Opinie

Bach helpt Het Nationale Ballet aan Nieuwe Stijl

Van alle danssuites die Johann Sebastian Bach componeerde, was geen noot voor ballet bestemd. Zijn muziek lag nog braak toen twintigste-eeuwse choreografen zich daaraan waagden.

Het Bach-programma van Het Nationale Ballet bewijst waartoe die waaghalzerij leidde en waarom het Duitse genie ook de nieuwste balletgeneratie uitdaagt. Zij moeten voorbij ballethistorische 'mijlpalen' zoals 'Concerto Barocco' van Balanchine en 'Artifact' van William Forsythe. Het tweede deel van 'Artifact' op de chaconne in d-moll (BWV 1004) dient in dit programma zelfs als de brug tussen het HNB oude en nieuwe stijl, en daarmee ook tussen de twee wereldpremières van David Dawson en Krzysztof Pastor.

Zowel de Brit als de Pool dansten en begonnen hun choreograafschap bij HNB. Dawson behoort tot de balletgeneratie nieuwe stijl, dus Forsythe is voor hem vertrouwde kost. De vreugde van pure dans vraagt voor hem om een nieuwe versnelling in de fysieke schakelbak ballet. Hij verlangt fenomenale flair in virtuoso en het is adembenemend om te zien hoe de zes solisten en acht corpsdansers daarvoor gaan. De lichtheid en lenigheid waarmee zij de natuur tarten lijken bovenmenselijk. Zij maken van 'A million kisses to my skin' topsport met een spiritueel sausje.

Bach biedt hiervoor het transparante kader. Hij levert het wateroppervlak waarop de dansers schrijven, met puntig geslepen voeten en razendsnelle wendingen. De morgen- of avondstond is in dit ballet niet roze maar paars. De drie mannen in hun gouden, fraai geplooide rokken doen veelvuldig aan Béjart-tempeldansers met blote borst denken. De wapperende voiles in rood, paarsblauw en wit rond de venijnige vrouwenbenen suggereren voorbijdrijvende wolken, oplaaiend of dovend vuur. Met het Nederlands Balletorkest onder en voor hun voeten laten de drie koppels en het ensemble van acht vrouwen de vuurgloed van de zon op de witte vloer trillen, rimpels trekkend in het polyfone meer. Dawsons vertaling van het eerste pianoconcert is niet alleen voor de dansers een staaltje van te bewijzen snelheid en souplesse. Ook het orkest en pianiste Olga Khoziainova doorstaan deze 'cooper-test' met glans.

Toch moest het mooiste nog komen en dat was het openingsduet van 'In light and shadow'. Krzysztof Pastor gebruikte de aria uit de Goldberg Variaties als opmaat voor de 3e Orkestsuite in D. Tegen een achterwand van schuinoplopende panelen met lichtspleten leggen Sofiane Sylve en Raphael Coumes-Marquet de muzische wortels van ballet bloot. Zo beheerst en beeldschoon, zo één met de muziek zie je het zelden.

Pastor greep de derde orkestsuite aan voor het opmaken van een eigentijdse balans van de globalisering van ballet sinds Bach. Achttien dansers in een ratjetoe van historische kostuums treden door die lichtspleten aan en jagen elkaar op door de Ouverture, Air, Gavotte, Bourree en Gigue. Visueel houvast in dit universele blijspel is de tegenstelling tussen een artificieel paar, met balletwind in een opbollende baljurk (Seidle/Johansen) en een dans-expressionistisch paar, met de pathos van hartstochtelijk leed en lief in een knalrood vloekend rokje (Jezerskyte /Kaftira). Pastors reminiscensies aan HNB-oude stijl gaan op en onder in de extreme technologisering van ballet post-Forsythe. 'In light and Shadow' maakt een diepere knieval naar Bach en Balanchine dan Dawsons ballet-ballet. Helaas gooit de mallotige po-mo aankleding van Tatjana van Walsum veel roet in deze dis. De vale kleurschakeringen in de dansonvriendelijke kostuums doen veel, zo niet alles teniet. Die aankleding is een domper op een prachtig programma waarmee de dansers alle opspraak rond dit gezelschap ontkrachten.

T/m 21 juni, Muziektheater Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden