Azië stoomt af op zijn eigen koude oorlog

De Chinese president Xi Jinping inspecteert de troepen.Beeld AP

China moderniseert in hoog tempo zijn strijdkrachten, tot bezorgdheid van andere Aziatische landen en de Verenigde Staten. Meer wapens en oplopende spanningen. ‘Het begint uit de hand te lopen.’

Toen India’s eerste eigen kernonderzeeër, de INS Arihant, begin deze maand na zijn maiden trip weer opdook in de Baai van Bengalen, was dat niet alleen een prestatie van de bemanningsleden, die na weken onder water eindelijk weer de warme tropische buitenlucht konden opsnuiven. Het was ook een triomf voor de Indiase strijdkrachten, die hiermee hun nucleaire capaciteiten aanzienlijk uitbreidden.

Want de Indiërs waren tot dat moment voor het lanceren van kernbommen afhankelijk van vliegtuigen en op land gestationeerde raketten. Maar die kunnen door satellieten worden opgespoord. Met de kernraketten aan boord van de Arihant, die zich kan verschuilen onder water, beschikt India nu over een wapen waarmee het zelfs na een verwoestende nucleaire aanval nog kan terugslaan. ‘De trots van India’ noemde premier Narendra Modi de atoomonderzeeër dan ook op Twitter, eraan toevoegend dat deze mijlpaal ‘voor altijd zal worden herinnerd in onze geschiedenis’.

De INS Arihant.Beeld REUTERS

Indiase militaire experts tekenden er wel meteen bij aan dat de kernraketten aan boord van de Arihant slechts een beperkt bereik hebben van rond 750 kilometer. Volgens de deskundigen moet de onderzeeër daardoor gevaarlijk dicht voor de kust van China varen om Chinese steden te kunnen verwoesten. Maar de Indiase marine zal binnenkort een tweede atoomonderzeeër in gebruik te nemen en heeft een derde in aanbouw. Ook ontwikkelen de Indiërs nog grotere kernonderzeeërs en ballistische raketten met meer bereik.

“Een geloofwaardige nucleaire afschrikking is extreem belangrijk voor de veiligheid van ons land”, zei premier Modi tegen de bemanning, in een speech die live op tv werd uitgezonden. Volgens de premier is de Arihant een ‘openlijke waarschuwing’ aan rivalen om niet te beginnen aan ‘rampzalige avonturen tegen India’.

De Indiase ingebruikname van kernonderzeeër, en de beschouwingen over het vernietigen van Chinese steden, zijn typisch voor de ambitieuze militaire opbouw die gaande is in Azië, en die wordt aangewakkerd door de razendsnelle modernisering van de Chinese strijdkrachten. Uit cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute (Sipri) blijkt dat de defensiebestedingen in Azië en Oceanië sinds 2000 met zo’n 150 procent zijn gestegen tot ruim 450 miljard dollar in 2017. Een groot deel van deze groei komt voor rekening van China, dat zijn defensieuitgaven sinds 2000 meer dan vervijfvoudigde. De Chinezen besteden aan hun strijdkrachten ongeveer net zoveel als alle andere landen in Azië en Oceanië bij elkaar.

Actie-en-reactie

De rappe groei van de Chinese defensiebestedingen jaagt veel andere landen in de regio angst aan. Zij zien zich genoodzaakt ook hun strijdkrachten te versterken. Zo heeft Japan op zijn begroting al geld gereserveerd voor de aanschaf van kruisraketten die het kan afvuren met zijn moderne F35-straaljagers, die doelen ver in China zullen kunnen raken. Australië heeft voor de komende tien jaar de grootste militaire opbouw aangekondigd die het land ooit in vredestijd heeft ondernomen. En in Zuid-Korea is, vooral door de dreiging vanuit het door Peking gesteunde Noord-Korea, zelfs debat over de vraag of het land eigen kernwapens moet ontwikkelen.

Beeld L&F

“Het is duidelijk actie-en-reactie”, zegt onderzoeker Siemon Wezeman van het Sipri. “Het is nog geen echte wapenwedloop zoals we die in de Koude Oorlog hadden tussen Amerika en de Sovjet-Unie, maar het begint wel in de buurt te komen. De rationaliteit verdwijnt af en toe uit zicht.”

China investeert de laatste jaren onder meer fors in de uitbouw van zijn marine, in geavanceerde raketten waarmee het vliegdekschepen kan uitschakelen, in moderne stealth-straaljagers, en in allerlei militaire hightech, zoals drones, robots en kunstmatige intelligentie. Volgens Peking is het allemaal slechts defensief bedoeld, maar de Chinezen stellen zich de laatste jaren in potentiële kruitvaten steeds assertiever op.

Zo militariseren ze omstreden eilandjes in de Zuid-Chinese Zee. Ze dreigen ook met landje-pik langs de slecht vastgelegde grens met India en maken geregeld kabaal over de ‘afvallige provincie’ Taiwan. Sinds kort heeft China bovendien zijn eerste buitenlandse militaire basis, een kleine post in het Afrikaanse Djibouti, en Chinese marineschepen verschijnen steeds vaker in wateren ver van huis.

De Chinese president Xi Jinping spreekt de troepen toe na een inspectie van de vloot in de Zuid-Chinese Zee. Beeld AP

“Het is onoverzichtelijker dan tijdens de Koude Oorlog”, zegt Wezeman. “Want de Sovjet-Unie had niet de wereldwijde handelsroutes die China nu heeft. Van Russische marineschepen kon je zeggen dat ze in bepaalde zeegebieden niet welkom waren. Met de Chinezen ligt dat ingewikkelder. Zij zijn sterk afhankelijk van import en export, en hebben er dus belang bij buitenlandse bases op te zetten en schepen de wereld over te sturen om scheepvaartroutes te beschermen.”

Volgens de Sipri-onderzoeker veroorzaakt dat in de Indische Oceaan toenemende spanningen met India. “De Indiërs vinden dat de Indische Oceaan hun invloedssfeer is. Als de Chinezen daar dan met marineschepen rond gaan varen, of een basis proberen op te zetten op Sri Lanka, dan doet dat pijn in New Delhi.”

Superioriteit

De onzekerheid in de regio wordt nog verergerd door de onvoorspelbaarheid van president Trump met zijn ‘America First’-beleid. Oude bondgenoten van de VS, zoals Taiwan, Japan en Zuid-Korea, zijn er niet meer helemaal zeker van dat de Amerikanen hun, als het echt misgaat, te hulp zullen schieten.

Tegelijk groeit ook in de VS zelf de ongerustheid. Volgens een recent rapport van deskundigen die op verzoek van het Amerikaanse Congres het defensiebeleid tegen het licht hielden, naderen de Chinezen met hun militaire technologie het niveau van de VS. De experts merken op dat de leidende rol die de VS de afgelopen zeven decennia in de wereld speelden, was gebaseerd op hun ‘ongeëvenaarde’ militaire macht. Maar volgens hen neemt dat overwicht, zeker ten opzichte van China, snel af. “Onze marge van superioriteit is op cruciale punten ernstig verminderd”, constateren de deskundigen.

De Amerikaanse regering omschrijft China dan ook officieel als haar belangrijkste rivaal op de lange termijn en wil de komende jaren zelf veel meer investeren in hoogwaardige militaire technologie als drones, robots en cyberwapens, in de hoop het oude overweldigende overwicht te herwinnen. Het Pentagon zoekt daarbij ook, tot nu toe met beperkt succes, toenadering tot de grote techbedrijven in Silicon Valley.

“Als je hoort hoe ze in Washington over China praten, dat is echt vijandig”, zegt onderzoeker Frans-Paul van der Putten van instituut Clingendael. “De Amerikanen noemen China openlijk de vijand.”

In de hoop Peking een toontje lager te laten zingen, is president Donald Trump een handelsoorlog begonnen tegen China. De Amerikaanse marine vaart bovendien samen met bondgenoten geregeld door de Zuid-Chinese Zee en de Straat van Taiwan om te laten zien dat deze zeegebieden, ondanks Chinese claims, nog steeds internationale wateren zijn. En de VS hebben samen met India, Australië en Japan de zogenoemde Quad nieuw leven ingeblazen, een regionaal diplomatiek initiatief om China in te dammen. In wisselende samenstelling houden de vier landen ook gezamenlijke militaire oefeningen, al waakt India voor al te openlijke stellingname tegen de Chinezen.

“De Indiërs zijn zeker beducht voor China en willen wel samenwerken, maar ze zijn ook gesteld op hun onafhankelijkheid”, zegt Tim Huxley, Azië-directeur van het International Institute for Strategic Studies (IISS), een denktank. “Ze willen voorlopig niet betrokken raken bij iets dat lijkt op een militaire alliantie tegen China.”

Indiase soldaten repeteren voor de militaire parade op de Dag van de Republiek. Beeld REUTERS

Bloedvergieten

De hamvraag is nu hoe groot het risico is dat het tot bloedvergieten komt. Is het denkbaar dat Amerika en China echt slaags raken? En slepen ze dan bondgenoten mee?

Pessimisten wijzen erop dat het in de regio wemelt van de sluimerende conflicten, variërend van de Zuid-Chinese Zee en het Koreaanse schiereiland, tot Taiwan en de grens tussen China en India, waar troepen van beide landen geregeld gespannen tegenover elkaar staan. Een klein incident kan zomaar een bloedige escalatie veroorzaken, vooral als machthebbers zich verkijken op intenties van de ander.

Zo zouden de Chinezen een poging kunnen wagen Taiwan in te lijven, omdat ze – misschien ten onrechte – inschatten dat president Trump de Taiwanezen niet te hulp zal schieten. Of de Amerikanen zouden tot de conclusie kunnen komen dat ze de Chinezen over tien jaar niet meer aankunnen en dat ze China daarom het beste nu kunnen aanvallen, om bedreigende delen van de Chinese economie en krijgsmacht te vernietigen en Peking weer op achterstand te zetten.

Optimisten benadrukken liever dat de toename van de defensieuitgaven in Azië, ondanks nationalistische tendenzen, nog altijd ruwweg in lijn is met de economische groei. En dat de economieën in het gebied bovendien met elkaar verweven zijn, waardoor een oorlog velen zal schaden.

“Natuurlijk is er nationalisme in de regio”, zegt IISS-expert Huxley. “Autocratische regeringen gebruiken nationalisme om hun naties op te bouwen en hun macht te consolideren. Maar het is onder controle. Het is niet het waanzinnige, irrationele nationalisme dat je had in Europa in de jaren dertig, toen het fascisme opkwam. Het blijft allemaal vrij gematigd en pragmatisch.”

Driftbuien-diplomatie

Maar hoe makkelijk de spanningen uit de hand kunnen lopen, was eerder deze maand nog duidelijk te zien op een dramatisch verlopen top van het regionale economische overlegforum Apec in Papoea-Nieuw-Guinea. De Verenigde Staten en China ruzieden in het kleine tropische land ten noorden Australië openlijk over protectionisme en oneerlijke handelspraktijken.

Het wantrouwen daalde zelfs tot zo’n dieptepunt dat toen het internet uitviel tijdens een toespraak van de Amerikaanse vicepresident Mike Pence – waardoor journalisten zijn speech niet meer konden volgen – een Amerikaanse functionaris tegenover The Washington Post suggereerde dat de Chinezen erachter zaten. Een Amerikaanse diplomaat beschuldigde Peking ook van ‘driftbuien-diplomatie’. En het Chinese ministerie van buitenlandse zaken op haar beurt verklaarde dat Pence naar de top was gekomen in een ‘uitbarsting van woede’.

Door dat openlijke gescheld tussen de beide grootmachten slaagden de delegaties er voor het eerst in het bijna dertigjarig bestaan van Apec niet in een gezamenlijke slotverklaring op te stellen. En er kwam zelfs, heel ongebruikelijk, geen ‘familieportret’ met zowel de Amerikaan Pence als de Chinese leider Xi Jinping. Er kwamen alleen aparte foto’s van Pence met de andere leiders, en van Xi met de anderen.

Vicepresident Pence van de VS schudt de hand van de Japanse premier Abe de hand tijdens de Apec-top in Papoea-Nieuw-Guinea, november 2018.Beeld AFP

Volgens Van der Putten van instituut Clingendael laat dit soort getouwtrek zien dat China en de VS, om oorlog te voorkomen, een deal moeten sluiten over hun botsende invloedssferen in Azië. “Ze hoeven geen lijnen te trekken”, zegt Van der Putten. “Maar het zou wel goed zijn als ze een multilateraal platform opzetten, waarin zij de belangrijkste gesprekspartners zijn, en waarin spelers als Japan en India ook invloed hebben.”

Helaas ziet hij het er, net als veel andere experts, voorlopig niet van komen. Ook niet als de twee kemphanen, zoals sommigen voorspellen, binnenkort een compromis sluiten in hun handelsoorlog.

“Dat neemt de onderliggende problemen niet weg”, zegt Van der Putten. “Want de Chinezen voelen zich steeds sterker. Waarom zouden zij toegeven? En het zit volgens mij niet in het Amerikaanse denken om te accepteren dat ze niet langer de nummer één in de wereld zijn. Ik denk dat de Amerikanen alleen een echte stap terug doen als ze ertoe worden gedwongen.”

Lees ook:

Elke grootmacht belooft vrede en toch steekt wreedheid telkens weer de kop op

Vreedzame religies, goede handelsbetrekkingen en een hoge moraal: uiteindelijk breekt toch de oorlog uit, concludeert Jonathan Holslag na zijn reis door de wereldgeschiedenis.

‘De Chinese stem moet luider klinken in de wereld’

De opkomst van China gaat voorlopig nog niet gepaard met meer democratie. Vergeet die westerse verwachting, zegt Zhang Weiwei, het Chinese bestuursmodel is gewoon beter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden