Opinie

Banale balletterie op blote voeten

HEERLEN - De taal van het lichaam laat zich universeel verstaan. Dat het vijftien dansers sterke Euregio-gezelschap zich woensdagavond voor het eerst in Heerlen consequent als Dans Forum/Tanz Forum/Forum de la Danse presenteerde, heeft dan ook vooral met de drie initiatief nemende theaters te maken.

De directeuren van het theater Aken, de stadsschouwburg Heerlen en de Opera de Wallonie van Luik wisten voor drie jaar een overgangssubsidie van 2,2 miljoen uit het Europees fonds voor interculturele samenwerking, Interreg II, en diverse particuliere regionale fondsen uit de Rijn-Maas-regio binnen te halen. Samen staan zij bovendien garant voor de nieuwe jas die het in 1995 van subsidie beroofde Tanzforum Keulen van Jochen Ulrich in de Heerlense stadsschouwburg krijgt aangeboden. Kortom, iedereen tevreden, Ulrichs besloten vennootschap is voorlopig uit financiële nood, Heerlen mag als zetel van de fel begeerde regionale balletgroep met de eer strijken en bovendien pikken Aken en Luik hun graantje mee. Ten slotte, maar niet ten minste: de hele bevalling kostte Den Haag geen centje pijn. Voorlopig althans, want al wordt aangekondigd dat het Interregg-II-geld voor een overgang van gesubsidieerde naar vrije markt-activiteiten is bestemd, wordt er geen geheim van gemaakt dat het multinationale Euregio Dans Forum lonkt naar subsidie via het aanstaande Kunstenplan.

Krachtmeting

Toch zal daarvoor nog heel wat water door Rijn en Maas moeten stromen. Ulrichs eerste visitekaartje is een bombastische banalisering van de krachtmeting tussen Serge Diaghilev, de legendarische impresario van de Ballets Russes (1909-1929) en twee van zijn favoriete choreografen, Vaslav Nyinsky en Leonid Massine. Ik betwijfel of zijn potsierlijke verheerlijking van narcisme in dans ook benoorden de rivieren wordt gewaardeerd. Mij schoot het in het verkeerde keelgat. Ingeklemd binnen de driehoek Brussel-Wuppertal-Den Haag lijkt de artistieke koers van Ulrich en zijn Belgische assistent en solodanser Fabrice Jucqois vooral gericht te zijn op het gelijktijdig tappen uit de drie vaatjes. Béjarts hartstochtelijke en van narcisme doortrokken erotiek overheerst, maar is stevig aangelengd met het realisme à la Bausch en met althans een poging tot Van Manen-styling. Met name de aankleding van diens 'Grosse Fuge' is overgenomen. Het resultaat van deze mengelmoes is bar en boos, want geen vlees, geen vis en geen kaas.

Hoe zeer Jochen Ulrich ook pretendeert op zoek te zijn naar Diaghilevs passie voor schoonheid in Gesamtkunst, in werkelijkheid laat hij die kunsthistorische speurtocht afglijden tot de homo-erotische passie die de man voor zijn twee favoriete Russische dansers voelde. Voor de pauze wordt het wereldvreemde dansdier Nyinsky (Sergio Bustinduy Soriano) getemd en tenslotte gedropt omdat hij zijn opdrachtgever ontvluchtte in een huwelijk met Romola de Pulsky. De echte Nyinsky sprong weg in gekte en sloot zich op in autisme. Die van Ulrich doet het hem bekkentrekkend, ogen rollend, stuiptrekkend na. De zelfs tot platte neukpartijen teruggebrachte choreografie, op denderend geraas van Rimkski Korsakovs 'Shéhérazade', wordt soms nog opgeluisterd door beroemde poses uit Nyinski's mooiste rollen. Maar wie in de Heerlense schouwburg zal deze herkend hebben? Zowel de danser als zijn tiran Diaghilev blijken een multiple persoonlijkheidsstructuur te hebben, want nemen elkaar in vijfvoud te grazen: vijf dansers in lange rok en met ontbloot bovenlijf tegen vijf tirannen in zwarte pandjesjas.

Na de pauze herhaalt de geschiedenis zich, want dan krijgt aartscharmeur Leonid Massine (Fabrice ucqouis) de oren gewassen, ditmaal op muziek van Gavin Bryars. Hoewel Massine zijn tiran slimmer wist te bespelen, moet ook hij het afleggen omdat hij zijn inspiratrice Lydia Sokolova prefereert. Niets maar dan ook niets van de sprankeling der Diaghilev-seizoenen blijft in deze semi-biografische balletterie op blote voeten over. De Narcissussen, Sebastianen, Josephs, Blauwe Goden, Faunen en noem maar op rollen, snoekduiken, kronkelen happend naar lucht en sproeiend als lekke douches in het rond. Hoe kan zo'n rijke kunsthistorische bron als het Ballet Russe zo vergiftigd raken? Arme, arme Richard Buckle. Zelfs deze magistrale biograaf van zowel Diaghilev als Nyinsky zou na dit gevis in troebel water niet weten wie in deze bizarre Gay Games nou eigenlijk wie te grazen neemt. En dan te bedenken dat dit nog maar het middendeel is van een drieluik dat in 1999 in Innsbruck wordt voltooid. Eerst wil Ulrich zijn groep echter in de draaikolk van het Spaanse surrealisme werpen, voor de tweede Euregio-productie in februari. Moge Lorca en Dalí veel bespaard blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden