column

Babi Pangang is ondertussen ook van Nederland

Beeld Trouw

Onderschat nooit de kracht van de keuken. ‘Het mooie van eten,’ schreef Jonah Freud in de kookboekenrubriek van deze krant, ‘is het constant in beweging zijn, elkaars gebruiken overnemen en smaken laten veranderen.’ 

Niets is zo vatbaar voor culturele vermenging als eten. En niets is tegelijk zo moeilijk. ‘Vreemde luchtjes’ in het trapportaal behoren sinds jaar en dag tot de grootste ergernissen van het multiculturele leven.

Maar dat houdt de vermenging niet tegen. ‘Fusion’ heet dat restaurantenjargon, maar de praktijk gaat terug op onheuglijke tijden. Hadden ze in het oosten van de Middellandse Zee niet ooit het gemalen vlees uitgevonden, dan hadden wij de oerhollandse gehaktbal niet gehad. Zonder de Franse roux geen kroket, zonder de Andalusische marsepein geen banketletter met Sinterklaas.

‘Iedereen neemt eigen eetgewoonten mee,’ schrijft Jonah Freud. ‘Niet alleen door de reizen die we maken, maar natuurlijk ook doordat alle vluchtelingen die zich over de wereld bewegen ons nieuwe gerechten gaan leren die we, ieder voor zich, ons eigen gaan maken.’ En door migratie, kolonialisme, verovering en handelsstromen, zou ik eraan willen toevoegen. In de keuken is al het menselijks terug te vinden, mooi of lelijk.

En uiteindelijk vloeit dat allemaal samen tot iets nieuws. Wat vreemd is wordt op den duur vanzelf vertrouwd. Nasi goreng en en babi pangang werden in de jaren vijftig nog met wantrouwen bekeken, maar bij een staatsdiner onthaalde koningin Beatrix haar gasten al eens op een rijsttafel als Nederlands cultuurgoed. Tot in de diepe provincie trekt vandaag de dag iedereen gedachteloos een bamischijf uit de muur.

Echt teruggaan

Eetgewoonten vermengen zich net zo makkelijk als mensen onderling dat doen. Daar valt niet tegenop te prediken uit naam van zuiverheid van keuken, cultuur of ras. De lokroep van het ‘onbesmette’, oorspronkelijke en onaangetaste is de hele geschiedenis door even verleidelijk als vruchteloos gebleken.

Niet altijd leidt die zuiveringswil tot benepenheid. In de muziek bracht de ‘authentieke uitvoeringspraktijk’ vanaf de jaren zestig een blos terug op de wangen van sleets geworden barokcomponisten. In de keuken brachten ‘slow cooking’ en nieuwsgierigheid naar traditionele ingrediënten vergeten smaken terug op het bord.

Maar écht teruggaan naar de tijd van Bach is onmogelijk, zo moesten de authenticiteitspioniers onderkennen. En wenselijk ook niet, zo ontdekten ze daarna. Zoals ook de ‘slow cook’ zijn gerechten maar wát graag klaarmaakt op een inductiefornuis en misschien zelfs de in de snelkookpan. We leven nu eenmaal niet meer in de Middeleeuwen.

Culturele toeëigening 

In het culturele debat leggen de kampioenen van de onverdunde nationale cultuur het af tegen het flagrante feit dat iedere cultuur nu eenmaal voortdurend verandert – en misschien wel verandering ís. Daarmee verdwijnt nog niet elke nostalgie, al was het maar naar een verleden dat nooit bestaan heeft. Sterker nog: hoe veranderlijker een cultuur zich toont, hoe krachtiger het fantoom van een verloren ‘eigenheid’ die ergens in het verleden op herontdekking ligt te wachten.

Van oudsher draagt die heimwee het conservatieve stempel van behoudzucht en een ‘rechts’ volksbewustzijn. Veel krediet heeft dat inmiddels niet meer. Maar ironisch genoeg ziet het sinds kort zijn kans schoon aan linkse kant van het cultuurpolitieke spectrum. Niet als een krampachtig vasthouden aan wat men het ‘eigene’ noemt, maar als een niet minder krampachtig verbod jegens ieder ander om dat erfgoed te beroeren. ‘Culturele toeëigening’ heet dat dan – en dat schijnt iets heel vreselijks te betekenen. De vreemdste uitwas van het protest daartegen was tot nu toe de afgelasting van een yoga-cursus aan een Amerikaanse universiteit, omdat yoga onvervreemdbaar Indiaas cultuurgoed is en elke beoefening buiten die sfeer diefstal en misbruik.

De droom

Zo neemt een linkse identiteitspolitiek het stokje over van rechts volksdenken, op grond van even onhoudbare illusies en ongezonde aanspraken op exclusiviteit. Plots is de rijststafel geen vreedzaam teken van versmelting meer, maar een aanstootgevende vorm van koloniale brutaliteit en roofzucht. Jazeker, die laatste hebben plaatsgevonden. Maar in hun gemeenschappelijke smaak voor kokoskip en sateh babi laten de disgenoten een hoopvollere menselijk prevaleren. Samen eten is van oudsher letterlijk ontwapenend.

Identiteitspolitiek, claims van uitzonderlijkheid en culturele smetvrees bedreigen elke lust tot versmelting, of ze nu een links of rechts mombakkes dragen. Gelukkig blijkt die lust uiteindelijk altijd sterker. Daarom vloeien gerechten en keukens ineen ‘als er invloeden uit verschillende delen van de wereld samenkomen,’ zoals Jonah Freud schrijft. Geen enkel cultuurgoed is iemands eigendom en vermenging is de wet van de geschiedenis. Zuiverheid is alleen de droom – en soms de nachtmerrie – waartegen die des te scherper afsteekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden