Opinie

Ballet

Drieënvijftig jaar na Hans Snoeks 'Jantje's Toverfluit' als bevrijdingsballet in Carré, ensceneren Toer van Schayk en Wayne Eagling Mozarts 'Toverfluit'. Maar waar is Mozart, vraagt zowel Trouws balletcritica als Trouws muziekrecensent zich af? Een duizelingwekkende sample, dat wel.

Met het ballet 'Jantje's Toverfluit' werd in februari 1946 in theater Carré het startschot van de bevrijde theaterdans in ons land gegeven. Wayne Eagling was nog niet geboren, Toer van Schayk (1936) was misschien wel ooggetuige van die creatie van choreografe Hans Snoek, regisseur Abraham van der Vies, schilder Hans van Norden, componist Wim Franken met achttien uitgehongerde dansers. Hij moet er in ieder geval van gehoord hebben hoe onder auspiciën van Het Parool voor in allerijl geronselde schoolkinderen werd gedanst: met wat knullige geveltjes van bordkarton, kostuums van oude gordijnen en amper plaats voor een sprong. Maar. . . 'De toverfluit' liet de driekleur weer stijf wapperen.

O tempora, o mores? Drieënvijftig jaar later blijken ook Toer van Schayk en Wayne Eagling zich met een kinderlijke hartstocht bij de Scapino Ballet-kruistocht naar de kinderziel aan te sluiten.

Maar hoe! Met het twee uur durend spektakel dat zij met zo'n zestig dansers, de technische dienst en het kostuumatelier uit de Muziektheater-fantasy factory trekken, willen de twee kinderloze chore-auteurs via de kinderen ook de ouders weer in de magie van danstheater laten geloven. Nog altijd gaat Mozarts meesterbrein om vrijheid scheppende liefde, en daarmee om het te herstellen vertrouwen in liefde die juist ouders als voorbeeld aan hun kroost zouden moeten stellen. Dat alles kan alleen wapperen onder de zon als er geschipperd mag worden.

En er wordt, anno 1999, in decoratieve, theatertechnische, choreografische en danskunstige zin ontzettend veel geschipperd. Van Schayk, de Leonardo da Vinci aan de Amstel, 'never takes an easy ride' zullen zijn Sarastro Van Dantzig en Monostatos Van Manen beamen. Over deze productie zou een dik boek geschreven moeten worden: zo'n bizarre rijstebrij van danshistorische citaten, psychologische puzzlestukjes en symbolische metaforen zag ik zelden. Maar wat de twee chore-auteurs als illusie koesterden, lieten zij na als choreografen te realiseren. En dat is niet alleen aan tijdgebrek te wijten. Van Schayk trok als beeldend kunstenaar al denkbare registers open. Onder de eeuwig draaiende zon en boven de orkestbak is het gelaagde podium van veertig bij dertig meter één mondiaal mythisch voorwendsel: hier zijn alle religieuze cultuurresten die zich in een Weens plaatjesalbum anno 1791 (het jaar waarin Mozart deze opera componeerde) in een beschimmelde bunker ingebonden: goud op snee. Jantje's fluitje van nog geen cent werd een gesponsorde fluit om antiquarische illusies op te roepen. Een happy end voor een miljoen, maar kijk dan vooral niet naar de verkilde daklozen in hun kartonnen hulzen. Voor een man die zich altijd zo cultuurpessimistisch over de natuurvernietigende consumptiewereld uitlaat is het wel paradoxaal dat hij zijn liefde voor kinderen zo mateloos consumptiegericht liet gaan. Exotisch betekende in Mozarts wereld toch ook een vrijbrief om te fantaseren over Europa's wingebieden. Dus staan de eerste opgezette krokodillen en dinosaurussen ook voor een echte stoomblazende draak. Het is maar één voorbeeld van Van Schayks vernuft. Laat hem maar stoeien met hefbomen, valluiken, lichtbatterijen, spuitbussen en een ware overdaad aan kostuums en attributen. De eeuw der extremen voorbij is het hoofdmotief niet meer de esoterische beproeving van liefde met de scheiding van zon en maan. Nee, dat is het virus van de voogdijproblematiek in al die gescheiden gezinnen. Gek genoeg hoeft Pamina in de strijd tussen haar vader en moeder geen tweede moeder of vader te vrezen. Ma wenst Pa met al zijn Ichnatische capsones geen god te achten. Wat ze gelijk heeft als zij dus die Tamino en Papageno als haar Max und Moritz inschakelt om dochterlief uit vaders macht en zijn sociaal werker Monostatos te halen.

De ouderstrijd als inzet voor de grondrechten van de mens is over drie paren verdeeld: Anna Seidl en Nicolas Rapaic staan voor de hogere politiek van Dag en Nacht, Larissa Leshnina en Altin Kaftira belichamen Julia-Eurydice en Romeo-Orpheus, en natuurlijk is er de punky nesteldrang van lolbroek Wim Broeckx en lichtvoet Sofiane Sylve als aanstaande familie Specht. Het lijkt makkelijk te volgen in alle zilveren chorus-liners op en tussen verschuivende trappen en pilaren, maar dat is het niet. Waarom dat bijzondere gezichtspunt dat alles zich afspeelt in een bunker? Is dat het brein van een kunstenaar die erkent dat alle bezwerend gefluit levenslang tot ons lymbisch systeem veroordeeld is? Alle karikaturen, contrasten, groepsformaties, metaforen, isolaties en vooral het gepuzzel blijft een beroep op een ondoordringbaar, afgeschermd brein.

Toch wordt er werkelijk alles auteursrechtelijk geklutst: de jaren-vijftig-virtuositeit van het Engelse en Russische Ballet (Eaglings aandeel?), de jaren-zestig-nostalgie van Van Dantzig en Van Schayk, Balanchine's neoclassicisme, de MGM-shows en zelfs de koren van Aeschylus. Mastermind Van Schayk laat hier de reeds gestorven diersoorten dwalen, zoals verrukkelijke oorvlegelmuisjes, spitsbokken, maskersnawaven en een dubbele centaur. Water kolkt witwapperend, vuur vlamt roodstekelig en een reuzenspin valt in korenaren en zeisen uiteen. Ter finale nog even een batterij rode en blauwe pluimen voor zestien paren. Overdaad schaadt, het corps is een regelrechte aanfluiting, de solisten doen wat zij kunnen, met de Spechten als kolderieke uitschieters. Ik keek mijn ogen uit en verbaasde me over de sacrale stroefheid. Ik miste Mozart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden