Balkantopper Slovenië dreigt een zorgenkind te worden

Bedorven politiek klimaat blokkeert aanpakken economie

ERIC BRASSEM

Lang gold Slovenië als het braafste jongetje in de klas van Balkanlanden. Het land, dat zich in 1991 los maakte uit Joegoslavië, werd lid van de Europese Unie in 2004, en trad in 2007 toe tot de eurozone. Maar de politieke problemen van Slovenië (2 miljoen inwoners) zijn nu zo groot dat het toch een zorgenkind dreigt te worden.

Na maanden van getob is de centrum-linkse regering van premier Borut Pahor dinsdag gevallen. De regering verloor een vertrouwensvotum in het parlement. Slechts 36 van de 90 parlementariërs steunden Pahor.

Oorspronkelijk bestond zijn coalitieregering, die aantrad in 2008 en aan zou blijven tot september 2012, uit vier partijen. Maar eerder dit jaar trokken twee coalitiepartners, waaronder een gepensioneerdenpartij, zich terug uit onvrede over plannen om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen van 63 naar 65 jaar, en te korten op de pensioenuitkeringen. De regering verloor ook een referendum over dit onderwerp - een van de in totaal vijf volksraadplegingen op rij waarin de regering bakzeil haalde.

Na het vertrek van zijn coalitiepartners probeerde premier Pahor een minderheidsregering te leiden. Maar nieuwe ministers, die de vertrokken bewindslieden moesten vervangen, kreeg hij niet benoemd. Ook struikelde vorige maand zijn minister van binnenlandse zaken, na beschuldigingen van corruptie met onroerend goed en illegale import van auto's.

De oppositie verwijt de regering, naast economisch wanbeleid, corrupt te zijn. Maar de oppositieleider, ex-premier Janez Jansa, moet zich samen met enkele getrouwen voor de rechtbank verdedigen tegen aanklachten wegens, inderdaad: corruptie. Hij zou zich in 2006, als premier, bij de aanschaf van pantserwagens, miljoenen aan smeergeld hebben laten betalen door het Finse bedrijf Patria, om de kas van zijn conservatieve partij SDS te spekken. Als het tot nieuwe verkiezingen komt, en daar lijkt het op, dan zijn Jansa en zijn partij desalniettemin favoriet.

In dit bedorven politieke klimaat moet het land het hoofd bieden aan economische problemen - zij het minder forse dan in sommige andere eurolanden. Voordat de internationale financiële crisis losbarstte, kende Slovenië de snelst groeiende economie onder de eurolanden. Maar sinds 2008 is de staatsschuld gestegen van 22 tot 45 procent van het BBP, en is de werkloosheid verdubbeld tot 11,8 procent. De economie kromp in 2009 met 8 procent. Dit jaar wordt een groei van 1,5 procent verwacht. De nu weggestemde Pahor wilde met een bezuinigingspakket van 365 miljoen euro komen tot een begroting die het tekort zou terugbrengen tot minder dan 5,5 procent. Maar dat staat nu op losse schroeven.

Vermoedelijk zullen pas in december nieuwe verkiezingen plaatsvinden. Formeel moet eerst de president, Danilo Turk, binnen een week een nieuwe premier aanwijzen, die dan dertig dagen de tijd krijgt om een nieuwe regering te vormen. Pas als dat mislukt is, kunnen nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven.

In Brussel wordt gevreesd dat de politieke instabiliteit van Slovenië kan leiden tot vertraging van wat een spoedklus moet zijn: de totstandkoming van het uitgebreide noodfonds EFSF, dat eurolanden voor een bankroet moet behoeden. Alle eurolanden, Slovenië ook, moeten daar hun handtekening onder zetten. De demissionaire regering verzekert dat Slovenië eind deze maand tekent, maar de vraag is wat die toezegging waard is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden