Ayatollah Montazeri houdt rede over democratisering islam

“Enige professoren hebben vragen tot me gericht omtrent de vorming van partijen en de godsdienstige legitimiteit daarvan. Ik heb hun schriftelijk geantwoord. Dat is in druk verschenen en u kunt er kennis van nemen. Ik heb hen geantwoord dat de imam Ali, vrede zij met hem, het belang heeft benadrukt van het gebieden van het behoorlijke en het verbieden van het verwerpelijke.”

HOESSEIN ALI MONTAZERI

“We hebben in ons antwoord opgenomen dat de edele Koran in de Soerat Al-Toba zegt: 'De gelovige mannen en vrouwen zijn elkaars wali's'. In dezelfde soera staat een vers dat betrekking heeft op de huichelaars: 'De huichelaars en de huichelaarsters horen bij elkaar.' Hier gebruikt God niet het woord wali en hij beschrijft hen niet als wali's, hoewel zij vrienden zijn. Dus: wali betekent niet vriendschap. Als je het hebt over wali's heb je het slechts over de gelovige mannen en vrouwen.

Het woord wali in de Koran en in de overgeleverde uitspraken van de profeet betekent 'degene die de keuzes maakt, iemands lot bestuurt'. Maar er zijn gradaties. 'God is de wali van de gelovigen', hier is sprake van wali in absolute zin. God zegt over de Gezant: 'De profeet is voor hen het meeste een wali.' Het begrip wali is hier niet absoluut, want er is sprake van een trap van vergelijking. De imam (Ali) is ook een wali. De wali fakih (bedoeld is de functie van 'geestelijke gids' die Khamenei bekleedt in Iran, red.) heeft, als hij aan de voorwaarden voldoet, een positie van wali, maar er is geen sprake van dat hij een universele wali is.

God zegt: alle mannen. Maar kenners van de literatuur en de grammatica weten dat 'alle mannen' hier alle mannen en vrouwen betekent, en niet alleen slaat op de mannen. Iedereen is elkaars wali. God gebruikt dit als een logische inleiding voor het gebieden van het behoorlijke en het verbieden van het verwerpelijke.

Waarom? Omdat we zonder deze inleiding zouden kunnen zeggen dat we ons niet hoeven te bemoeien met de publieke zaak omdat die ons niet aangaat, en dat de vraag of iemand anders naar de hel gaat of niet, ons evenmin raakt. In antwoord daarop beveelt God, de absolute wali van iedereen, dat iedereen wali voor de ander moet zijn, alle mannen en alle vrouwen zijn wali over alle gelovigen. Als iemand onrecht pleegt of tegen de goddelijke wet handelt dan gaat dat niet een deel van de mensen aan maar heel het volk en alle mensen.

Daarom kan niemand tegen een ander zeggen: 'deze zaak gaat jou niet aan' of hem verbieden die zaak aan anderen te melden. Alle mensen hebben de taak te letten op alles wat er gebeurt en ze hebben niet het recht om onverschillig te zijn.''

“God, die de absolute wali is, heeft ons aangesteld als wali over elkaar. Iedereen is verantwoordelijk als hij gelovig is, en die verantwoordelijkheid beperkt zich niet tot één persoon maar geldt voor alle gelovigen.

In Gods edele Koran staat: de Partij van God (Hezbollah), zij zijn de gelukkigen. Dat wil zeggen dat de mensen die bijeenkomen de gelukkigen zijn. De Partij van God is niet alleen maar een stelletje ophitsers, aan wie een slogan is meegegeven. De Partij van God bestaat niet alleen maar uit leuzen, demonstraties en lawaai, waarna ze weer verdwijnen. Dat is niet de Partij van God.

De Partij van God verenigt en voegt samen en waakt over de samenleving, en ziet erop toe dat die zich voortbeweegt naar het goede. Dat is een taak die God ons heeft opgelegd in het edele Koranvers. Toen de imam Ali op zijn sterfbed lag schreef hij zijn 'brief 47' in het boek Nahdj al-Balaagha. Daarin staat zijn testament aan zijn twee zonen Hassan en Hoessein en aan een ieder die het leest. Hij vroeg aan hen daarin om vroom in God te geloven en om 'jullie zaak te ordenen.'

Als we dat vergeten, wat gebeurt er dan? Het antwoord luidt: 'Dan gaan de slechtsten over jullie voogd spelen'. Het natuurlijke resultaat van die toestand is wat we nu zien, dat de sji'ieten gefragmenteerd zijn, zodat iedereen zich bezighoudt met zijn eigen zaken en zich niet bekommert om wat er in de samenleving gebeurt. In dat vacuüm zullen sommigen profiteren op een slechte wijze. Vervolgens zullen alle instellingen, organisaties, gezagsinstanties en voordelen in handen vallen van de slechterikken.

Jullie zijn allen verantwoordelijk, en daarom moeten jullie je organiseren en moeten in harmonie met elkaar verkeren. Zo'n verzameling van mensen noemen we een partij. We moeten niet bang zijn voor het woord partij, want dat komt voor in de Koran: 'Maar de Partij van God, dat zijn de gelukkigen' en 'Maar de Partij van God, dat zijn de overwinnaars.' Daarom is het jullie plicht, dat wil zeggen van de partij, om de gespecialiseerde kaders te creëren om de mensen gereed te maken op het terrein van de politiek, de economie, de cultuur en alle andere aangelegenheden van het land.

Zodat het kader, als het een minister of een burgemeester of wie dan ook kwijtraakt, vervangers kan aanbieden. Alle partijen in de wereld doen dat. Het is niet meer mogelijk om de wereld met een knuppel te leiden. De regering van de knuppel is voorbij, is niet meer geschikt en loopt niet meer in de pas met deze wereld, omdat de mensen niet meer dom zijn. Ze zijn klaarwakker. Ze onderzoeken en hebben kennis. Zo gaat het in de hele wereld.

De islamitische republiek moet georganiseerd en bestuurd worden. Het is het volk dat zijn republiek bestuurt, ordent en organiseert, en er zijn best voor doet dat het goede programma's krijgt. Al die verkiezingen die er worden gehouden, van de verkiezing van de president tot die van het parlement en de raad van de experts hebben dat tot doel.

En als er hier verkiezingen worden gehouden proberen sommigen met de knuppel hun wil op te leggen. Dat creëert de problemen. Het volk moet in beweging komen en zichzelf organiseren voordat anderen proberen het hun wil op te leggen.''

“Een sterke partij is een partij die na het winnen van de verkiezingen een prima minister of staatssecretaris kan leveren, goed kader en een goede burgemeester. In de wereld van vandaag interesseert men zich voor van alles en nog wat, de economie, de politiek. Maar men moet ook verstand hebben van godsdienst.

Het volk moet vergaderen, het moet een krant hebben, een tv en een radio, en het moet daar zelf over kunnen beschikken, in plaats van dat alleen de regering erover beschikt, omdat de regering aan de macht is gekomen via het volk.

Als het volk iets wil zeggen moeten de tv, de radio en de kranten dat weergeven. Zo gaat het in heel de wereld. Als wij die lijn niet volgen zullen we een klap op ons hoofd krijgen en terugvallen. De republiek betekent de regering van het volk. Als ik zeg dat het volk zich moet organiseren, partijen moet vormen en zijn mening moet geven, dan is dat geen politieke plicht maar een plicht op grond van de goddelijke wet. Als u kennis neemt van mijn brief aan de professoren zult u dat in detail terugvinden.

In onze grondwet komt de wilajati fakih voor (het door Khomeini ingevoerde beginsel dat de hoogste macht in handen van een geestelijke moet zijn, die optreedt als 'geestelijke gids' red.). Maar dat betekent niet dat de geestelijke gids alles kan doen en dat hij alle gezag in handen heeft. De wilajati fakih is aan voorwaarden gebonden, die vastliggen in de grondwet. Het is de taak van de 'geestelijke gids' om toezicht te houden op de weg die de samenleving bewandelt, zodat die niet afwijkt van de weg van de islam en de rechtvaardigheid. Het is niet zijn taak om zich met alles te bemoeien.

In het communistische systeem in de Sovjet-Unie regeerden ze het land op marxistisch-communistische basis. Ze plaatsten de ideologie boven de regering. De politiek, de economie en de cultuur werden volgens de communistische ideologie bestuurd, voor hen sprak dat vanzelf. Wij moslims moeten regeren op basis van de islam en de goddelijke wet. Wij hebben behoefte aan regels en organisatie. Allen hebben het recht om te besturen omdat het volk de regering kiest.

En toch heeft soms iemand niet het recht om te kiezen tussen de kandidaten of om gekozen te worden. Dat recht is voorbehouden aan wie vroom en gelovig is, volgens de waarheid handelt en verstand heeft van politiek en cultuur en onafhankelijk is, zoals Moedarris die op zijn eentje oppositie voerde tegen de regering van sjah Rezah Khan. Zo iemand heeft het recht om gekandideerd te worden. Niet iemand die zich alles permiteert, en die honderden malen liegt om maar volksvertegenwoordiger te kunnen worden.''

“Het volk kiest de president en zijn vertegenwoordigers in het parlement. De geestelijke gids staat aan zijn hoofd. Hij is een moedjtahid (iemand die zelfstandig de goddelijke wet uitlegt red.) Hij is degene die het meeste van de goddelijke wet afweet en rechtvaardig is. Hij heeft het recht om toezicht te houden op de regering, niet om de regering tegen te werken. Hij moet zich mengen onder het volk en weten wat er met hen aan de hand is. Hij moet zijn zoals de imam Ali, toen die kalief (vorst van de gelovigen red.) was en een land bestuurde dat tienmaal zo groot was als ons land. Hij mengde zich onder de mensen. Op een dag kwam er iemand uit ons land op hem toe en zei: 'Die daar met zijn dikke buik.' De imam Ali snauwde hem niet af en bestrafte hem niet maar zei: 'Man, beneden zit de buik en boven de kennis.'

In de periode dat Ali wali was gingen de mensen naar hem toe en praatten ze met hem. Hij mengde zich onder hen en ze legden hem hun problemen voor. Zo was de manier waarop hij wali was, het had niets weg van een koninklijke institutie en reizen die miljarden kosten.

Tegenwoordig kunnen we geen mond opendoen of ze zeggen dat wij tegen de wilajat al-fakih zijn. Maar ik ben degene die het beginsel van de wilajat al-fakih heeft ontworpen en op schrift heeft gesteld. En dan komen er nu drie of vier van die jongelui, die nog geen embrio's in de baarmoeders van hun moeders waren toen wij hier al waren. En dan roepen ze in de straten dat wij tegen de wilajat al-fakih zijn, ze moesten zich schamen!

De wilayat al-fakih is zoiets als de manier waarop de vorst van de gelovigen wali was, het is het toezicht houden op de regering. In de republiek moet de regering onafhankelijk zijn. Een van de problemen van president Khatami is dat ze hem niet laten regeren en niet onafhankelijk laten zijn. Toen de heer Khatami werd verkozen heb ik hem een brief geschreven waarin ik zei: 'Op de manier waarop jij te werk gaat zul je niet kunnen regeren. Als je dit wilt voltooien zal dat niet gaan. Als je ministers en burgemeesters niet op jouw lijn zitten zul je niet kunnen regeren of vooruitkomen.'

Ik zei ook: 'Als ik jou was ging ik naar de leider (Khamenei) en zei hem: met eerbied voor uw positie, en met alle respect, maar 22 miljoen mensen hebben gezegd: wij willen uw overheersing niet en wij aanvaarden uw inmenging niet. Die 22 miljoen mensen hebben mij gekozen. Ze verwachten van mij iets. Als mijn ministers en mijn assistenten mij worden opgedrongen kan ik niet regeren.' Daarna zou ik het volk bedanken omdat het mij gekozen heeft en dan mijn ontslag indienen. Het probleem is dat Khatami harder moet zijn en niet week.

Naar mijn mening moet de president harder zijn en moet de leider (Khamenei) zijn plicht vervullen. De leider moet de president of de ministers of welke functionarissen dan ook tegenhouden als ze iets willen ondernemen tegen de goddelijke wet. Het is niet zijn taak om een lijfwacht te vormen die groter is dan die van de sjah, en zich te bemoeien met elke pietluttigheid in alle ministeries en overal.

Een land waar tal van machtsapparaten en regeerders los van elkaar opereren: het parlement, de de regering, de leider, en waar iedereen maar doet wat hij wil, kan in de hedendaagse wereld niet geregeerd worden en stevent af op een mislukking.

Soms zeggen mensen tegen me: je verzwakt het bestel. Oud-president Rafsandjani zegt dat Iran een Afghanistan wordt. Dat is onjuist, hij vergist zich. Het bestel hangt niet van een persoon af. Het bestel is het bestel van de islam. Het volk zal een revolutie ontketenen als het ziet dat het islamitische bestel wordt bedreigd. Maar de onderdrukking van het volk, díe drijft de mensen uiteen en fragmenteert hen.

Iemand zei tegen de tweede kalief (Omar Bin Al-Khattaab): 'Bij God, als we bij u een kromming van de rechte lijn zien, zullen wij die rechten met het zwaard.' De kalief accepteerde de woorden van die man, en dat is de islam. Maar als er een fax wordt gestuurd naar de voorgangers tijdens de vrijdagsdienst met de opdracht om een persoon aan te vallen en als er in de kranten alle mogelijke scheldwoorden vallen, dan heeft dat met de islam niets uit te staan.

De heer Khamenei benadrukte dat de mardja (hoogste geestelijke autoriteit) de meeste kennis moest hebben (van de islamitische wet). Waarop ik zei: jij bent geen mardja, je hebt er het gewicht niet voor. Toen de ajatollah Araki overleed zond ik de ajatollah Moemin met de boodschap: vaardig geen fatwa's uit. (Een fatwa is een beoordeling van een maatschappelijk probleem op basis van de goddelijke wet red.). De leider antwoordde hem niet maar bracht hem terug naar zijn bureau waar hij mensen fatwa's zag schrijven. Hij vroeg waar ze zich op baseerden en hij (Khamenei) zei: 'op de dissertatie van Khomeini.' Is dat een mardja en is dat zijn werk?''

Aan het slot richt Montazeri zich rechtstreeks tot Khamenei(red.): “Het instituut van de mardja is een morele kracht en een onafhankelijk geestelijk gezag. Probeer niet de onafhankelijkheid van dat instituut te breken! En verander de wetskenners niet in regeringsfunctionarissen. Dat is gevaarlijk voor de toekomst van de sji'ah. En hoeveel mensen u ook mogen prijzen, met al hun loftuitingen zal u toch absoluut niet het kennisniveau van Khomeini bereiken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden