Balanceren tussen adoratie en ongeloof

Usain Bolt had in Berlijn de atletiek moeten redden. Maar zijn snelheden zijn zo onbevattelijk, dat hij verdeeldheid heeft gezaaid.

Moeizaam kwamen de WK in het atletiekgekke Duitsland op gang. Op de avond dat Usain Bolt het wereldrecord op de 100 meter op 9,58 bracht, vertoonden de tribunes in het Olympiastadion veel lege plekken.

Een van de redenen die daarvoor wordt aangevoerd, is dat het publiek prestatiemoe is. De Duitsers zijn dit jaar getroffen door een aaneenschakeling van dopinggevallen, en kunnen niet meer onderscheiden wat wel en niet is te vertrouwen. Wat moet je dan met prestaties die ver zijn verheven boven wat menselijk wordt geacht?

Een andere reden kan worden gezocht in de vaststelling dat Duitsland twintig jaar na het vallen van de Muur nog altijd worstelt met het verleden. En ook hier speelt doping een rol. Die lag in de voormalige DDR binnen het staatssysteem opgesloten. Sporters kregen zonder dat ze het wisten hun dagelijkse portie hormonen. Een groot aantal van hen is er door afgegleden naar de randen van de samenleving.

Over Bolt en doping is veelvuldig en openlijk gespeculeerd, bewijs is niet overlegd. Dat kan ook (nog) niet, mocht een nieuw tijdperk zijn aangebroken dat zal worden beheerst door gendoping. Maar Bewijs was er ook niet in het geval van de Amerikaanse Marion Jones. Zij testte 160 maal negatief voordat zij zelf bekende verboden middelen te hebben gebruikt.

Bij Bolt gaat het om ’indirect bewijs’: alle dopingtijden van de afgelopen decennia op de 100 en 200 meter heeft hij met zijn snelheden belachelijk gemaakt. Hij tilde met 9,58 en 19,19 seconden op een trage baan met speels gemak wereldrecords naar een niveau dat onbereikbaar wordt geacht. Het was haast een verrassing dat hij zaterdagavond zijn derde prijs op de estafette zonder grensverlegging won.

Bolt schoof die grenzen met nog meer overtuiging op dan Florence Griffith-Joyner dat deed tijdens de Spelen van 1988. Haar tijden zijn meer dan twintig jaar later nog altijd volstrekt onbereikbaar voor vrouwen. In tegenstelling tot Ben Johnson kwam zij ermee weg zonder één positieve dopingtest. FloJo overleed op 38–jarige leeftijd, en wordt daarmee als afschrikwekkend voorbeeld opgevoerd van excessief dopegebruik.

Bij Bolt is het nog erger. Tijdens de Olympische Spelen in Peking verbeterde hij zijn records nog met de handrem erop, in Berlijn ging hij vol los. En dat in een seizoen dat voor een deel in het teken stond van feestvieren en een auto-ongeluk. Vóór de WK zei Bolt komend jaar seriéus te gaan trainen voor wereldrecords.

Het publiek bevindt zich in een ongemakkelijke spagaat. Niemand zal ervan opkijken als de net 23-jarige Jamaicaan de grenzen nog verder zal opschuiven. En tegelijkertijd wordt hoofdschuddend vastgesteld dat dit helemaal niet kán.

Is Bolt een godsgeschenk of is er duivels bedrog in het spel? Of weet de wetenschap maar half waartoe een lichaam in staat is. De mens is geen sprinter. Ter relativering van Bolts snelheden kan worden vastgesteld dat een jachtluipaard ongeveer 3,20 seconden doet over 100 meter, drie keer zo snel als Bolt.

De mens is van oorsprong een duurloper. Te voet zijn/waren stammen uit (Zuid-)Amerika, Afrika en Azië in staat om onbevattelijk lange afstanden zonder rust te overbruggen. In de moderne wereld zijn we veraf komen te staan van dergelijke duurinspanningen, die ooit noodzakelijk waren om te overleven.

Bolt loopt om plezier te maken, dat straalt zijn soms puberale show ook uit. En hij is een economische factor van belang geworden, met een reclamewaarde van honderden miljoenen euro’s voor sponsoren, als affiche voor toeristisch Jamaica en als beoogde redder van de atletiek.

„Ik train het hele jaar voor deze momenten. Als ik in het startblok plaatsneem, weet ik wat me te doen staat. Ik kan dus zoveel plezier maken als ik wil”, aldus Bolt. Hij is kennelijk in staat als een van de weinige sporters de spanning naast zich neer te leggen. Aan zaken die hij niet kan beïnvloeden, bijvoorbeeld tegenwind, denkt hij niet eens.

Bolt zegt een legende te willen worden. Daarvoor vindt hij het nu nog te vroeg, nog zeven jaar wil hij de wereld verbazen met zijn snelle tijden. Wil hij op olympische niveau in de voetsporen treden van Jesse Owens en Carl Lewis (zij wonnen op één Olympisch toernooi vier keer goud; Bolt drie), dan moet hij andere terreinen gaan verkennen.

Wereldrecordhouder verspringen Mike Powell geeft hem in overweging (’tegen een geringe vergoeding’) bij hem in de leer te komen. Als hij met zíjn snelheid vanaf de afzetbalk net zo goed door de lucht kan doorlopen als destijds Lewis, dan moeten de verspringbakken worden vergroot.

Powell: „Het is nauwelijks onder woorden te brengen hoe bijzonder zijn talent is. Zijn atletische vermogen is haast onverdraaglijk.”

Ook lijkt Bolt met zijn lange passen een ideale 400 meterloper. Zijn trainer Glenn Mills heeft op dat terrein grote plannen met hem. Maar deze relaxte levensgenieter heeft zelf laten weten zich daar graag verre van te houden.

Bij plezier maken op de atletiekbaan past bij Bolt niet het begrip pijn lijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden