Balkenende verloochent principes

CDA-leider Balkenende doet er goed aan van het CDA weer een beginselpartij te maken in plaats van een kille bestuurderspartij. Hij mag zelfs niet de theoretische mogelijkheid van samenwerking met Fortuyn openlaten. Dat heet strategisch, maar is lichtvaardig.

Gert Jan de Vries

Er is het nodige te doen over de vraag of het wenselijk zou zijn dat het CDA expliciet eventuele samenwerking met de Lijst Fortuyn zou moeten uitsluiten, of niet. Het gaat hier in wezen om een vrij vage en, vanuit staatsrechtelijk oogpunt, rijkelijk voorbarige discussie, waarbij er nu al van uitgegaan wordt dat het CDA haar spilpositie in het politieke spectrum terugverovert, en dat Pim Fortuyn erin slaagt om zijn inval in het politieke bedrijf met een geslaagde parlementsverkiezing te bekronen.

In plaats van af te tasten in hoeverre andere politieke partijen en bewegingen in aanmerking zouden komen voor eventuele samenwerking in een eventueel te vormen coalitie na 15 mei, zouden afzonderlijke partijen er beter aan doen bij de eigen beginselen te rade te gaan, en zich af te vragen wat -niet wie- men wel en wat per se niet wil. De lijsttrekker van het CDA, Jan Peter Balkenende, zegt dit te doen en op grond van die inhoudelijke afweging Pim Fortuyn niet bij voorbaat uit te kunnen en willen sluiten. Vanuit politiek-strategisch oogpunt mogen zoveel mogelijk opties voor politieke samenwerking misschien wenselijk zijn voor het CDA. Vanuit het perspectief van de CDA-beginselen kan daarop evenwel het nodige worden afgedongen.

Het bijzondere van het CDA is -en dat verklaart zijn traditionele spilpositie in het politieke krachtenveld- dat het meer dan andere partijen vrijheid en gezamenlijkheid, bijzonderheid en collectiviteit in één politieke ideologie samenbrengt, juist vanuit de gedachte dat het een niet zonder het ander kan.

In de context van de positie waarin het CDA zich thans gemanoeuvreerd ziet -wel of niet samenwerken met Fortuyn?- komt nog een andere vraag op, die al speelt zolang het CDA bestaat. Die vraag luidt of het CDA primair een beginselpartij is, of veel meer een bestuurderspartij die zich en passant laat leiden door een aantal (christen-democratische) beginselen. Vooral door toedoen van het tijdperk-Lubbers, tussen 1982 en 1994, heeft het CDA zich ontwikkeld tot een bestuurderspartij. Dat maakte de partij machtig maar ook kwetsbaar, juist omdat de grondslag van beginselen waarmee politiek bedreven zou moeten worden uit het zicht dreigde te raken en het CDA te zeer vereenzelvigd werd met personen. Voor de te grote fixatie op politieke en bestuurlijke macht is het CDA in 1994 genadeloos afgestraft.

De vraag is, kijkend naar Fortuyn, daarom zeer wel aan de orde: moet het CDA zich in zijn handelen primair laten leiden door overwegingen van (machts)-politieke strategie of primair door een stelsel van, in de christelijk-sociale traditie wortelende, beginselen. Ik wil pleiten voor het laatste.

Voor het CDA moet niet zozeer de vraag zijn wat Fortuyn in concrete gevallen wil, maar waarop hij zijn handelen baseert. Zonder enige aanspraak noem ik enkele, in mijn ogen centrale, waarden van Fortuyn:

- Culturen zijn ongelijkwaardig, of zijn zelfs minderwaardig ten opzichte van de 'westerse' cultuur.

- Solidariteit houdt op bij de landsgrenzen.

- Conflict in plaats van harmonie. Harmonie en consensus worden door Fortuyn vereenzelvigd met het door hem verfoeide poldermodel.

- Zakelijkheid in plaats van gezamenlijkheid ('subsidie-socialisten'). Zo moet de gezondheidszorg 'teruggegeven' worden aan ondernemende medisch specialisten.

- Het je discriminerend uitlaten jegens of over anderen moet mogen, ook als dat ten koste gaat van Artikel 1 van de Grondwet.

Of Fortuyns beginselen zakelijk zijn, wil ik hier in het midden laten (ik denk overigens van niet). Harteloos zijn ze in ieder geval wel. Dermate harteloos, dat Balkenende zelfs niet de theoretische mogelijkheid van een samenwerking met Fortuyn zou moeten openlaten. Een reflectie op de grondbeginselen van het eigen handelen leert dat het CDA Fortuyn principieel zou moeten uitsluiten. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat het CDA in Rotterdam, waaraan ik mijn stem heb gegeven, zo lichtvaardig in zee is gegaan met het door Fortuyn aangevoerde Leefbaar Rotterdam.

Vanuit een christelijk-sociale traditie zijn vrijheid en gezamenlijkheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Fortuyn doorbreekt het gebod van gezamenlijkheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid door maatschappelijke groeperingen van 'onze' cultuur uit te sluiten. Daarmee wordt de aanzet gegeven tot maatschappelijke verbrokkeling, tot afkeer en zelfs haat, tot wij tegen zij, kortom tot het afzweren van centrale geboden als gerechtigheid, solidariteit, rentmeesterschap en gespreide verantwoordelijkheid. En dat mag, zeker vanuit het perspectief van het Christen-Democratisch Appèl, nooit en te nimmer gebeuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden