badminton interview / Palyama twijfelt over zijn toekomst

Dit weekeinde gaat Dicky Palyama op jacht naar zijn achtste nationale titel. De badmintonner (28) overweegt volgend jaar te stoppen met topsport. „Je gaat over andere dingen nadenken.”

Om misverstanden te voorkomen wil hij benadrukken dat hij nog steeds geniet van de sport. „Ik heb het gevoel dat ik nog steeds beter kan worden, ik ben nog niet oud, ik voel nog veel pit en het is toch vrij gemakkelijk geld verdienen. Badminton is de mooiste sport en ik kan me een leven zonder shuttle ook niet voorstellen. Maar het reizen ben ik de laatste jaren echt vervelend gaan vinden.”

Palyama leidt al tien jaar een nomadenbestaan. Als tiener begaf de zeer getalenteerde speler uit Gouda zich in het circuit van de grote buitenlandse toernooien. Bijna zes maanden per jaar is hij van huis. Het brengt hem in fraaie oorden, van Kuala Lumpur en Hongkong kan hij nog altijd genieten.

Maar steeds vaker begint de keerzijde te overheersen. Vorige week keerde hij terug van Zuid-Korea. „Inclusief de bus, het wachten, de reis ben je 27 uur onderweg. Ik ben nu echt blij dat ik thuis ben. Als je ouder wordt ga je ook over andere dingen nadenken. Een ander leven, ja. Het zou best kunnen dat ik eind volgend jaar stop. Ik denk erover na wat ik dan ga doen.”

Ontsnappen aan de sleur van toernooien spelen is voor badmintonners met zijn status niet zo eenvoudig. Wie niet speelt zakt op de wereldranglijst, waardoor de loting op toernooien weer zwaarder wordt. Palyama is niet meer weg te denken uit de top-20 van de wereld. De ranking is heel bepalend maar ook onbevredigend. Hij was in 2004 weliswaar twee maanden de nummer zeven van de wereld – liever zou hij zijn droom vervullen om ooit één keer een Grand Prix-toernooi te winnen.

Dat gemis blijft Palyama achtervolgen: te groot voor Nederland, net te klein voor de mondiale top. Aan zijn techniek en tactiek zou het allemaal niet liggen. Aan zijn hoofd des te meer. In 2006 leek hij op het WK in Madrid een grote stap voorwaarts te kunnen zetten – hij had een plaats bij de beste acht voor het grijpen – toen hij op een cruciaal moment bezweek. Op de Dutch Open faalde hij ook in de halve finale. Palyama, luidt het oordeel, kan de mentale barrière maar niet slechten.

„Ik vind dat mensen van buiten het veld wel heel erg gemakkelijk zeggen dat ik een mentaal probleem heb. Ik weet voor mezelf dat ik op het WK die partij had kunnen winnen, maar ik weet óók dat ik er fysiek doorheen zat. Ik had zoveel moeten geven om tegen die topjongens te spelen.”

Toch is Palyama met bondstrainer Davis Efraim uit Indonesië bezig met een grondige analyse van zijn spel in alle facetten. „We zijn op alle vlakken aan het kijken wat er nog ontbreekt om weer de toptien te bereiken.”

Ze doen dat met videoanalyses van hemzelf, van tegenstanders, met testen en allerlei krachttrainingsvormen. „De coach denkt eerst voor mij, dan praten we er samen over. Is mijn backhand wel krachtig genoeg, of ligt het juist aan de forehand? Dat zijn we aan het uitzoeken. Misschien is het toch iets mentaals. Een sportpsycholoog? Daar heb ik nog nooit over nagedacht.”

Palyama staat momenteel dertiende op de wereldranglijst. Na twee gemiste pogingen wil hij volgend jaar eindelijk op de Olympische Spelen staan. De kans is reëel dat Peking internationaal zijn eindstation wordt.

Over het leven daarna heeft hij wel een idee. „Ik geef nu al clinics. Vroeger had ik het geduld niet om training te geven. Maar ik ben dat steeds leuker gaan vinden. Ik zou mijn ervaring wel door willen geven aan de jeugd, als trainer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden