Ayub blijft dromen over het beloofde land

In Iraaks Koerdistan wonen nog tientallen gezinnen met een Joodse achtergrond die graag naar Israël zouden emigreren. In de jaren negentig zijn voor het laatst Joden van hier naar Israël overgebracht. De achterblijvers willen hen achterna, zeker nu er een inval dreigt van IS.

Van het Jodendom weet ik weinig, omdat de enige openstaande deur daarnaartoe mijn oma was. En toen zij moslima werd, kon ze ons er niets meer over leren."

Ayub (43) denkt met weemoed terug aan zijn oma, met wie hij een nauwe band had. Ze was een van de honderden Joodse vrouwen in Iraaks Koerdistan die zich in de jaren vijftig tot de islam bekeerden en met een moslim trouwden.

Ik ontmoet Ayub deze keer in de meubelzaak waar hij werkt op de dagen dat hij niet actief is in het Koerdische leger, in de strijd tegen de milities van Islamitische Staat.

Hij is teleurgesteld omdat hij lang niets van me heeft gehoord - al die tijd dat ik onderzoek deed naar de Joodse geschiedenis van Iraaks Koerdistan voor mijn roman 'De Joodse bruid'. Daarin verwerkte ik zijn verhaal; in mijn boek heet hij Ayub, zijn eigen naam houd ik om veiligheidsredenen achter.

De vorige keer ontving hij me thuis bij zijn vrouw en kinderen, met een uitgebreide maaltijd, foto's en verhalen. Over het verleden van de familie, over oma, over de pogingen om naar Israël te gaan, en over de taal die in het gezin nog wordt gesproken. De taal die hij van zijn oma leerde en die hij aan zijn gezin doorgaf.

Enkele honderden mensen spreken nog Aramees in Iraaks Koerdistan, de taal van de Joden in deze regio die overeenkomsten heeft met die van Assyrische christenen. Een taal die 3000 jaar geschiedenis met zich meedraagt; van de tijd dat Joodse stammen uit Samaria naar de regio werden overgeplaatst door de Assyrische koning die hun land veroverde, tot het massale vertrek van de Joden uit Irak na de vestiging van de staat Israël in 1948.

In de woonkamer van zijn huis buiten de Koerdische stad Sulaymaniya vertelde Ayub me toen dat de zes broers van zijn oma Astella ook naar Israël waren vertrokken. Astella was een aantrekkelijke vrouw die met Jacoub trouwde, een rijke moslim uit Sulaymaniya. Ze moest zich bekeren en heette voortaan Aischa.

Die bekering vond plaats in een periode van Jodenvervolging aan het einde van de jaren veertig. Het streven naar een eigen Joodse staat leidde in Irak tot discriminatie, vervolging en aanslagen; het zionisme werd strafbaar gesteld en Irak stuurde zelfs troepen om tegen de zionisten in Palestina te vechten. Dit leidde ertoe dat van de circa 150.000 Joden in Irak ruim tweederde was vertrokken in 1952, met achterlating van vrijwel alle eigendommen.

Niet iedereen wilde weg. In Iraaks Koerdistan kozen ouders ervoor hun dochters aan bevriende moslims uit te huwelijken om zo hun veiligheid te garanderen. Dat lijkt ook het geval te zijn geweest met Ayubs oma. "Je kiest je religie niet zelf, je wordt in een gezin met een bepaald geloof geboren", zei Ayub. "Oma moet het moeilijk hebben gevonden om zich te bekeren, maar opa vond ze een mooie man."

Ayub werd geboren in een familie van gematigde moslims, die niet aan bidden en vasten deden. De rustdag van de sabbat werd wel in ere gehouden: "Zaterdags aten we vegetarisch, dan maakte oma geen vuur."

Telefoongesprek

Nadat zijn oudooms naar Israël waren vertrokken, was er jarenlang geen contact. "Oma nam ons als kinderen vaak op schoot en vertelde huilend over haar broers." Tot een van hen in 1984 zijn telefoonnummer wist te sturen. "Vader en oma reden naar Zakho en konden over de telefoon met ze praten. Daarna hebben ze wel een half uur gehuild."

Dat gesprek leidde er uiteindelijk toe dat Ayubs vader ook naar Israël wilde vertrekken. Die kans diende zich aan toen na de Golfoorlog van 1991 de Koerdische regio semi-autonoom werd, en dictator Saddam Hoessein minder macht kreeg over de regio. Ayubs oudooms Moshe en Ishak konden Rania bezoeken. "Oma wilde nog steeds niet weg. Ze zei: ik heb hier geleefd en wil hier sterven."

Uit de stapel foto's die op tafel lag, pakte Ayub er een van een struise, donkere vrouw aan wie te zien was dat ze veel kinderen had gekregen. Ondanks haar leeftijd was haar haar nog helemaal zwart. "Ik heb bij haar nooit een grijze haar gezien", verwonderde Ayub zich.

Begin 1994 vertrok een eerste groep van zo'n vijftig bekeerde Koerdische Joden naar Israël, eind april gevolgd door een veel grotere groep van 285 mensen.

"Ze vertrokken met tien auto's uit Rania naar de Turkse grens. Daar gingen ze met bussen naar Diyarbakir. Met een speciaal vliegtuig vlogen ze naar Jeruzalem, waar hun aankomst een groot feest was. Ik hoorde ervan op Radio Monte Carlo."

Ayub wist de details nog precies, want hij had erbij moeten zijn. Maar zijn vader had te horen gekregen dat ze met een tweede groep mee zouden gaan - en die zou nooit vertrekken.

"We kwamen erachter dat anderen onze plek hadden ingenomen. Ze hadden onze plaatsen verkocht en onze identiteitsbewijzen nagemaakt!" Ayub sprak er nog steeds emotioneel over. "Wie? Onze eigen familie had ons verraden! Ik zie het gezicht van mijn vader nog voor me toen hij het hoorde. Hij begon ervan te zweten."

Huisarrest

In de jaren negentig zuchtte Iraaks Koerdistan onder een dubbel embargo: de internationale sancties tegen Irak werden door Saddam nog eens dunnetjes overgedaan. Mensen hadden geld nodig. Volgens Ayub moet de verkoop van hun plaatsen in de vertrekkende groep bijna 7000 dollar hebben opgeleverd, wat in die tijd veel geld was. "Ik ben nog steeds boos. Ze hebben ons onze enige kans ontnomen."

Ayubs vader liet het er niet bij zitten. Hij liet Ayub alle details opschrijven, en de brief ging naar Israël. "Toen zijn de mensen uit die groep onder huisarrest geplaatst. Een deel is uitgezet, anderen zijn geëmigreerd. Daardoor is het contact met de familie in Israël bekoeld."

Van die kant viel geen hulp meer te verwachten, maar Ayubs vader bleef proberen naar Israël te komen. Voor een nieuwe poging verkocht hij eind 1995 zijn huis en eigendommen.

"We zijn met het gezin naar Turkije gegaan om bij de Israëlische ambassade in Istanbul ons verhaal te doen. Het was een dure reis in een moeilijke tijd, want in Koerdistan woedde een burgeroorlog. De dag dat we in Istanbul aankwamen, werd de Israëlische premier Rabin vermoord. Niemand had tijd voor ons. Uiteindelijk zijn we met lege handen naar huis teruggekeerd."

Na terugkomst waren ze failliet: financieel en emotioneel. Voor Ayubs vader werd de wens om naar Israël te gaan een obsessie. Niet lang daarna probeerde hij via de bergen het land te verlaten om contact te maken met een Israëlische ambassade. Die reis was te zwaar, onderweg is hij overleden.

"We waren kapot, want hij was onze sleutel naar Israël. Hij moest voor ons de deur naar dat land openen. Toen hij stierf, waren we alles kwijt."

Vies

De hang naar Israël is er nog steeds. Ayub is er het meest uitgesproken over, maar ook zijn broers en hun gezinnen blijven reikhalzend uitkijken naar het beloofde land. Dat heeft te maken met hun omgeving, waarin Joden niet geaccepteerd worden. "'Waarom ga je niet terug?' vragen mensen je soms", vertelde Ayub die geboren en getogen is in Koerdistan. "Gewone mensen zien ons als minder. Ik herinner me dat we ergens op bezoek waren, en dat ze zeiden dat ze na ons vertrek onze zitplaatsen schoon moesten maken omdat we zo vies waren."

De sfeer is tegenwoordig iets verbeterd, vertelt hij in de meubelzaak. Dat komt door de recente openlijke steun van Israël aan het Koerdische onafhankelijkheidsstreven. Koerdische olie is via Israël verkocht, en er zijn geruchten over financiële steun. "Mensen vergelijken Israël met de Arabische landen; dan is Israël beter."

Daardoor ook komen nu meer Koerden uit voor hun Joodse wortels. Kostte het mij de afgelopen jaren moeite om mensen te vinden met die achtergrond, nu zijn steeds meer jonge Koerden met een Joodse overgrootmoeder op zoek naar hun familieverhalen. Men komt ook uit voor contacten met familie in Israël.

Ayub staat nog altijd te popelen om die familie in Israël op te zoeken. Hij voelt zich Joods, zegt hij. "Ik heb zoveel met oma opgetrokken. Je geschiedenis creëert je identiteit."

Hij hoopt een nieuwe deur te vinden, al is zijn vrouw minder enthousiast. Ze maakt zich zorgen dat ze hun goede leven in Koerdistan moeten inleveren voor een financieel minder rooskleurig bestaan, en dat hun kinderen Joods zullen worden opgevoed.

Daar zullen ze samen wel uitkomen, zegt hij. Maar hij wil pas echt beginnen te hopen, als er een concreet plan is. "We moeten zeker weten dat het niet weer een mislukte poging wordt."

Koerden met een Joodse achtergrond maken zich zorgen over de nabijheid van de radicale strijders van Islamitische Staat, of 'daash', zoals IS lokaal wordt genoemd. Daarom roepen ze Israël op hen snel in veiligheid te brengen. De Israëlische Wet op de Terugkeer geeft iedereen met een Joodse grootvader of -moeder het recht zich in Israël te vestigen.

"Als daash deze kant op komt, zijn wij de eersten die ze willen doden," zegt Ayub stellig. Hij spreekt vanuit zijn ervaring in het verleden, toen in de jaren negentig in Rania, waar zijn familie toen woonde, de radicale islam veel openlijke aanhang had. "We waren bang. Ze dachten dat ze een plek in de hemel konden verdienen door ons te vermoorden."

Hijzelf ontsnapte toen ternauwernood aan een aanslag. Inmiddels zijn radicale moslims op verschillende plaatsen in de Koerdische regio in gevecht met de Koerden; Ayub heeft zich aangesloten bij het Koerdische leger om tegen hen te vechten.

Hoewel hun identiteitskaarten niets prijsgeven van hun Joodse achtergrond - ze zijn immers al meer dan een generatie moslim - vrezen deze Koerden dat de kennis daarover lokaal nog aanwezig is, en dat ze verraden zullen worden. Hun verzoek aan Israël is om nog een keer een reddingsactie op touw te zetten, en hen op te halen.

Angst voor IS

Over het vertrek van de Joden uit Irak schreef Trouw-correspondent Judit Neurink de roman 'De Joodse bruid. Het verdwenen leven van Irak'. Ter gelegenheid van de verschijning, gisteren, vindt op 31 oktober in De Rode Hoed in Amsterdam een debat plaats over de toekomst van minderheden in Irak. Info: www.derodehoed.nl.

Judit Neurink: 'De Joodse bruid, Het verdwenen verleden van Irak', uitg. Jurgen Maas, euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden