Bahrein worstelt in angst

De koning van de eilandstaat Bahrein, gesteund door hardliners en de Saoedische buur, heeft de protesten hardhandig onderdrukt. De sjiietische bevolking houdt zich angstig stil. Op een enkeling, en de kroonprins, na.

Gniffelend komt de man door het winkelcentrum aangelopen. In zijn hand heeft hij een zakje, waar hij triomfantelijk een aantal ansichtkaarten uittrekt als hij in het café aankomt. "Kijk wat ik heb gevonden", glundert hij richting zijn vriend Nabiel Rajab. De kaarten tonen het centrale plein van de Bahreinse hoofdstad Manama - de Parel-rotonde. In het midden staat een groot monument: zes zeil-achtige zuilen, met bovenop een grote parel.

Rajab is blij. De mensenrechtenactivist spaart inmiddels kaarten met het Parelmonument erop. "Thuis ga ik er eentje uitvergroot ophangen. Als ik dan via skype geïnterviewd wordt door CNN of Al-Jazeera, kan je het monument achter me zien hangen. Ha!"

En zo is het Parelmonument precies dat geworden wat de Bahreinse overheid wilde voorkomen: een symbool van de protestbeweging in het land. Die beweging - geïnspireerd door de opstanden elders in de Arabische wereld - kwam in februari en maart met tienduizenden tezamen op de rotonde, om de overheid te dwingen tot meer burgerrechten, vrijheid en democratie. De opstand werd neergeslagen, er vielen doden en honderden gewonden.

Om alle herinnering aan de demonstraties uit te wissen, gaat de Bahreinse overheid radicaal te werk. Het monument is in maart met de grond gelijk gemaakt. Daar waar de rotonde was, is nu een kruispunt gemaakt - met op de plek van het Parelmonument een stoplicht. Het plein zelf is leeg: tanks sluiten nog altijd de toegangswegen af.

En het was de overheid nog niet genoeg: ook de munt van een halve dinar - met een afbeelding van het monument - werd uit de roulatie genomen. Starbucks-filialen werd bevolen mokken met het verboden symbool uit de handel te halen. Eenzelfde opdracht kregen souvenirwinkels.

"Zo proberen ze de geschiedenis te wissen. Het is illustratief voor de tribale mentaliteit van het regime", zegt Rajab schamper. Onder veel Bahreini's bestaat enige minachting voor het soennitisch koningshuis - nomaden met achterlijke ideeën, menen ze. De sjiieten, die de meerderheid vormen, beschouwen zichzelf als de autochtone bevolking - het koningshuis van de Al-Khalifa's stamt uit een bedoeïnenstam in wat nu Saoedi-Arabië is, en kwam pas 230 jaar geleden naar het eilandstaatje.

De banden tussen het koningshuis en het grote buurland zijn (nog steeds) warm, zo bleek in maart. Na een maand demonstreren werd de Bahreinse opstand met grof geweld de kop ingedrukt - met hulp van duizend militairen uit Saoedi-Arabië. Dat gebeurde na een belangenstrijd op hoog niveau. De Bahreinse kroonprins - algemeen als hervormer gezien - stuurde aan op een dialoog met de oppositie. De hardliners, onder leiding van de gehate premier (een broer van de koning), zochten de confrontatie, en wonnen.

Zij kunnen tevreden zijn. Maanden na de laatste grote demonstraties, is het straatprotest grotendeels verstomd. Angst regeert. De honderden arrestaties, de ontslagen en de berichten over marteling en mishandeling hebben mensen bang gemaakt.

En met recht: een bron bevestigt dat gevangenen vrijwel zonder uitzondering worden mishandeld. Marteltechnieken variëren van urenlang geblinddoekt tegen een muur staan en op de voetzolen slaan, tot het geven van elektrische schokken. Incidenteel worden teennagels uitgetrokken. Praten met de buitenlandse pers is daarom voor velen hachelijk. Communiceren via de telefoon is uit den boze, en bij onmoetingen in publieke ruimtes dempen ze hun stem.

Dat geldt allemaal niet voor Nabiel Rajab. De activist neemt geen blad voor de mond, spreekt altijd onder eigen naam. Hij is zo prominent dat hij een zekere onaantastbaarheid heeft verworven - hij is althans maar één keer kort opgepakt geweest. "En er is een keer traangas op mijn woning afgevuurd. Mijn moeder had er ernstige ademhalingsproblemen van", zegt hij achteloos.

Rajab is niet bang en dat maakt hem tot een held onder de bevolking. Vandaar dat hij vanavond met een select gezelschap op 'toernee' gaat, op bezoek bij nabestaanden van een aantal 'martelaren': meest jongemannen die zijn omgekomen bij de demonstraties. Een eerdere poging een dag eerder is mislukt, vertelt hij. De politie kwam, en de groep bezoekers moest een uur onderduiken voordat het sein weer op veilig stond.

Deze avond gaat alles goed, maar het tempo van de bezoekjes is ook hoog. In het opstandige dorpje Sirte stopt het konvooi bij het huis van Ali Almoemen, waar in de ontvangstkamer familieleden samendrommen. In de hoek staat een foto van een dromerig kijkende Ali, een 23-jarige jongen, en net afgestudeerd als ingenieur.

Rajab luistert intens als vader Ahmed het verhaal van Ali's dood doet. Hoe hij op 17 februari - de eerste keer dat veiligheidstroepen de Parelrotonde met harde hand ontruimden - terug wilde keren naar het plein om achtergebleven vrouwen te helpen. Hoe zijn jongere broer Hoessein - een tengere jongen met een bril die in een hoek zit - hem in het gedrang kwijtraakte. En hoe pas 's avonds duidelijk werd dat hij neergeschoten was, en buiten bewustzijn in het ziekenhuis lag. Ali stierf met zijn familie aan zijn bed.

Na een half uur, thee en wat foto's gaat het weer verder, zigzaggend langs wegblokkades van omgegooide vuilniscontainers die een politiemacht moeten vertragen. Overal waar Rajab deze avond verschijnt en de buren lucht krijgen van zijn aanwezigheid, komen mensen naar buiten. Vrouwen vergeten hun zwarte nikab om te doen, zo graag willen ze dat hun baby's met de activist op de foto gaan. In sommige huizen wordt Rajab zelfs meegenomen naar de vrouwenvertrekken - normaalgesproken taboe voor mannen die geen familie zijn.

In het laatste huis, in een welvarende wijk van de stad Hamad, herdenkt vader Makki Aboe Takki zijn zoon Mahmoed van 22. Er gaan foto's rond van het dode lichaam van de jongen, die van dichtbij geraakt lijkt door een hagelschot. Aboe Takki vertelt hoe zijn soennitische buren reageerden op de dood van zijn zoon: "We wonen al 26 jaar naast elkaar, en wat zeiden ze? 'Ongelukken gebeuren'!"

Aboe Takki is boos op zijn buren, maar vooral op de overheid. "Die probeert spanningen te creëren tussen de bevolkingsgroepen." Het is een mantra van veel demonstranten: dit is geen sjiitische opstand, dit is een strijd van alle inwoners van Bahrein voor meer vrijheid. Ze wijzen erop dat er onder opgepakte politici soennieten zijn, en dat de allereerste demonstrant die gearresteerd werd ook een soenniet was.

Maar hoe je het ook wendt of keert: de strijd in Bahrein heeft sektarische trekken. Het zijn de sjiieten die al decennia strijden voor meer rechten omdat ze zich gediscrimineerd voelen - economisch en politiek. Zo krijgt 'hun' partij Wefak weliswaar de meeste stemmen, maar door een oneerlijk districtenstelsel toch een minderheid aan zetels in het verkozen parlement van Bahrein.

Sjiieten krijgen naar eigen zeggen ook minder academische beurzen, of banen bij politie of leger. De welvarende Aboe Takki's vormen de uitzondering die de regel bevestigt. Zoon Sjaar werkte als agent, maar was na de demonstraties zo bang opgepakt te worden, dat hij is ondergedoken. Vader Makki: "Agenten komen regelmatig vragen waar hij is, ze bedreigen me. Maar zelfs ik weet het niet!"

Dus nu zit de familie met één dode en één verdwenen zoon. In het vrouwenvertrek kijkt de vrouw van Sjaar uitdrukkingloos voor zich uit, haar twee kinderen tegen zich aangedrukt. De Indonesische nanny wiegt intussen de pasgeboren baby van een derde zoon. Hij heet Mahmoed, vernoemd naar zijn omgekomen oom.

Dat Sjaar binnenkort thuiskomt is onwaarschijnlijk, want de crisis in Bahrein lijkt nog lang niet opgelost. Weliswaar is er een nationale dialoog gestart, maar de scepsis over de intenties van de overheid is groot. De dialoog is een soort praatclub met driehonderd mensen, die zich buigen over de toekomst van Bahrein. Veel sjiieten vragen zich af waarom de oppositie maar 35 dialoogzetels heeft gekregen. Hoe kan daar nou een serieus gesprek over politieke hervormingen uitkomen?

Nabiel Rajab is nog veel uitgesprokener: "Deze overheid heeft gemoord, gemarteld, geplunderd, verkracht, jonge vrouwen en artsen voor een militair tribunaal gebracht. En nu praten ze over een dialoog!? Wij lijden, en zij willen doen alsof alles oké is." Rajab houdt niet van compromissen. Hij spuwt zijn gal over de seculiere partij Waad, die meedoet aan de dialoog en bovendien een soort 'excuusbrief' aan de overheid schreef. Daarin stelt de partij dat Iran achter de revolutie zit. "Ze zitten helemaal fout", vindt Rajab.

Munira Fakhro zucht. "Voor Nabiel is het soms makkelijk praten." De politica, die namens Waad aan de dialoog meedoet, zit op de bovenste verdieping van haar partijkantoor. De begane grond is een ravage - de hele verdieping zit onder het roet van de molotov cocktail die naar binnen werd gegooid.

Waad's kantoor werd in maart aangevallen door bendes. Partijleider Ibrahim Sjarif is opgepakt, "en gemarteld", zegt Fakhro. Hij kreeg vijf jaar gevangenis. Daarmee is hij er nog genadig vanaf gekomen: andere politici kregen voor een militair tribunaal onlangs levenslang. Fakhro, een soennitische vrouw zonder hoofddoek, gestoken in een zomers wit pak, windt er geen doekjes om: het excuus was bedoeld om Sjarif een lange celstraf te besparen. "We hebben er lang over gediscussieerd, veel mensen waren tegen - we zijn gedwongen door de omstandigheden. Maar natuurlijk is Iran niet betrokken bij onze revolutie."

Daar denken de Bahreinse autoriteiten anders over: zij zien in de demonstraties de hand van het grote sjiitische buurland Iran. De grootste sjiitische partij Wefak wordt er wel eens moedeloos van, vertelt Sajed Hadi al-Mosawi. Hij is ex-parlementslid namens Wefak: de achttien Wefak-parlementariërs traden in februari af uit protest tegen het geweld van de overheid.

"We worden altijd beschuldigd dat we banden hebben met Iran. We kijken wel uit! Als we contact zouden hebben met Iraanse politici, vernietigen we onszelf. Maar wij zijn heel duidelijk: Bahrein is klein, wij zijn niet gebaat bij interventies uit het buitenland." Mosawi benadrukt dat zijn partij ook helemaal niets heeft met het politieke systeem van Iran, waarbij de leiding in handen is van de geestelijkheid. "Dat werkt hier niet. We hebben hier allerlei mensen, soennieten, liberalen. We willen geen islamitisch regime."

Dat wil niet zeggen dat Iran niet een graantje probeert mee te pikken van de onrust in Bahrein. In sjiitische huiskamers staan de tv's zonder uitzondering afgestemd op de Arabisch-talige Iraanse tv, die een niet aflatende stroom beelden uit Bahrein laat zien. Die beelden zijn vaak al maanden oud, maar dat deert de kijkers niet: er is in ieder geval íemand die zich hun lot aantrekt.

De Amerikanen hebben het onder veel oppositieleden juist verbruid, door hun weinig kritische houding over het bloedige neerslaan van de opstand. Daarin is overigens de laatste weken wel iets veranderd: door Amerikaanse druk kwam er een onderzoekscommissie met internationale leden die de gebeurtenissen in Bahrein gaat onderzoeken.

De Amerikanen hebben ook wat te winnen bij het steunen van de oppositie. Als de sjiieten in Bahrein meer te zeggen krijgen, kan dat een alternatief voor het Iraanse systeem bieden en de aantrekkingskracht van Teheran ondermijnen.

De contacten zijn er al: een van de ex-parlementariërs van Wefak is de 35-jarige Matar Ebrahim Ali Matar. Hij volgde in 2008 een 'leiderschapscursus' voor jonge Arabieren bij het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken.

Matar zit momenteel vast - een van de redenen waarom Wefak lang twijfelde over deelname aan de nationale dialoog. Uiteindelijk zegde de partij toe - om niet het verwijt te krijgen dat ze verzoening frustreert. Maar na tien dagen stapten de Wefak-leden al weer op.

De partij volgt daarmee de wens van haar achterban, die de overheid nog steeds wantrouwt. Zoals in het opstandige bolwerk Noewaidrat, een dorp vlakbij Manama. Daar zit de 22-jarige Mohammed gehavend op de bank van zijn huiskamer. Hij is een dag tevoren bij een kleine demonstratie in elkaar geslagen door de politie - een blauw oog getuigt ervan. Hij kan niet bidden zonder hoofdpijn, zegt hij.

Als bewijs laat Mohammed op zijn computer een filmpje zien, geschoten vanuit een naburig huis. Tientallen agenten rennen door de straat. Eerst trekken ze een vriend van Mohammed een garage in, even later komen ze met Mohammed zelf aangelopen. Hij verdwijnt minutenlang uit het zicht.

Dat dit voorval is opgenomen, is geen toeval. De jongens van Noewaidrat hebben een cameranetwerk in hun dorp opgesteld, waardoor ze demonstraties vanuit verschillende hoeken kunnen opnemen. Dertiger Anwar, een kennis van Mohammed: "In de jaren negentig konden de autoriteiten protesten neerslaan en ze negeren, maar nu leven we in andere tijden. De informatie is niet tegen te houden."

Mohammed gaat niet mee naar een nieuw protest, dat even later begint op een rotonde bij de grote weg. In een mum van tijd verschijnen er politie-agenten, die traangasgranaten afvuren naar de demonstranten. Op Youtube is later de afloop van de demonstratie te zien. De betogers zijn verjaagd, maar het symbool van hun verzet - dat ze bij aanvang op de rotonde hebben neergezet - staat er nog.

Het is een zelf in elkaar geknutseld Parelmonument, ruim twee meter hoog. 'Standvastig', staat er op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden