Balanceren tussen groot en rood

Affiches van de Vara in de jaren twintig en dertig. Beeld
Affiches van de Vara in de jaren twintig en dertig.

Zo ideëel als in de jaren twintig of zo gepolitiseerd als in de jaren zeventig is de Vara al lang niet meer. Mediahistoricus Huub Wijfjes dook in de geschiedenis van de enige sociaal-democratische omroep ter wereld, een verhaal vol ophef en vertier.

Paul van der Steen

De Vara was halverwege de jaren zeventig aan een nieuwe huisstijl toe. Omroepmedewerker René Coelho haalde ontwerper Swip Stolk binnen. Die kwam met een wat bozig ogende haan. Rood was de dominante kleur van het dier. Zo’n in alle vroegte kraaiend stuk pluimvee symboliseerde wakkerde strijdbaarheid en de aanstaande morgenstond. Het sloot bovendien prima aan bij een van de sleutelzinnen uit De internationale: ’Ontwaakt, verworpenen der aarde!’ Niet voor niets heette een van de succesvolste Vara-radioprogramma’s van dat moment ’In de rooie haan’.

Toch zorgde de nieuwe huishaan, die ook figureerde in animatiefilmpjes, voor de nodige tweedracht. Presentator Koos Postema vond dat het beest een te scherpe snavel had en dat de lange lellen daaronder op kloten leken. In zijn ogen bezat de haan alle eigenschappen waar de Vara zich niet mee moest willen associëren: het dier oogde irritant, recalcitrant en radicaal.

De feministen ter redactie van het vrouwenprogramma ’Kijk haar’ hadden een heel ander bezwaar: zij vonden de haan een masculien symbool. Als wraak monteerden ze over een interview met ontwerper Stolk gekakel, zodat hij zo goed als onverstaanbaar werd. Voor eigen gebruik ontwikkelde ’Kijk haar’ een logo met een kip. In de Vara-verenigingsraad werd geklaagd dat kinderen en ouderen zich lam schrokken van het al te luide gekraai van de haan.

Coelho en Stolk waren alle ideologische haarkloverij en de sabotage-acties tegen de haan na verloop van tijd zo zat, dat ze de omroep verlieten. Het dier verdween in 1983 en werd vervangen door de huisstijl met het uitroepteken.

Het hanenverhaal is tekenend voor de richtingenstrijd die de Vara in de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig verscheurde. Links leek het tij mee te hebben, maar was ook tot op het bot verdeeld over maatschappelijke idealen en gewenste hervormingen. De omroep was verworden tot een praathuis. Het in huis hebben van aartsintriganten als Jan Nagel verziekte de sfeer verder.

Betrokkenheid schoot in die tijd ook geregeld door in drammerigheid en fanatisme. De verslaggeving tijdens de kroning van Beatrix in 1980 spande daarbij misschien wel de kroon.

De Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs (Vara) liet haar geschiedenis te boek stellen – volgend jaar bestaat de omroep 85 jaar. Mediahistoricus Huub Wijfjes heeft die lastige klus uitstekend geklaard. Zijn ’Vara. Biografie van een omroep’ geeft een helder overzicht van gezichtsbepalende programma’s en programmakers, omroepbeleid, politiek denken en tijdgeest. Het boek van gewicht is ook nog eens prachtig vormgegeven en staat vol treffende illustraties en foto’s.

Algemeen wordt de sociaal-democratisch geïnspireerde zendgemachtigde gezien als een logisch uitvloeisel van de verzuiling in Nederland, maar Wijfjes onderstreept hoe uniek het is dat de arbeidersbeweging een eigen en behoorlijk omvangrijke stem kreeg in het Nederlandse omroepbestel. Dat lukte de sociaal-democraten elders niet, ook niet in landen waar ze veel minder in een politiek isolement zaten.

En dat terwijl het enthousiasme in eigen kring aanvankelijk niet eens zo bijster groot was. De SDAP zag niet zoveel in weer een nieuwe organisatie waarvan men de activiteiten niet zo goed kon overzien. De vakbeweging zag de kracht van het nieuwe medium wel. De confessionelen gebruikten de Vara als bondgenoot in de strijd tegen een algemene omroep. Ondertussen hielden ze wel in de gaten dat deze vreemde eend niet te ver ging met propaganda.

De arbeidersomroep begreep zelf trouwens best dat niet alle uitzendingen bol moesten staan van de eigen heilsboodschap. De medewerkers pasten de sandwichformule al toe toen dat woord nog moest worden uitgevonden. De Vara-bijeenkomsten in het land trokken in de jaren dertig volop bekijks omdat sociaal-democratische sprekers werden gekoppeld aan door de radio populair geworden artiesten als The Ramblers, Willy Derby en Louis Davids.

Al te plat vermaak mocht het niet worden. Volksverheffing was vanaf het begin een van de doelstellingen van de arbeidersomroep. In 1930 brak de programmaleiding een uitzending af omdat komiek Leon Boedels het waagde om het scabreuze lied ’Jeannet verloor haar pantalon tijdens het dansen van de Charleston’ ten gehore te brengen. Met ’platvloersheden, smerigheden en lege en goedkope sentimenten zonder sociale tendens’ wilde de VARA niets te maken hebben. Sociale tendens betekende ook hoop bieden en wantoestanden niet verheerlijken en romantiseren. Om die reden liet de omroep het immens populaire Jordaan-repertoire lang ongedraaid. Voorzitter Jan Broeksz sprak van ’het bedellied van de verdrukte klasse’. Teksten als ’Liever in Mokum zonder poen dan in Parijs met een miljoen’ en ’Hei je geen geld, dan jat je het maar’ dienden te worden weggehouden van de arbeider.

Medewerker Wim Ibo kwam in 1947 terug van een reis uit Amerika met het idee om een komische hoorspelserie rond een familie te maken. De omroepleiding zag er niets in, vond het een typisch Amerikaanse vorm van vermaak zonder politieke achtergrond. Een paar jaar later kwam het er toch van en mocht Annie M.G. Schmidt ’De familie Doorsnee’ schrijven. Het zou het begin van een echte Vara-traditie worden, die ook op tv vervolg zou krijgen met familiekomedies als ’Pension Hommeles’, ’Zeg ’ns AAA’ en ’Oppassen!!!’. En politieke en ideële achtergronden werden met regelmaat in de producties verweven. Bij de belevenissen van dokter Van der Ploeg en haar volkse huishoudster Mien Dobbelsteen ging het met regelmaat over BOM-moeders, minderheden, homoseksualiteit en goede doelen.

Het brengen van geëngageerd amusement vergde door de jaren heen zorgvuldig balanceren. Soms greep de omroepleiding zelf in. Een lied waarin NSB-leider Anton Mussert werd neergezet als een kwakende kikker, die zijn soortgenoten in een boerensloot wilde doordringen van de eigen grootheid, haalde de uitzending niet.

Uiterst gevoelig bleef lange tijd elke ironische verwijzing naar religie. De cabaretgroep Lurelei rond Eric Herfst en Jasperina de Jong maakte in 1964 een reeks tv-programma’s. In de eerste uitzending wekte een lied over beatmissen (’Het leven wordt pas amusant in kerkelijk verband’) ergernis. Na de tweede uitzending werd zelfs een actiecomité tegen Lurelei opgericht, omdat het programma was geopend met een scène waarin de leden van de cabaretgroep als engeltjes in een boom bungelden.

Begin dat jaar was het land al te klein geweest vanwege de sketch ’Beeldreligie’ in het satirische programma Zo is het toevallig ook nog ’s een keer. Peter Lohr stak de draak met de verafgoding van het televisietoestel: „Geef ons heden ons dagelijks programma / Wees met ons, o beeld / Want wij zouden niet weten wat wij zonder u zouden moeten doen.” Een antenne werd in beeld gebracht als een kruis. Het leidde tot duizenden brieven, honderden opzeggingen, ophef in de pers (De Telegraaf: ’Vuiligheid op kosten van de belastingbetaler’), Kamervragen en een geschrokken Mies Bouwman die haar kinderen onder politiebegeleiding naar school moest laten gaan en die mede daarom haar medewerking aan ’Zo is het’ beëindigde. Nog geen week na de gewraakte uitzending verscheen Vara-bestuurder Wim Rengelink op tv om namens de omroep excuses aan te bieden. Het was niet de bedoeling geweest om mensen of groepen te kwetsen. En de Vara beloofde herhaling te voorkomen.

Ook met actualiteit was het voortdurend schipperen. Onder leiding van Herman Wigbold werd ’Achter het nieuws’ een actualiteitenrubriek van aanzien. Maar een reportage over een tijdens de oorlog gebombardeerd schip, waarvan de Nederlandse bemanning de ook meevarende Duitse krijgsgevangenen aan hun lot (een zekere verdrinkingsdood) overliet, mocht in 1965 niet worden uitgezonden. Excessen door Nederlandse soldaten tijdens de politionele acties konden vier jaar later wel op zender en wekten veel beroering.

Met name in de jaren tachtig zocht de Vara het even in het grote amusementswerk: met een toen al boven de huidige Balkenende-norm betaalde Willem Ruis met nog veel duurdere shows en Peter-Jan Rens’ Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet. Inmiddels zijn cabaret en actualiteit weer de kurken waar de Vara op drijft. Beroering wekt dat nog zelden. Hans Teeuwen kon in een cabaret-registratie moeiteloos verhalen over het van achteren nemen van de koningin. ’De wereld draait door’, ’Nova’, ’Zembla’ en ’Pauw & Witteman’ zijn medebepalend voor het opinieklimaat, maar laten de natie niet meer steigeren van verontwaardiging.

Wijfjes beschrijft de Vara-geschiedenis als een voortdurend zoeken van de balans tussen groot en rood. Met dat rood valt het tegenwoordig – in het tijdperk van een tobbende PvdA – nogal mee. Maar het maatschappelijk engagement is gebleven.

Affiches van de Vara in de jaren twintig en dertig. (ILLUSTRATIES UIT BESPROKEN BOEK) Beeld
Affiches van de Vara in de jaren twintig en dertig. (ILLUSTRATIES UIT BESPROKEN BOEK)
(Trouw) Beeld
(Trouw)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden