Baarmoeder beïnvloedt IQ/Erfelijke factor bij intelligentie minder groot dan aangenomen

Van onze wetenschapsredactie AMSTERDAM - Verschillen in intelligentie worden niet alleen veroorzaakt door onze erfelijke achtergrond en de omgeving waarin we opgroeien maar mogelijk ook door omstandigheden in de baarmoeder. Omgevingsinvloeden van voor de geboorte dus.

Onderzoekers van de universiteit van Pittsburgh in Pennsylvannia veegden 204 IQ-studies bij elkaar, rekenden ze opnieuw door en concluderen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat de erfelijke factor bij intelligentie minder groot is dan de laatste tijd werd aangenomen. Zij vermoeden dat omstandigheden in de baarmoeder een tot nu toe onderschatte rol spelen. Soms zouden dat negatieve invloeden zijn, zoals blootstelling aan giftige stoffen, inferieure voeding of een ontwikkeling die tot een gering geboortegewicht leidt, terwijl andere ongeborenen juist in een uitermate gunstig klimaat in de baarmoeder vertoeven.

Sinds Sir Francis Galton in de vorige eeuw zijn hoofd brak over de oorzaken van buitengewone begaafdheid is de discussie over de verhouding tussen de erfelijke basis van het IQ en de invloed van de omgeving erop nooit meer verstomd. Het begrip intelligentie bleef al die tijd lastig hanteerbaar, mede doordat het zo moeilijk te definiëren is. En daarbij liggen de tests waarmee het IQ wordt gemeten nog altijd onder vuur.

Niettemin tracht men de erfelijke en omgevingscomponent te ontrafelen door middel van vergelijkingen tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen. Tweelingen groeien gewoonlijk op in eenzelfde omgeving, maar daarnaast hebben eeneiige tweelingen ook hun genen gemeen. Als de IQ's van een eeneiige tweeling opvallend sporen met elkaar, en die van een twee-eiige tweeling beduidend minder, dan mag je aannemen dat hun genen daar de hand in hebben.

Genetisch

Op basis van talloze studies is uiteindelijk becijferd dat verschillen in intelligentie ruwweg voor de helft een genetische achtergrond hebben. Maar: vreemd genoeg valt dat percentage bij eeneiige tweelingen die gescheiden zijn opgegegroeid veel hoger uit. De erfelijke factor zou bij hen maar liefst zeventig procent bedragen.

De gangbare verklaring voor die merkwaardige discrepantie is dat de erfelijke factor op wat latere leeftijd toeneemt. Of lijkt toe te nemen. Genen en omgeving werken voortdurend op elkaar in, en men vermoedt dat mensen die zijn uitgerust met de 'betere IQ-genen' op latere leeftijd een specifieke omgeving om zich heen creëren, die voor veel intelligente mensen gelijkenis vertoont. Om die reden kan bij studies onder oudere tweelingen de erfelijke component te hoog worden ingeschat. Wellicht is dat gebeurd bij eeneiige, gescheiden tweelingen, die je vaak pas op latere leeftijd op het spoor komt. Er hebben nogal wat tachtigers aan de studies meegedaan.

Klassiek

De onderzoekers geven in Nature echter een andere, nogal ingewikkelde draai aan dat opvallende verschil tussen wel en niet gescheiden tweelingen. In het klassieke onderzoek gaat men ervan uit dat bij vergelijking van eeneiige en twee-eiige tweelingen de invloeden van voor de geboorte worden geëlimineerd, doordat beide tweelingen elk eenzelfde omgeving deelden in de baarmoeder van hun moeders. Maar bij onderzoek naar gescheiden opgegroeide eeneiige tweelingen vergelijk je alleen maar die twee genetisch identieke personen met elkaar. Op die manier kun je eventuele prenatale invloeden niet wegrekenen. IQ-verschillen lijken dan mogelijk voor zeventig procent erfelijk te zijn bepaald, terwijl in werkelijkheid de erfelijke factor slechts vijftig procent bedraagt en de invloeden tijdens de zwangerschap die andere twintig procent hebben bijgedragen.

Dat vermoeden hebben de genetici uit Pennsylvania getoetst aan 204 vroegere IQ-studies onder verschillende typen tweelingen, zusters en broers en adoptiekinderen, 50 470 personen in totaal. Daar lijkt overduidelijk uit te komen dat prenatale omstandigheden bij tweelingen twintig procent van de overeenkomsten verklaren, tegen maar vijf procent bij zussen en/of broers. Dat is ook logisch: zussen of broers ontwikkelen zich wel in dezelfde baarmoeder maar niet op hetzelfde tijdstip.

De analyse roept zeker twijfel op bij het doemscenario dat enkele jaren geleden werd geschetst in The Bell Curve. De schrijvers Richard Herrnstein en Charles Murray gingen in hun lawaaierige boek ervan uit dat de verschillen in intelligentie voor minstens zestig procent een erfelijke achtergrond hebben. Zij voorzagen daarbij dat hogere IQ's in de toekomst zeldzamer worden, doordat intelligente mensen elkaar als huwelijkspartner kiezen en juist in de wat IQ betreft minder bedeelde kringen meer kinderen worden geboren. Er zou een tweedeling in de samenleving ontstaan: een kleine cognitieve elite tegenover een in intelligentie beperkte massa.

Herrnstein en Murray zitten er vermoedelijk ernstig naast, blijkt uit bovenstaande analyse. Zij hebben de invloed van de genen veel te hoog ingeschat, en zeker dat deel van de erfelijke factoren dat ouders en kinderen met elkaar gemeen hebben.

Genetici maken daarbij onderscheid tussen zogenaamde additieve genetische effecten en niet-additieve genetische effecten. De eerste effecten zijn eigenlijk de simpele optelsom van de invloed van de genen die we van vader en moeder krijgen. Dat effect hebben we dus ook met beiden voor de helft gemeen, vijftig procent met vader, vijftig procent met moeder.

Maar daarnaast ondergaat dat mengeltje genen van vader en moeder in het kind een ingewikkelde interactie met allerlei andere genen en het resulstaat daarvan is uniek voor de persoon. Dat niet-additieve effect hebben we niet met onze ouders gemeen. De genetici berekenen nu in Nature dat kinderen slechts 34 procent van de erfelijke invloed op het IQ met hun ouders delen. Dat is wel heel wat anders dan de zestig procent van Herrnstein en Murray: die overeenkomst van 34 procent zal nooit resulteren in een cognitieve elite, integendeel, na drie generaties is dat effect al verdwenen. Wat dat betreft, schrijft Nature in een redactioneel commentaar, gedragen de genen zich voor het soort eigenschappen als intelligentie erg democratisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden