Bader-orgel verliest een 'e' maar herwint zijn oude glorie

Orgelconcerten in de St. Walburgskerk (20.15 uur): 2 okt. André Isoir; 3 okt. Hans van Nieuwkoop m.m.v. Vocaal Ensemble Zutphen; 4 okt. Schola Cantorum Cercamon, m.m.v. Bert Matter, improvisaties; 5 okt. Harald Vogel; 6 okt. (15.00 uur), Rudi van Straten.

Eerder die dag, toen bij de overdrachtsceremonie orgelbouwer Reil en adviseur Rudi van Straten symbolisch de laatste pijp in het orgel geplaatst hadden en het orgel met Bachs 'Pièce d'orgue' werd ingespeeld, was duidelijk geworden dat de hernieuwde orgelklank even stralend is als het uiterlijk doet verwachten.

In 1639 kreeg de uit Duitsland gevluchte Hans Henrick Bader de opdracht om het oude orgel van de Walburgskerk uit te breiden met een rugwerk. Kennelijk deed Bader dat zo goed, dat men hem al vóór de voltooiing vroeg het gehele orgel te vernieuwen. Zo bouwde hij een tweeklaviers instrument met zelfstandig pedaal, dat nog steeds de kern vormt van het huidige orgel.

Ruim 170 jaar functioneerde het zonder problemen. Pas aan het begin van de negentiende eeuw kreeg men behoefte aan een forser instrument, geschikt voor het begeleiden van de samenzang.

De opdracht voor de uitbreiding werd vergeven aan de jonge orgelbouwer J.W. Timpe. In 1813 verplaatste deze leerling uit de school van Freytag het orgel van het Maria-portaal naar het koor. Zijn grootste ingreep was dat hij Baders kas omhoogtilde door er een hoofdwerk onder te bouwen, op de plaats waar vroeger de speeltafel zat.

In de oude kas plaatste hij een nieuw bovenwerk met voor die tijd kenmerkende, imitatieve geluiden als het carillon, de dwarsfluit en de vox humana. Opmerkelijk was dat Timpe niet alleen nagenoeg al het pijpwerk van Bader handhaafde, maar in zijn nieuwe registers Baders factuur vrijwel letterlijk kopieerde.

De laatste verandering onderging het orgel in 1905, toen het zijn huidige positie onder de toren kreeg. Toen werden de tongwerken vervangen door fabrieksproducten van inferieure kwaliteit. Bij de huidige restauratie door de Gebr. Reil zijn deze opnieuw vervangen, maar nu door kopieën van Bader-tongwerken. De keuze daarvoor kwam voort uit het uitgangspunt voor de restauratie: een reconstructie die niet verder teruggaat dan de toestand van 1813.

De toevoegingen van Timpe bleven, maar over het algemeen werd toch vooral het zeventiende-eeuwse karakter bevoordeeld. Zo is een ongelijkzwevende stemming aangebracht en werd de kas minder diep gemaakt, wat de klankuitstraling bevordert. Verder kreeg het orgel een nieuw mechaniek, een goede zaak, want de extreem zware speelaard van Timpes storingsgevoelige regeerwerk leidde bij de huidige organist, Bert Matter, zelfs tot ernstige rugklachten. Nu speelt het orgel een stuk soepeler.

Tijdens het restaureren werd een belangrijke ontdekking gedaan: elf prestantpijpen van Bader bleken door Timpe als stomme frontpijpen benut zonder dat er iets aan de pijpen veranderd was. Hierdoor konden de restaurateurs veel te weten komen over de oorspronkelijke intonatie en stemming van Bader. Deze pijpen zijn nu weer tot klinken gebracht.

Een andere ontdekking was dat de naam van de orgelbouwer in de zeventiende eeuw als 'Bader' werd geschreven en niet als 'Baeder', zoals later gebruik werd, en in welke schrijfwijze het instrument landelijke bekendheid kreeg.

Bij het eerste concert van het Bader-orgelfestival kreeg het publiek het herboren orgel te horen in literatuur en registerdemonstraties uitgevoerd door Bert Matter, Johan Luijmes en Rudi van Straten. Helaas werd de feestavond ontsierd door een ludiek bedoelde, maar veel te lange act met enkele smakeloze grappen door een als Henrick Bader uitgedoste figuur.

De indruk die het orgel in de werken van Bach, Sweelinck, Walther/Telemann en de improvisaties op mij maakte, was zeer positief. De prestanten en fluiten hebben een grote klankschoonheid, met een milde aanspraak en een sterk vocaal karakter. Ook de fluiten en quintadenen zijn zeer karakteristiek. Het prestantenplenum van het hoofdwerk klinkt voornaam, een beetje afstandelijk en ruimtelijk.

Het rugwerk daarentegen is veel directer van toon, een gearticuleerde aanspraak en een pregnante klank die bijna neobarok aandoet. De nieuwe tongwerken mogen zeer geslaagd worden genoemd. De niet te luide klank van het volle orgel vult de ruimte goed, ook bij samenzang in een tot de laatste zitplaats gevulde kerk, zoals vrijdagavond bleek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden