Aziatisch talent maakt zijn opwachting

De 48ste Biennale van Venetië belooft een van de grootste in haar ruim honderdjarige bestaan te worden. Gastcurator Harald Szeemann wist het Venetiaanse gemeentebestuur te verleiden om een enorm industrieel complex beschikbaar te stellen dat hij vond op de plek waar ooit het Arsenaal was gevestigd. Hier was vroeger een scheepswerf te vinden die echter sinds lang in ongebruik is geraakt.

In deze nog uit de zestiende eeuw daterende ruimten, ontworpen door de beroemde Renaissance-architect Jacopo Sansovino, wil Szeemann een overzicht geven van de stand van zaken in de hedendaagse kunst, onder de titel 'D'Apertutto', een woordspeling op 'dappertutto', dat 'overal' betekent. Deze monstertentoonstelling strekt zich uit tot de Corderie, de historische touwslagerij waar in het verleden jong talent op de Biennale zijn debuut maakte.

In de reusachtige zalen van de oude scheepswerf komen ook de inzendingen van negentien landen die geen nationaal paviljoen in de Giardini hebben. Een aantal landen presenteert zich elders in de stad en op de verschillende eilanden in de Venetiaanse lagune, waar bovendien in de diverse musea bijzondere tentoonstellingen zijn te zien. Zo brengt de beroemde Accademia zelden of nooit getoonde tekeningen van Leonardo da Vinci en exposeert het Museo Correr de buitenprojecten van de Amerikaanse pop-art-beeldhouwer Claes Oldenburg en zijn Nederlandse vrouw Coosje van Bruggen.

Toch lijkt de keus voor Szeeman van het Biennale-bestuur verdacht veel op een noodgreep. De Zwitserse tentoonstellingsorganisator had noodgedwongen een extreem korte voorbereidingstijd, nadat hij pas in juli vorig jaar was aangezocht om de Biennale te organiseren. In hem heeft de Biennale weer een niet-Italiaan als gastcurator gevonden: eerder was dat de Fransman Jean Clair.

Die laatste verklaarde in 1995 niet alleen de schilderkunst als zijnde dood, hij maakte ook een einde aan de Aperto-presentaties van jong en nog niet doorgebroken talent. Dat was een initiatief dat Achille Bonito Oliva al in 1980 samen met Szeemann had opgezet. Het heeft er veel van weg dat Szeemann met 'D'Apertutto' zijn wens om de Biennale continu van vers bloed te voorzien wil voortzetten.

Zelf zei hij daar het volgende over: ,,Deze grote tentoonstelling moest in minder dan vijf maanden worden opgezet. Dat betekent dat slechts een klein aantal kunstenaars tijd heeft gevonden om een plan te bedenken en dat vervolgens binnen een heel korte tijd uit te werken. Niettegenstaande dat feit is de helft van het aantal uitgenodigde kunstenaars er in geslaagd om met werk te komen dat geheel nieuw is.''

Szeemann, die de laatste tijd veel als gastconservator in het Verre Oosten heeft gewerkt, liet zich voor zijn keus door die ervaringen leiden. Zo brengt hij opvallend veel Chinezen. Szeemann: ,,De interesse voor hedendaagse kunst uit Azië groeit op dit moment zeer snel. De Aziatische kunstenaars confronteren hun publiek enerzijds met traditionele waarden, anderzijds reageren ze zeer heftig op beelden die door de Westerse media worden aangedragen. Als schilder staan ze op een hoog academisch niveau. Neem iemand als Yang Shaobin, die schildert op een wijze die aan de jonge Baselitz doet denken.''

Tegenover de vele Aziaten staat een aantal Europeanen dat zijn internationale opwachting mag maken. Onder hen bevindt zich in de figuur van Job Koelewijn slechts een enkele Nederlander; meer talent voorzag Szeemann dus niet in Nederland. Koelewijns deelname staat overigens los van de officiële Nederlandse inzending, die gewoontegetrouw in de Giardini te zien is. In het door Gerrit Rietveld gebouwde paviljoen heeft Karel Schampers, in het dagelijkse leven conservator hedendaagse kunst in Museum Boijmans Van Beuningen, een presentatie samengesteld die een overzicht wil geven van het werk van de Schiedammer Daan van Golden. Die keus betekent een breuk met het recente verleden en tegelijk wordt de draad uit het verleden weer opgenomen. Van Golden is immers een goede bekende in de kunstwereld en allerminst een doorbrekend talent.

Zijn presentatie past in het rijtje grote namen die in de jaren zeventig en tachtig met een overzicht in Venetië werden geëerd, toen Carel Visser, Lucassen, Armando en Van Elk hun loopbaan op een internationaal podium bekroond zagen. Later zijn daar relatief onbekende kunstenaars als Henk Visch, Niek Kemps, Rob Scholte en Aernout Mik bijgekomen. Wat dat betreft biedt Van Golden dus geen verrassingen.

De 48ste Biennale gaat aanstaande zaterdag open. Ook dat is nieuw, want normaal mag het publiek op zondag naar binnen. Maar op die dag worden in Italië de Europese verkiezingen gehouden.

En die zijn momenteel in deze van kunst doordrenkte stad veel meer het gesprek van de dag. Want Venetië ligt in de Veneto, een provincie die volgens verschillende partijen naar afscheiding en op zijn minst (culturele) autonomie streeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden