Interview

Bachs geloof is mijn geloof

Arjan Plaisier: "Ik ben een cultuurpessimist. Ik moet ervoor waken daar niet helemaal aan toe te geven".Beeld Bram Petraeus

Arjan Plaisier stopt vandaag na acht jaar als leider van de Protestantse Kerk in Nederland. Klassieke muziek en literatuur sleepten hem door de jaren heen.

Het boek dat Arjan Plaisier van de piano pakt is beduimeld. De linnen band verkleurd, de rug kapot - sporen van intensief lezen. Hij strijkt met zijn hand over de kaft: 'T.S Eliot' staat er in gestanste letters op. "Dit boek, gedichten van Eliot, zal ik nooit wegdoen", zegt Plaisier. "Dit is gelezen en herlezen."

Met potlood heeft hij in de loop van de jaren overal passages onderstreept en in kriebelig handschrift opmerkingen in de kantlijn gezet. Hij legt zijn vinger bij een passage uit 'The waste land', Eliots beroemde gedicht uit 1922. "'These fragments I have shored against my ruins'", leest Plaisier voor. "Met deze fragmenten heb ik mijn ruïnes gestut, staat er. Dat klinkt wel wat dramatisch. En dat is ook zo."

De laatste loodjes
Vandaag neemt Arjan Plaisier afscheid als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Een scriba is een soort landelijke secretaris, en daarmee de hoogste functionaris die de kerk kent. Plaisier was het gezicht van zijn kerk. Een taak die de theoloog niet altijd meeviel. De boodschap die Plaisier de gelovigen de afgelopen acht jaar voorhield, was dan ook niet optimistisch: het christendom wacht in Nederland een rol in de marge. In de acht jaar dat hij leiding gaf aan de Protestantse Kerk daalde het aantal leden elk jaar met meer dan vijftigduizend.

De laatste dagen in functie voelen als de laatste loodjes, zegt Plaisier in zijn huis in Amersfoort. "Vanaf morgen geef ik geen interviews meer." Er klinkt opluchting door in zijn stem.

Trouw spreekt Plaisier een paar dagen voor zijn afscheidssymposium, dat vandaag in de Utrechtse Jacobikerk plaatsvindt. Een gesprek waarin hij op een persoonlijke manier teruggeblikt is niet zo aan hem besteed, zo liet hij vooraf weten. "Waarom zou je mensen daarmee lastigvallen." Hij reageert pas enthousiast op een voorstel om te spreken over de muziek en de literatuur die hij de afgelopen jaren beluisterde en las. "Dat hield me dikwijls op de been."

Plaisier is een man met een grote filosofische en culturele interesse. In 1996 promoveerde hij met 'De mens in het geding: een kritische vergelijking tussen Pascal en Nietzsche'. Later schreef hij 'Is Shakespeare ook onder de profeten? Theologische meditaties bij zeven stukken van Shakespeare'.

De Utrechtse Jacobi kerk.Beeld anp

In zijn woonkamer gaat Plaisier verder met het gedicht van zijn geliefde dichter Eliot. 'The waste land', in het Nederlands vertaald als 'Het barre land', is een lang vers waarin de Amerikaans-Britse dichter na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog de teloorgang van de beschaving en de uitzichtloosheid van het bestaan op tal van manieren tot uitdrukking brengt. "Alleen de beroemde beginregel al: 'April is the cruellest month'.

Dat staat zo ver af van het idee van een nieuwe lente en een nieuw begin." De sombere toon in het werk van Eliot raakt bij Plaisier aan iets. "Ik ervaar bij alle goedheid, waarheid en schoonheid die er in de cultuur te vinden is, ook wel iets van een ruïne. Ik ben een cultuurpessimist. Ik moet ervoor waken daar niet helemaal aan toe te geven." Hij denkt even na: "Ja, de desolaatheid van het leven. Dat roept heel veel op bij mij."

Wat dan?
"Er is toch wel veel geruïneerd leven. Je ziet het als scriba, maar ook gewoon dicht bij huis. In mijn eigen leven ook. Daar zit wel een onderstroom in van desolaatheid. Ik loop niet iedere dag te zingen. Daarom heb ik altijd dit soort teksten nodig gehad.

God spreekt wat mij betreft vooral door teksten die sterk zijn, echt sterk zijn, die mij overeind houden, de wereld overeind houden en - dat geloof ik ook - de kerk overeind houden. De kerk heeft ook iets geruïneerds. Soms letterlijk, als er een kerkgebouw vrijgegeven wordt en verandert in een ruïne. Als het een waardevol monument is zal de overheid het niet zo ver laten komen, maar het is wel een krachtig beeld dat een geheel eigen taal spreekt."

Tekst loopt door onder foto.

Johann Sebastian BachBeeld thinkstock

Muziek
Niet alleen tekst, ook muziek is een steun voor Plaisier. Hij pakt een cd-box met het complete symfonische werk van de componist Anton Bruckner. Instrumentale muziek staat wat Plaisier betreft op nummer één in de hiërarchie van kunstzinnige uitingen. Naast verdriet en pijn, weet kunst voor Plaisier gevoelens van vreugde op te roepen. Bruckner schreef muziek die hem door de overweldigende klanklandschappen en klankerupties soms perplex doet staan. Plaisier: "Bruckner is muziek van de vreugde. Meteen dat volle, dat exuberante, dat jubilerende."

Wat verklankt deze muziek?
"Het is gebaseerd op een visioen, een diepe ervaring van vreugde. Het is bijna mystiek. Hij weet een verborgen vreugde om te zetten in klank. Bruckner, een devoot katholiek, is voor mij een stille mysticus."

Maar meer nog dan van Bruckner, houdt hij van Bach. Iedere ochtend begint Plaisier de dag met een cantate van Johann Sebastian Bach. "Die draai je dus nooit stuk. Nadat je ze allemaal hebt gehoord, begin je gewoon weer bij nummer één. Het zijn er tweehonderd, je kunt dus even vooruit."

Waar let u op als Bach klinkt?
"Vaak springt er een aria uit. Ach, daar zitten zulke geweldige stukken bij. Neem de sopraanaria uit cantate 152, 'Stein, der über alle Schätze'. Dat is een lied op Christus, de parel die gewaardeerd wordt boven alle schatten die er zijn. Het geloof van Bach dat in die teksten weerklinkt is ook mijn geloof. Dat spreekt toch over de eeuwen heen."

Veel liefhebbers van Bach - ook gelovigen - vinden de teksten in de cantates van Bach juist vervreemdend. Het gaat over duivel en zonden, dood en hel.
"Het zijn soms scherpe, harde teksten. Je hoort ze niet meer van de kansel. Dat is soms wel jammer. Deze taal is in een reformatorische subcultuur terechtgekomen. Als je ze daaruit bevrijdt, kunnen ze soms verrassend actueel zijn. Bijvoorbeeld als je kijkt naar de ruïnes om ons heen. Ik denk dat woorden als dood, duivel en hel veel meer raken dan de omzwachtelde, abstracte woorden, die je al te vaak in de kerken hoort."

Arjan PlaisierBeeld anp

Veel mensen zweren bij Bach. Waardoor komt dat, denkt u?
"Het is zo indringend. Het is muziek die dicht bij het hart ligt maar nooit sentimenteel wordt. Het is dienende muziek. Ik heb eens iemand horen zeggen dat Bach nederige muziek schreef. Dat is ook hoe ik het zie. Het is dienend, het is nederig. Het is dienend aan God. Zo heeft Bach zijn kunstenaarschap ook verstaan."

Herkent u dat?
"Ik sta als mens in dienst van iets wat me te boven gaat. Precies aan dat gevoel weet Bach uitdrukking te geven. Zo heb ik de afgelopen acht jaar ook in het ambt willen staan. Ik ben leider geweest van iets dat veel groter is dan ik: de kerk van vele eeuwen. Ik ben aan de beurt geweest, nu marcheer ik weer af. Je probeert in dat werk iets van jezelf te leggen. Maar in alles wat je doet is het een verademing dat je je kunt optrekken aan iets dat je overstijgt."

Als deze muziek er niet zou zijn, wat zou u dan missen?
"Ik ben vrij afhankelijk van dit soort expressies. Zonder dat zou ik een armer gelovige zijn. Het is niet zo dat ik zeg: ik heb het geloof toch wel. Nee, het geloof is uit het gehoor. Dat vraagt elke keer weer om een vertolking die voor mij geloofwaardig is. Ik zou niet ongelovig zijn als ik geen muziek had. Er is voor mij een verborgen, maar wel heel werkelijke evidentie van Christus. Alleen, die vraagt wel om voeding en verdieping. Het geloof is niet iets wat je in een kastje kunt stoppen om daar te bewaren. Ik moet het steeds weer wakker maken."

Lijkt geloven voor u op poëzie en muziek?
"Daar kun je weleens gelijk aan hebben. Er dient zich 'iets' aan in de gedichten en de muziek waarvan ik hou. Zo is het geloof ook. Voor mij is dat 'iets' Christus. Hij dient zich aan. Niet als iets wat ik moet bewijzen of verdedigen, maar als een realiteit. Het is iets dat zich zelfs door de barrières van de tijden heen aan mij voordoet. Dat is de mystieke kern van mijn leven. Dat is voor mij een realiteit, maar die is niet te bewijzen. Het gaat erom je daar ontvankelijk voor op te stellen."

Arjan Plaisier

Arjan Plaisier (Ridderkerk, 1956) stopt vandaag als scriba (landelijke secretaris) van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is acht jaar het boegbeeld geweest van het grootste protestantse kerkgenootschap van Nederland (bijna twee miljoen leden). Waar zijn voorganger nog sprak over ‘kerkgroei’, maakte Plaisier zijn kerk vertrouwd met de gedachte dat het christendom zich moet voorbereiden op een bescheiden rol in de samenleving.

In Trouw rekende hij vorig jaar af met het idee dat zijn kerk nog een ‘volkskerk’ is waar alle Nederlanders zich mee verbonden voelen. “We willen er nog steeds voor iedereen zijn. Alleen, het idee is voorbij dat je ook overal bent. Dat is een fictie”, zei hij toen. Onder zijn leiding besloot de generale synode (landelijke vergadering met afvaardigingen uit plaatselijke gemeenten) onlangs om de kerkelijke structuur een heel stuk simpeler te maken.

Plaisier is een veelzijdig theoloog. Voordat hij in 2008 begon als kerkbestuurder, had hij een carrière achter de rug in de zending (op Celebes, Indonesië) en als predikant (in Leersum en Amersfoort). Wat hij nu gaat doen is nog niet bekend. Mogelijk wordt Plaisier weer predikant in een plaatselijke gemeente.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden