Balkenende mag wat katholieker worden

Het kabinet hamert voortdurend op de eigen verantwoordelijkheid. Maar premier Balkenende dreigt de onderlinge solidariteit te vergeten.

Een van de meest actuele boeken die ik de laatste jaren heb gelezen, is het proefschrift uit 1992 van de huidige premier Jan Peter Balkenende. In 'Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties' schrijft hij over de vraag welke taken de overheid zelf moet uitvoeren en welke zij kan overlaten aan maatschappelijke organisaties. Op veel punten relativeert Balkenende de rol van de overheid. Ook nu, in het kabinet-Balkenende, legt hij meer verantwoordelijkheid neer bij burgers en maatschappelijke organisaties. Steeds zijn daarbij drie hoofdlijnen te onderscheiden:

Ten eerste moeten zaken privaat worden georganiseerd, tenzij er een goede reden is om het publiek aan te pakken. Mensen en organisaties hebben veel vermogen, kracht en mogelijkheden om de zaken zelf ter hand te nemen en deze in te richten.

Ten tweede moeten zaken op decentraal niveau worden georganiseerd, tenzij er een goede reden is om het centraal aan te pakken. Dit ligt in lijn met het subsidiariteitsbeginsel, dat ervan uitgaat dat het laagste niveau het startpunt moet zijn.

Ten derde is pluriformiteit het uitgangspunt, tenzij minimumnormen worden geschonden. Het is ook een teken van geloof in de samenleving in al haar facetten.

Het kabinet draagt dit steeds uit: de trits zelf-doen, zelf-financieren en zelf-reguleren moet meer op de voorgrond worden geplaatst. Vanuit de hem zo bekende protestantse leer noemt Balkenende het beginsel van de soevereiniteit in eigen kring, het beginsel dat organisaties zoveel mogelijk los van de overheid hun inrichting bepalen. Dit beginsel is ontstaan uit een vrijheidsstreven, waarbij de rol van de overheid naar de achtergrond moest.

Het interessante is dat Balkenende in zijn proefschrift, veelal ook puttend uit het werk van katholieke denkers als Hirsch Ballin, ook de katholieke sociale leer betrekt. En dan met name het subsidiariteitsbeginsel, dat bepleit dat zaken op een zo laag mogelijk niveau georganiseerd worden, hetgeen is voortgekomen uit een solidariteitsgedachte. Wanneer iets niet op het laagste niveau georganiseerd kan worden, om kwalitatieve of kwantitatieve redenen, dan gaan we een niveau hoger. Een individu gaat naar zijn directe omgeving (familie), school, verenigingen, (katholieke) organisaties, et cetera. Ook binnen het openbaar bestuur wordt deze van onderaf opgebouwde hiërarchie bepleit: gemeente-provincie-nationale overheid-Europese Unie is de volgorde.

Vaak worden de twee begrippen, soevereiniteit in eigen kring en subsidiariteit, ook in christen-democratische kringen, op één hoop gegooid. Onjuist. Beide hebben zelfregulering als uitgangspunt. Maar het subsidiariteitsbeginsel geeft ook nadrukkelijk nog een rangorde aan en verbindt overheid en samenleving. En wanneer op basis van het subsidiariteitsbeginsel doorgeredeneerd wordt en zaken op het lagere niveau niet georganiseerd kunnen worden, kom je voor een aantal zaken, bijvoorbeeld op het punt van de solidariteit, uiteindelijk, bij de centrale overheid uit.

Bij soevereiniteit in eigen kring hoeft dat niet. Dan staan organisaties meer op zichzelf; in zekere zin geïsoleerd, waardoor nuttige en noodzakelijke relaties tussen organisaties onderling en tussen maatschappelijke organisatie en overheid gemist worden. Dat is ook een punt waar CDA-prominent Bert de Vries recentelijk op doelde.

In het kabinet heeft Balkenende ook nog eens te maken met de VVD, die juist een aantal zaken centraal wil houden en meer vertrouwen heeft in de publiek-centrale aanpak, waar Balkenende zaken liever privaat-decentraal organiseert. Voorbeelden van dit liberaal centralisme: het willen afschaffen van de onroerendezaakbelasting, terughoudendheid bij uitvoering van sociale zekerheid door private, decentrale organisaties en het weer onder ministeriële verantwoordelijkheid brengen van zelfstandige bestuursorganen. In het gunstigste geval willen de liberalen decentraliseren.

Echter, subsidiariteit is wezenlijk anders dan decentraliseren. Decentraliseren is meer afschuiven, is hooguit postume subsidiariteit, waarbij de mensen vaak al afgehaakt zijn.

Concluderend kunnen we zeggen dat het proefschrift van Balkenende nog immer actueel is en dat hij op dit moment, terecht, met de uitvoering bezig is. Helaas werkt een op enkele punten centralistisch denkende VVD tegen en hanteren Balkenende cum suis zelf te veel het beginsel soevereiniteit in eigen kring. Hij zou het katholieke subsidiariteitsbeginsel, dat meer doorklinkt in zijn proefschrift dan het protestantse soevereiniteit in eigen kring, ook in zijn beleid meer naar voren moeten laten komen.

Het subsidiariteitsbeginsel heeft meer een dynamisch karakter, is daardoor wezenlijk anders dan de klassiek-liberale benadering, meer open dan de soevereiniteit in eigen kring, en heeft de flexibiliteit om de beste kanten van de ordening te kiezen. Het subsidiariteitsbeginsel waarborgt meer de solidariteit, betrekt ook mensen van buiten de eigen 'kring'. Juist op dat punt, de verbinding met de mensen, krijgt het kabinet vaak kritiek. Kortom, Bal-

kenende zou bij het vormgeven van zijn beleid meer moeten aansluiten bij zijn eigen proefschrift en het subsidiariteitsbeginsel moeten laten prevaleren boven de soevereiniteit in eigen kring, juist omwille van de verbinding samenleving-overheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden