haar naar het ziekenhuis. Daar maakte de politie de bomgordel onschadelijk en werd ze verhoord.

Wat voor vader offert zijn dochter op aan zo'n bloeddorstige groep mannen?

Nafisa Idris (25) weet weinig van haar voormalige buurman. Niet eens zijn naam. Of die wil ze niet noemen. Zittend op de drempel van de binnenplaats bij haar eenvoudige woning in de buitenwijk Dawanau, lijkt ze weinig zin te hebben om haar verhaal opnieuw te doen. Samen met de 17-jarige tweede vrouw van haar man, die met haar dochtertje op de arm om de hoek gluurt, werd ze eind vorig jaar achttien dagen vastgehouden en verhoord door de politie. Haar man werd 38 dagen vastgehouden.

Maar de jonge moeder van vier kon de agenten weinig vertellen over haar buren. "Zaharu's vader was altijd weg. Hij dreef handel in textiel, hoorde ik. Haar moeder, Haju heette ze, was vriendelijk, maar ging het huis nauwelijks uit. Wij sturen onze kinderen om boodschappen te halen, dat is hier normaal."

"Zahara'u was heel stil als ze bij ons op de binnenplaats water kwam halen. Ze ging wel naar school, maar op een bepaald moment mochten zij en haar jongere zusje geen boodschappen meer doen. Haar moeder had daar een huisjongen voor aangenomen.

"En op een dag, anderhalf jaar voordat Zahara'u in het nieuws kwam, waren ze weg. Ze hebben hier twee jaar gewoond."

Vader en moeder Babangida en Zaharu's zusje zijn spoorloos. Hoe woonden ze? Wie waren hun vrienden? Hadden ze het financieel zwaar? Nam Zaharu's vader daarom zo'n dramatische beslissing?

De buurt is armoedig. Het gebrek aan sanitaire voorzieningen is te ruiken. In het lage huis van de Babangida's zitten andere huurders. En die hebben geen zin in pottenkijkers.

Ahmed Mohammed Baushe (51) kan zichzelf wel voor zijn kop slaan. Hij is al dertig jaar burgerwacht in Dawanau. "Hoe konden wij dit niet weten van Zahara'u's vader? Iemand in onze eigen gemeenschap die tot zoiets in staat is. Ik ben nog in shock." De lange, vriendelijke man is trots op zijn functie. Maar hij en zijn collega's zijn, met hun stokken en dolken, niet opgewassen tegen een eventuele aanval van Boko Haram, dat over automatische wapens en tanks beschikt. "Wij helpen de autoriteiten slechts, wij zijn de autoriteiten niet."

Uitgedoste paarden

Kano, één van de islamitisch emiraten in Noord-Nigeria, doet niet aan als een bedreigde stad. De hoge stadspoorten, gele tuktuks en rijk uitgedoste paarden kleuren het straatbeeld. Sommige wegen zijn gloednieuw. Er is net een chique winkelcentrum geopend, het eerste in de regio. Veel winkelruimtes staan nog leeg en de megasupermarkt heeft meer personeel dan klanten. Maar investeringen betekenen vertrouwen. Ook wordt er opvallend veel gefietst; het transport van de onbezorgde burger. Dat komt omdat brommers grotendeels worden geweerd sinds Boko Haram daarop aanslagen begon te plegen. Want Kano ligt wel degelijk geregeld onder vuur. De bloedige aanslag op de grote moskee eind november, waarbij minstens 150 doden vielen, is er slechts één in een lange rij.

Bommen, massa-ontvoeringen, onthoofdingsvideo's. Nigeria en de rest van de wereld lijken gewend aan de dagelijkse gruweldaden van terreurgroep Boko Haram in het noorden. Maar vermoedelijke sympathisanten die bloedeigen kinderen opofferen, is dat nieuw?

"We moeten Boko Haram's invloed op burgers niet onderschatten", zegt professor Eghosa Osaghae van de Igbinedion Universiteit in Okada. Osaghae bestudeerde de extremisten, die hij meer als een sekte dan als terreurgroep beschrijft. "Oprichter Mohammed Yusuf was een zeer charismatisch preker. Hij wist vooral gefrustreerde jonge mensen, vaak met opleiding maar zonder perspectief, ervan te overtuigen dat de seculiere staat naar westers model hen niets kon bieden. Nadat Yusuf in 2009 standrechtelijk werd geëxecuteerd tijdens een succesvol offensief door het leger, vertaalde de huidige leider Abubakar Shekau zijn boodschap enkel in geweld."

"Boko Haram leunt op dwang en ontvoeringen, maar ook nog op de volgelingen van Yusuf. De vader van Zahara'u zou weleens van die generatie kunnen zijn. Iemand die echt gelooft dat hij het goede doet."

Terrorisme-expert Amaechi Nwokolo vindt dat er te weinig oog is voor de misère waarin veel noorderlingen zich bevinden. "Ik ben bij gezinnen geweest die hun kinderen bruin water moeten laten drinken omdat er geen enkele watervoorziening is. Of gezondheidszorg. Of scholen. Mensen voelen zich totaal vervreemd van de staat en grijpen uit wanhoop naar alternatieven. Zahara'u's geval is niet uniek."

Rijkeluiskinderen

En de rijke jongeren dan die zich tot terreur bekennen? Zoals Umar Farouk Abdulmutallab, zoon van een bankier, die op Eerste Kerstdag 2009 op een vlucht van Amsterdam naar Detroit een explosief tot ontploffing probeerde te brengen. Of Mohammed Uwais, de zoon van een opperrechter, die zich onlangs bij Islamitische Staat zou hebben gevoegd.

Nwokolo: "Het klinkt gek, maar die jongeren worden ook geraakt door de armoede. Ik heb vaak gezien hoe de armen elke avond rijendik aan de poorten van de rijken staan te bedelen. Die rijkeluiskinderen krijgen daardoor een afkeer van kapitalisme en nemen extreme maatregelen."

In de strijd om de presidentsverkiezing, die hij verloor, begon vertrekkend president Goodluck Jonathan opnieuw een succesvol bliksemoffensief tegen Boko Haram, nu met de hulp van buurlanden. Maar een militaire oplossing alleen is niet genoeg, vinden zowel Osaghae en Nwokolo. "Deze strijd kun je alleen winnen door de sociaal-economische ongelijkheid op te heffen", zegt Nwokolo. "En we weten niet eens hoeveel lokale cellen Boko Haram heeft in Tsjaad en Niger. Terreur verspreidt zich in de sub-Sahara. De bevolking groeit hard, de middelen blijven achter; corruptie en ongelijkheid blijven bestaan."

Zahara'u zou meer kunnen vertellen over Boko Haram. Ze is ergens in Kano. Waarschijnlijk bij de politie. "Het gaat goed met haar. Ze komt aan en krijgt privéles", vertelt politiewoordvoerder Musa Magaji Majia, een joviale jongeman, die vraagt of hij ondertussen mag bidden op het kleed naast zijn bureau. "Zahara'u was op weg naar mijn kantoor om met u te spreken. Maar mijn baas wil haar niet verder belasten. Ze moet genezen."

Majia heeft zich haar zaak persoonlijk aangetrokken. "Niemand kan aan Boko Haram ontsnappen. Mijn broer, een voormalig politiecommandant, is twee jaar geleden in zijn huis vermoord door Boko Haram. Ik zorg nu voor zijn vier kinderen."

Waarom weten we eigenlijk niks over de naamloze zelfmoordenares op de foto uit het mortuarium? "Familie of bekenden hebben zich niet gemeld. Waarschijnlijk uit angst om als verdachten te worden behandeld. Onder de Nigeriaanse antiterreurwet is veel toegestaan", legt journalist Abdulkadir Badsha Mukhtar uit. "Of ze zijn bang in het vizier te komen van Boko Haram. Dus houdt iedereen liever zijn mond. En komen we nauwelijks verder."

Sub-Sahara terreur

Het Nigeriaanse Boko Haram, in 2002 opgericht, is met gemiddeld 24 doden per aanval de dodelijkste terreurgroep in Afrika, én in de wereld. Sinds de hergroepering in 2009 heeft Boko Haram volgens de Nigeria Social Violence Dataset naar schatting 11.000 doden veroorzaakt in Nigeria, Tsjaad, Niger en Kameroen.

Het Somalische Al-Shabaab, actief sinds 2007, leek aan kracht in te boeten door het optreden van de Afrikaanse interventiemacht. Maar vorige week trad Al-Shabaab weer in de schijnwerpers door de massamoord op 147 studenten in het Keniaanse Garissa. Kenia, dat deel uitmaakt van de interventiemacht, werd in 2013 al in rouw gedompeld door de aanval op een winkelcentrum. Ook in Somalië blijft Al-Shabaab regelmatig toeslaan.

De strijd van Toearegs, voor autonomie in het noorden van Mali, en die van de jihadistische terreurgroepen Ansar Dine en Mujao raakten in 2012 verstrengeld. Het leidde tot honderden doden, verwoesting van cultureel erfgoed en ontvoeringen. In Mali werd drie jaar geleden de Nederlander Sjaak Rijke gegijzeld. Hij kwam gisteren vrij dankzij de Franse interventiemacht, die de opstand grotendeels onder controle heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden