Baduy op Java vinden politiek verwerpelijk

Op 5 april moeten alle Indonesiërs verplicht naar de stembus. Dat geldt ook voor de etnische bevolkingsgroep de Baduy die volgens eeuwenoude tradities in de bergen van West-Java leven. Maar ze weigeren, omdat ze niet aan politiek doen.

JAKARTA - Alsof je je in een verloren paradijs waant. Dat gevoel bekruipt de buitenstaander die voor het eerst over de smalle bergpaadjes door het Baduygebied wandelt. Nergens is de lucht zo blauw en zijn de kleuren van de bananen- en papayabomen zo groen. De Baduy zijn zelfvoorzienend. Respect voor de natuur is hun hoogste wet. Elektronica, zeep of andere luxe middelen zijn verboden. De Baduy eten geen vlees en slechts bij een huwelijk of begrafenis een stukje kip.

Bezoekers zijn welkom, maar niet van harte, sinds de Indonesische overheid een 'toeristenobject' van hen wilde maken. ,,We vrezen dat we door de komst van buitenstaanders het moderne tijdperk in worden gedreven'', zegt dorpshoofd Dainah, met een blauwe tulband op zijn hoofd en gekleed in een zwarte tuniek. In kleermakerszit zit hij op zijn sobere veranda. Iedere bezoeker moet zich verplicht bij de Jaro melden, zoals het dorpshoofd bij de Baduy wordt genoemd.

Buitenlanders mogen van de Jaro alleen de (vijftig) dorpjes in de buitenste cirkel, waar zo'n duizend Baduy-families wonen, bezoeken. In het midden van het Baduygebied, waar zich drie heilige dorpjes bevinden, is dat verboden. Hier leven de pu'un, de geestelijke leiders, met hun families die toezicht houden op naleving van de adat, de traditionele wet. Zij mogen niet met de bus of de trein. Wie zich niet aan de regels houdt, wordt verbannen naar de buitenste rand van het gebied.

Het dorpje van de Jaro bestaat uit tientallen grote bamboehuizen met rietdaken en zou zo in het openluchtmuseum kunnen. Op een veranda zit een meisje te weven. De Baduy maken hun (zwarte en blauwe) kleding zelf. Op wat kleine peuters na is het dorp uitgestorven. Iedereen werkt overdag verplicht in de groentetuin of in de rijstvelden.

Op een paadje komt een groepje pubers met kapmessen de bossen uit. Ze hebben zojuist hun dagelijkse taak verricht, hout hakken en fruit plukken. Alleen Fudin (16) spreekt een klein beetje Indonesisch. ,,Geleerd van bezoekers die hier komen'', zegt hij nors. Hij is nooit naar school geweest. Ondanks de leerplicht in Indonesië is regulier onderwijs volgens de Baduy-wet verboden. ,,Onze ouders leren ons hoe we moeten overleven. Wat heb je aan kennis''. Weet hij wie de president van Indonesië is? ,,De Jaro'', zegt hij beslist. Ook een bejaard stel dat boven op een berg woont, zegt niet te weten wie de president is.

De jongeren hebben tegenwoordig contact met de buitenwereld doordat ze hun zelfgemaakte houtsnijwerkjes in Jakarta verkopen. Arsyid (22 jaar) weet daarom de namen van de president en de vice-president. Zijn broer Sarpin (31) weet zelfs dat er vierentwintig partijen zijn, maar kan geen naam partij opnoemen. In zijn huis hangt een papier met daarop het alfabet. Hij leert zijn kinderen lezen en schrijven. Hij beseft dat die misschien over tien jaar wel naar school willen. ,,De moderne tijd hou je niet tegen'', zegt hij spijtig.

Maar stemmen vindt ook Sarpin een stap te ver. De geestelijke leiders verbieden verkiezingen. ,,We kunnen als Baduy niet de kant van een partij kiezen'', zegt de Jaro. ,,Als het zover komt stemmen we op iedere partij. Volgens onze wet is politiek niet toegestaan. Politiek leidt tot onrust en chaos, zoals je dat overal in Indonesië ziet, en dat willen we niet''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden