Bahreinse martelprinses wordt vervolgd

Sjeika Noura bint Ibrahim al-Khalifa Beeld Reuters
Sjeika Noura bint Ibrahim al-KhalifaBeeld Reuters

Sjeika Noura bint Ibrahim al-Khalifa is lid van het Bahreinse Koninklijk Huis en was tot voor kort politieagente. In die laatste functie ging zij zelfs voor Bahreinse begrippen ver over de schreef. Zij martelde onder meer twee artsen, die verdacht werden van het behandelen van mishandelde oppositieleden.

Net als in Tunesië, Libië, Egypte en Syrië brak er in 2011 een opstand uit in het kleine oliestaatje Bahrein. Met name de politiek en economisch achtergestelde sjiitische inwoners van het land gingen de straat op om te demonstreren voor meer vrijheid. De opstand werd met veel geweld neergeslagen. Activisten werden opgepakt en in schijnprocessen veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Zij die in het ziekenhuis belandden werden meegenomen door de geheime politie en verdwenen vervolgens in de cel. Ook de behandelende artsen werden niet ontzien. Veel gevangenen werden onderworpen aan marteling en geweld.

De 29-jarige prinses Noura was een van de agenten die betrokken was bij het neerslaan van de revolutie. Zij werkte aanvankelijk bij een anti-drugseenheid, maar verliet haar korps al snel na het uitbreken van de opstand. Zij hielp de reguliere politie mee om oppositieleden op te sporen en te martelen.Daarvoor staat ze nu terecht.

"Ze wordt aangeklaagd voor marteling, het gebruik van geweld en het uiten van bedreigingen", vertelt de openbaar aanklager aan Reuters. Op die manier probeerde zij bekentenissen af te dwingen bij haar slachtoffers, onder wie de twee vrouwelijke artsen Zahra al-Sammak en Kholoud al-Durazi. Een militaire rechtbank veroordeelde hen tot vijf jaar gevangenisstraf, maar ze kwamen alsnog vervroegd vrij.

De 22-jarige sjiitische activiste en dichter Aayat al-Qormozi was ook een van Sjeika Noura's slachtoffers. De prinses zou haar electrische schokken hebben toegediend, waaronder op haar gezicht. Ook zou de prinses haar zwaar mishandeld hebben in de gevangenis, en veelvuldig in haar mond hebben gespuugd. Qormozi's misdaad was dat ze een oppositiebijeenkomst had bijgewoond in 2011.

In een poging om het vertrouwen van de bevolking te herstellen, besloot koning Hamad bin Isa al-Khalifa onder druk van de internationale gemeenschap de verantwoordelijken van mensenrechtenschendingen te vervolgen. Volgens een VN-rapport zouden er in 2011 35 burgers zijn gedood door de regering, maar de oppositie zegt dat het in werkelijkheid gaat om minstens 80 mensen. Zelf blijft de koning overigens wel buiten schot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden