Review

Bakvis en slettebak: Joop ter Heul en Bridget Jones zijn zusjes

In de vorige eeuw heette ze Joop ter Heul of - de nóg bravere, christelijke variant - Goud-Elsje. Ze was de meisjesheldin die dekselse avonturen beleefde, tobde dat het een aard had, om uiteindelijk in de armen te vallen van de wilskrachtige jongeman over wie ze op bladzij tien al stiekem droomde.

De boeken dreven op het aloude wonder van de identificatie. Even droomde je jezelf net zo geliefd als Joop ter Heul (de Jopopinoloukicoclub!). Even wilde je, net als Goud-Elsje, diepchristelijk zijn, en je niets liever dan verloven, om in het volgende deel 'een dubbele naam' te dragen.

Tegenwoordig heet dit soort meidenliteratuur in de Angelsaksische wereld, met een term die aan kauwgum dan wel een pornosite doet denken, chick-lit. Het begon met Helen Fieldings 'Het dagboek van Bridget Jones' uit 1996, onlangs heel verdienstelijk verfilmd. Ook 'Sex & the city' van Candace Bushnell, eveneens uit 1996, geldt als een van de grondleggers. In Nederland zijn de belevenissen van Carrie en haar drie vriendinnen elke dinsdagavond te zien op Net 5, pal na die van de graatmagere advocate Ally McBeal.

Bridget en Carrie kennen inmiddels vele klonen. Geen wonder: het is lekker leesbare literatuur waaraan vrouwenbladen als Viva, Marie Claire en Elle, dienaressen van dezelfde doelgroep, graag en ruim aandacht besteden. Chick-lit gaat onverminderd over het barre leven van de single, over lijnen, uitgaan, vriendinnen en de werkvloer. En bovenal: over de kwestie hoe aan de ware te komen én hem te behouden.

Natuurlijk springen de verschillen met Joop ter Heul en Goud-Elsje in het oog. Zij waren, heerlijke benaming, bakvissen, geen twintigers en dertigers. Werk speelde geen rol, hun bestemming was het moederschap. Joop en Goud-Elsje telden nimmer calorieën en waren al helemaal niet aan de witte wijn. En over hun orgasmes en lingerie kregen we bitter weinig te horen. Maar voor het overige zijn hun hedendaagse zusters niet zo erg anders: nog steeds, dertig jaar feminisme ten spijt, draait het vrouwenbestaan uiteindelijk om de andere sekse.

Sinds augustus dit jaar is er een mooi woord bij voor het genre. In een BBC-radioprogramma verwierp Beryl Bainbridge, genomineerd voor de Bookerprize, chick-lit als 'a froth sort of thing'. De zoektocht naar de ware, zei Bainbridge, waarom zou je daar in godsnaam een hele roman over schrijven? ,,Nu mensen zo weinig tijd besteden aan lezen, is het jammer dat ze niet iets diepers kunnen lezen, a bit more profound, something with a bit of bite to it.'

Haar opmerking zorgde voor een klein literair relletje. Vooral de term froth bleef hangen. Letterlijk verwijst het woord naar schuim - bijvoorbeeld van de cappuccino's die de personages veelvuldig tot zich nemen, en het betekent iets als oppervlakkigheid, vluchtigheid. Doris Lessing was het helemaal met haar collega-auteur eens. Ze noemde in hetzelfde radioprogramma de betreffende boeken 'instantly forgettable'. Carel Peeters doopte het genre in Vrij Nederland om tot 'cappuccinoliteratuur', en hij deed er net zo wegwerperig over als Bainbridge en Lessing.

Ook in Nederland is de chick-lit een succes -althans, bijna elke titel van overzee krijgt een vertaling. En in veel gevallen is dat volkomen onbegrijpelijk. Neem 'Oude vrienden, nieuwe kansen', een volgens de flaptekst 'sprankelende roman' van Jane Green. Vriendenclubje uit de studententijd komt na zoveel jaar weer bij elkaar. En ja, er is een knap, slank, maar verraderlijk meisje, en een lelijk, dik, maar lief meisje. En natuurlijk is er de homo -sinds Bridget Jones standaard- bij wie vrouwen zo fijn hun hart kunnen uitstorten. Houterig zijn stijl en taalgebruik, van bordkarton de personages. En hun lief en heel veel leed laten je al snel Siberisch.

Amy Jenkins bakt er in 'Honey Moon' al wat meer van. Nou ja, je wilt in elk geval nog weten hoe het afloopt. Jonge dertiger is eindelijk onder de pannen: ze zal huwen met knappe, betrouwbare, maar saaie Britse Ed. Maar ze droomt nog steeds van de hartstochtelijke Amerikaanse Alex. Sinds een wilde nacht zeven jaar geleden ziet ze hem als haar 'voorbestemde wederhelft'. Natuurlijk loopt ze de Amerikaan weer tegen het mooie lijf, en begint ze een verhouding. Vanaf dat moment voel je op je klompen aan waarop het gaat uitlopen. En inderdaad, de knappe, betrouwbare, maar saaie Ed blijkt in het laatste hoofdstuk toch de ware.

Dan bevalt 'El weswes' van de Rotterdamse Najoua Bijjir beter. 'Het geheime leven van jonge vrouwen' belooft de ondertitel. Van drie Marokkaanse jonge vrouwen, om precies te zijn, en één Marokkaanse jongeman -in al zijn ijdelheid trouwens mooi neergezet. En alsof ze weten bij welke literatuur ze zijn ingedeeld, drinken de personages veelvuldig cappuccino's in grand cafés.

De problemen van deze vrouwen zijn, met alle respect, van een ander kaliber dan die waarmee de autochtone tegenvoetsters worstelen. Ze e-mailen en sms'en net zo fanatiek, ze maken zich net zo zorgen om hun lijn. Maar dan scheiden zich de wegen. Hun leven is continu laveren: tussen hardnekkige tradities en moderne verlokkingen, tussen carrière en eeuwig thuiszitten, tussen uithuwelijken en zelf je liefje mogen kiezen, tussen maagdelijkheid en seks.

,,Het was haar bijgebracht: ze moest uitkijken, goed oppassen voor Nederlandse jongens, voor Suri's, Turko's, Chino's, Ango's, wat had je nog meer? Al die tijd had zij moeten aanhoren hoe de vele heertjes van eigen soort hun ongenoegen verbaal demonstreerden. Zogenaamd walgend van meisjes die er met een Nedi vandoor gaan, van die bevlekte en 'oneerbiedige' sletten, uiteengeklapte droge roosjes. De boosheid die zich omzet in razernij - als zij zo'n meisje op straat tegenkomen, dan, dan, dan spugen ze haar in het gezicht. En dat doen zij soms ook. Ook al is er geen enkel bewijs.'

Najoua Bijjir schetst een genadeloos portret van het Nederlands-Marokkaanse milieu. En ze vergoelijkt nergens, ze doet niet haar best begrip te kweken. De jonge vrouwen proberen alle drie moeizaam hun weg te vinden - en de lezer grijpt de benauwenis naar de keel. 'El weswes', kortom, gáát ergens over. En het is ook nog eens aardig, en met vaart geschreven.

Niet elke serieuze auteur stoort zich overigens zo aan het froth-genre als Bainbridge en Lessing doen. Jeanette Winterson - zelf verwierf ze faam met 'Oranges are not the only fruit' en 'Passion' - verdedigde de chick-lit vurig. Er is, zei ze, plaats voor allebei: de hoge én de lage literatuur. Persoonlijk had ze genoten van Bridget Jones. En Pat Barker, auteur van een reeks prachtige romans over de Eerste Wereldoorlog, zag er evenmin kwaad in. Het is gewoon een fase, zei Barker. Jonge mensen zijn nog onzeker over hun identiteit, en ze vinden het heerlijk om boeken te lezen die hun identiteit bevestigen. ,,Als mensen ouder worden hebben ze dat steeds minder nodig.'

Zo is het. Joop ter Heul en Goud-Elsje, Bridget Jones en Carrie komen éérst. Als het meezit dringen daarna vanzelf Emma Bovary, Anna Karenina en Eline Vere in het vizier. En als het tegenzit? Als lezeressen de hoge literatuur niet weten te vinden? Dan kun je daar teleurgesteld en verdrietig over zijn. En erg zuur over doen. Maar er helpt geen lieve moedertje aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden