Boekrecensie

Bal van de bolsjewieken

Curzio MalaparteBeeld Getty Images

Machiavelli meets Albert Verlinde in kroniek over de communistische jetset van Moskou in de jaren dertig.

Curzio Malaparte
Het bal in het Kremlin
Vert. Jan van der Haar. De Arbeiderspers;
255 blz. € 19,99

Schrijvers hebben soms veel te danken aan trouwe, goede vertalers. Het is de verdienste van August Willemsen dat Fernando Pessoa sinds de jaren zeventig bij ons een bekende naam is geworden, en dat het werk van de Portugees ook Nederlandse dichters en musici is gaan inspireren. Zonder vertaler Wim Hartog zou er hier waarschijnlijk nooit een vereniging zijn opgericht van vrienden van het werk van Konstantin Paustovski. En zo is het aan de vertaler Jan van der Haar te danken dat wij hier in Nederland langzamerhand de beschikking krijgen over prachtige, liefdevol verzorgde uitgaven van de boeken van de flamboyante Italiaanse schrijver, dandy, acteur, diplomaat (en nog zo het een en ander) Curzio Malaparte (1898-1957).

Met de van Malaparte eerder verschenen boeken ‘Kaputt’ en ‘Huid’, zo legt de vertaler in zijn nawoord uit, had de nu bij ons verschenen roman ‘Het bal in het Kremlin’ een trilogie moeten vormen over het verval van Europa. Maar Malaparte kreeg zijn roman niet af. Pas in 2012 verscheen in Italië een wetenschappelijke uitgave van de tekst. Wat we hebben staat nog in de grondverf, maar het is toch een vrijwel volwaardige roman geworden, de moeite van het lezen meer dan waard.

“Het gaat om een kroniek met als onderwerp de hoge marxistische adel van Moskou: zijn leven, zijn schandalen, zijn zeden, zijn hartstochten, zijn angsten”, zo omschreef Malaparte zijn project aan zijn Franse uitgever. “Het is voor het eerst dat het Europese publiek deze hoge adel aan zich voorbij zal zien trekken waarvan men het bestaan vermoedde, maar waarover nooit werd gesproken, een portrettengalerij van alle personages van het eerste garnituur van het bolsjewisme, en van hun echtgenotes, hun maîtresses, de beruchtste pederasten en maquereaux uit Moskou.”

Een onwaarschijnlijke combinatie

Machiavelli meets Albert Verlinde, zo zou je deze opzet kunnen samenvatten. Een onwaarschijnlijke combinatie, maar een kolfje naar de hand van Malaparte, die zijn leven lang lunchte en dineerde met de groten der aarde, een arendsblik had voor de meest verhelderende en veelzeggende details, en die begiftigd was met een feilloos oor voor de aarzeling en de trilling van de stembanden die verraden dat iemand iets anders bedoelt dan hij zegt. Het leesplezier wordt vergroot door zijn uitvoerige, soms aanvechtbare maar altijd tot nadenken stimulerende, tegendraadse culturele en politieke uitweidingen. Hij was bovendien een begenadigd stilist, en liet dat graag zien, bijvoorbeeld in de twee bladzijden waarin hij de dageraad op de Moskva beschrijft: een bravourestuk dat in schoonheid het gelijknamige muziekstuk van Moessorgski naar de kroon steekt - een bewuste poging daartoe, lijkt me. In het hele boek strooit Malaparte kwistig met culturele verwijzingen. Omdat er geen definitieve versie van zijn boek bestaat, is de passage over de dageraad met nogal grove steken aan het skelet van het boek vastgenaaid, maar die is er niet minder onvergetelijk om.

Boven al het feestgedruis waaraan de bolsjewistische, nog grotendeels trotskistische jetset zich in de vroege jaren dertig overgaf, hing natuurlijk de slagschaduw van Stalin en diens zuiveringen; de Grote Terreur die van 1936 tot 1938 zou plaatsvinden. De feestgangers realiseerden zich in hun onschuld aanvankelijk nog niet dat de hazen onder Stalin heel anders zouden gaan lopen dan onder Lenin, en evenmin dat in een dictatuur alles politiek is. Onverstandig, meent Malaparte, en hij waarschuwt: “Revoluties hebben altijd een puriteinse kant waar je voor uit moet kijken.”

Wanneer de lucht voor de dichter Majakovski betrekt en hij - kort na een gesprek met Malaparte - zelfmoord pleegt, slaat de angst toe. “Zelfmoord”, legt Malaparte uit, “is in de USSR een typisch contrarevolutionair gebaar, een ‘sabotage’ van de Sovjet-moraal die geen ernstige politieke gevolgen heeft voor de pleger, maar wel de medeplichtigheid van zijn familie en vrienden impliceert en, wanneer de zelfmoordenaar een schrijver, een kunstenaar is, zelfs van zijn bewonderaars en van de critici die zich achter zijn literaire werk, zijn kunst scharen.”

Een extra dimensie

Onvergetelijk beschreven zijn de arrestaties van het hoofd Protocol van het Volkscommissariaat van Buitenlandse Zaken Florinski en die van de geleerde Obolenski, die inmiddels wel kunnen raden wat hun boven het hoofd hangt. Wij weten inmiddels hoe het er in de USSR aan toe ging, maar Malapartes analyses en beschrijvingen maken het boek tot een nog steeds actuele les in het leven in een dictatuur.

Eén aspect van Malapartes plannen is jammer genoeg wat minder goed uit de verf gekomen. “Ik baseer alles op Gods aanwezigheid in het communistisch leven, ondanks de ballingschap waartoe God door de communisten veroordeeld is”, schreef Malaparte in de eerder aangehaalde brief aan zijn Parijse uitgever. “Bijgevolg is het een boek dat zich vierkant tegen het communisme verzet, maar dan niet in sociale of politieke zin: eerder vanuit de christelijke moraal.” Het is spijtig dat juist dit gezichtspunt, hoewel bespeurbaar, niet is uitgewerkt met de detaillering die het verdiende, ondanks een veelbelovende aanzet aan het slot van de tekst, tijdens een gesprek met de arts van het mortuarium van Moskou. Het had aan dit boek vol sprekende feiten nog een dimensie toegevoegd.

Malaparte vertaald

Curzio Malaparte was een pseudoniem van de Italiaan Kurt Erich Suckert (1898-1957), zoon van een Duitse vader en een Italiaanse moeder. Zijn pseudoniem was een woordspelige variatie op de naam Bonaparte. Behalve ‘Kaputt’ en ‘De huid’ publiceerde De Arbeiderspers ook ‘Dagboek van een vreemdeling in Parijs’ (in de serie Privé-domein) en ‘Fausto Coppi en Gino Bartali: de twee gezichten van Italië’, eveneens vertaald door Jan van der Haar. Elders verschenen Malapartes ‘Bloed’ (uitg. IJzer, vert. Jan van der Haar) en ‘Techniek van de staatsgreep’ (uitg. Meulenhoff, vert. Frans Denissen en Peter Westerlaken).

Curzio MalaparteBeeld RV
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden