Opinie

Ballet

AMSTERDAM - “Een legpuzzel!” Zo karakteriseerde Jan Pieter Koch de lappendeken van Mozart-muzieken die moest dienen als ondergrond voor het nieuwe Eagling/Van Schayk-ballet 'De Toverfluit'.

Koch is artistiek coordinator van het Nederlands Balletorkest en hij adviseerde de beide choreografen bij de muziekkeuze. Er mocht de hele avond geen noot uit Mozarts opera 'Die Zauberflote' klinken.

“Er mag geen identificatie met Mozarts opera zijn”, vertelt Koch een paar dagen voor de première. “Het mocht geen gedanste opera worden. We hebben er ook naar gestreefd om vrij onbekende muziek van Mozart te gebruiken, anders is het publiek te veel bezig met het proberen te plaatsen van de muziek en verliest men de concentratie voor het ballet.

Er is een grappig scala aan muzieken ontstaan, waarbij al snel bleek dat Mozarts theatermuziek het best voor het doel te gebruiken was. Zijn symfonieën waren niet geschikt, maar de ouvertures, divertimenti en serenades voldeden prima.''

Koch, Eagling en Van Schayk stonden voor de schier onmogelijke taak om voor de muzieken die Mozart als een maatpak op zijn personages Papageno, Tamino, Pamina, Konigin der Nacht, Sarastro en Monostatos sneed, alternatieven te vinden. Muziekikonen (Koch ontkent overigens dat dergelijke ikonen bestaan) als de wraakaria 'Der Holle Rache' van de koningin, Papageno's 'Der Vogelfünger bin ich ja', Tamino's 'Bildnis'-aria of Sarastro's 'Heilige Hallen'-evocatie laten zich maar moeilijk uit het hoofd bannen bij het zien van deze personages.

In de 'legpuzzel' bleken woensdagavond redelijk veel stukjes niet te passen. Op zich was het verrassend om Papageno te zien dansen op muziek uit 'Ein musikalischer Spass', Pamina's wanhoop vertaald te horen naar het adagio uit het strijkkwartet KV 156, of de Konigin der Nacht haar wraakgevoel te zien uitdansen op de ouverture 'La clemenza di Tito' (een opera over de mildheid van Titus - wel een wat vreemde keus op dat moment in het verhaal). Er zaten echt rake muzikale vondsten in (de plotselinge veroudering van Papageno op een totaal mislukte cadens uit 'Ein musikalischer Spass', de eerste opkomst van de Konigin der Nacht op de inleiding tot het pianoconcert KV 466), maar het waren vondsten om de vondsten.

In tegenstelling tot wat meerdere malen in het programmaboekje wordt verteld, is de nieuwe partituur geen geheel; het is een gemetseld gebouw waaruit de cementlaag is verdwenen.

Mozart besteedde in zijn composities bijzonder veel aandacht aan structurele elementen. Door middel van ogenschijnlijk minuscule motiefjes, toonsoortvoortgangen, accenten en fraseringen ontstond een muziek-dramatische eenheid die steeds uniek was; die dramatische eenheid kon niet anders dan afwezig zijn in deze Mozart-muziekrevue. Als muzikaal geheel is dit avondvullende ballet dan ook niet geslaagd. Het meest storend zijn nog de paar klavecimbel-passages, die gecomponeerd werden om verschillende toonsoorten aan elkaar te lassen.

In de steeds wisselende bezettingen (van strijkkwartet tot vol symfonieorkest) liet het Nederlands Balletorkest onder leiding van Mozart-specialist Florian Heyerick woensdagavond behoorlijk wat steken vallen. Het klonk slordig en tamelijk ongeïnspireerd.

Het was oneigenlijke kritiek, maar ik kon mijn buurvrouw wel begrijpen. Die riep na afloop zachtjes uit:

“Zo! En nu zingen!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden