Band tussen de generaties als hulpbron

Graag of niet: iedereen is met familie verbonden. De bedenker van de contextuele therapie, Nagy, overleed vorige week. In Nederland promoot Hanneke Meulink- Korf zijn benadering. Die is onder jongerenwerkers populair, en vooral onder predikanten.

’Klein was hij, onopvallend. Het type dat de administratie doet.” Hanneke Meulink-Korf kan zich die eerste keer halverwege de jaren zeventig nog precies herinneren. Zij was therapeute voor alleenstaande ouders, Ivan Borszormenyi-Nagy bezocht Amsterdam voor een workshop.

De vorige week overleden Amerikaans-Hongaarse psychiater Nagy (spreek uit nodzj) leek niet op de zoveelste psychogoeroe die uit de VS wordt ingevlogen om een spetterende onemanshow te geven.

Daarvoor miste hij niet alleen het voorkomen, hij was er ook te zorgvuldig voor, zegt Meulink. Maar ambitieus was hij wel. Het zal hem ’vast wel’ moeite gekost hebben dat zijn bijdrage aan psychiatrie, antropologie en psychologie minder school heeft gemaakt dan waar hij van droomde.

Die bijdrage, zegt Meulink die samen met haar collega-theoloog Aat van Rhijn in 1997 promoveerde op Nagy, was de uitwerking van Heilung aus der Begegnung. Dat idee ontleende Nagy aan de Duits-Joodse filosoof Martin Buber, over hoe een mens geneest door anderen te ontmoeten. ’Significante anderen’, zoals Nagy zei: de mensen die ertoe doen, je ouders, broers, zussen, kinderen.

Meulink: „Buber dacht bij ’ontmoeting’ vooral aan iets eenmaligs, zoals je bij iemand in de taxi kunt belanden. Nagy zag het meer in de duurzame relatie, de blijvende band tussen generaties.”

Meulink sprak Nagy voor het laatst in 2001 in diens geboortestad Boedapest, voor een vergadering van de European Family Therapy Association. Meulink: „Family wordt meestal vertaald als ’gezin’. Terecht, maar niet bij Nagy. Hij ziet de mens als deel van een context van generaties, met wie je door vele draden verbonden bent.”

Het nieuwe van zijn aanpak, zegt Meulink, is ’loyaliteit’. „Dat begrip lag slecht bij psychologen.” Het had een politieke, bijna foute bijklank. Nagy’s hoofdwerk ’Invisible Loyalties’ uit 1973 verscheen in Duitsland als ’Unsichtbare Bindungen’. Toch is het begrip ongeveer ingeburgerd, stelt Meulink. „Een kind is loyaal aan zijn vader, en aan zijn moeder. Hoe die loyaliteit tot, zeg, moeder werkt, komt tot uiting in de verhouding tot de vader. Loyaliteit is dus altijd een loyaliteitsconflict en een dilemma. Ga ik dit weekeinde iets met mijn vader doen, of iets voor mezelf?”

Als je er niet uitkomt, vader niet kunt complimenteren zonder moeder te kwetsen, krijg je een ’gespleten loyaliteit’ – een begrip dat ook buiten de kringen van Nagy-volgelingen ingang heeft gevonden.

In de therapie van Nagy gaat de therapeut op zoek naar wat er in alle ontwrichting aan ’kruimels van betrouwbaarheid’ te vinden is. Meulink: „Stel, je hebt een gezin met een jongen van 17 die maandenlang de boel belazerd heeft: hij deed alsof hij zijn examen voorbereidde, maar is nooit op school geweest. Zijn vader en moeder zijn er ook, maar hun huwelijk is niet denderend; hij heeft een vriendin. Dan vraag je als therapeut: om wie maak jij, jongen, je het meeste bezorgd? Hij zegt: mijn moeder. Zegt de therapeut tegen moeder: zie je die bezorgdheid? Zegt de moeder: wat heb ik aan bezorgdheid als die jongen liegt en bedriegt?”

Dat is het begin van verbetering, denkt Meulink. „Die bezorgdheid, die loyaliteit is de hulpbron die je gaat mobiliseren.” Het einde is geen gegarandeerd sprookje, maar er kan wel iets moois gebeuren: dat de zoon inziet dat hij zijn ouders ’afschuwelijk verdriet heeft gedaan’ door te liegen, dat de vader zijn vreemdgaan erkent en een start maakt om het met de moeder zo te regelen dat ze weer ouders kunnen zijn voor de zoon. Of de zoon alsnog gaat blokken voor zijn examen, en de ouders hun huwelijk herstellen, dat is nog maar de vraag. „Maar het vertrouwen is terug. Je ziet dan alle partijen herademen.”

Volgens Meulink, docente pastoraat in Leiden en zelf contextueel therapeut in het spoor van Nagy, beschouwt de klassieke gezinstherapie de jongen uit de casus als een ’symptoomdrager’, de persoon die het conflict tussen zijn ouders uitleeft door spijbelen en blowen. Dat is, zegt Meulink, inderdaad óók het geval, maar de contextuele aanpak kan meer betekenen, doordat hij de krachtbron van de loyaliteit mobiliseert.

Nog een verschil tussen ’gewone’ en Nagy-therapie: dat de therapeut zich probeert te verplaatsen in elk van de partijen en vanuit elke positie kijkt naar de loyaliteiten. De reguliere benadering is ’empathie’, het invoelen van wat cliënten raakt en beweegt. Meulink: „Maar dat is soms niet op te brengen. Als iemand zijn kind heeft misbruikt, dan kan ik niet empathisch zijn. Dat lukt me ethisch niet. Ik kan, iets afstandelijker, me wel verdiepen in de loyaliteiten.” Dan kan duidelijk worden waar de onbetaalde en doorgeschoven rekeningen uit het verleden liggen – en hoe de gestagneerde balans in het grootboek weer in beweging te krijgen. Meulink: „Kloppend krijg je die rekening nooit.”

Bij Nagy is, zegt Meulink met instemming, ruimte voor schuld en schuldgevoel. „Bij de meeste psychologen bestaat de neiging om het tot gevoel te reduceren, iets waar je van afgeholpen moet worden. Nagy zag in dat je iemand echt iets kan hebben aangedaan, en dat je bij een ander in het krijt kunt staan.” Schuldgevoel zomaar wegmasseren of zeggen: ’Je kon er niets aan doen want je was onder invloed’ is voor Meulink niets minder dan het ’afnemen van je verantwoordelijkheid’.

In Nederland heeft de contextuele benadering flink wortel geschoten; ze is en vogue bij schoolbegeleiders, in de jeugdzorg. Binnen de European Family Therapy Association is ’Nagy’ een kleintje gebleven. Meulink: „Hij spoort niet met de dominante ideologen van het individualisme.” Terwijl de pest van de maatschappij de verbrokkeling, het uiteenvallen van verbanden is. Wat Nagy heeft uitgewerkt bevordert juist het gebinte van de maatschappij, zegt Meulink stellig.

Flinke weerklank vindt Nagy bij pastores. Meulink vertelt dat ze samen met de inmiddels overleden Aat van Rhijn kritiek had op de meest gangbare pastorale opleiding in Nederland, de klinisch pastorale vorming. Ze vonden die ’te individualistisch, met te weinig oog voor het relationele, te veel geënt op humanistic psychology ook’. De Stichting Contextueel Pastoraat leidde al een flink deel van de Nederlandse predikanten op.

Met de dood van haar leermeester zit de taak voor Hanneke Meulink-Korf er niet op. Integendeel, zegt ze. De drive van Nagy heeft zij ook, net als de overtuiging dat we eens allemaal voor het ’transgenerationeel tribunaal’ moeten verschijnen: een hof van de komende generaties, de ’kinderen van straks’ die ons ter verantwoording roepen.

Meulink: „Mijn overtuiging is dat we iets goeds bijdragen aan de samenleving met deze benadering.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden