Ayaan Hirsi Ali / De koele schoonheid

Ze maakte een pijlsnelle opmars en wekt steevast twee reacties op: felle weerstand of diepe bewondering. Door wat ze zegt, maar ook door wie ze is. Ayaan Hirsi Ali: ’ongenaakbaar’, ’de exotische prinses’.

Eind januari 2001 was in het inmiddels verdwenen praatprogramma ’B&W’ een tafel vol asielzoekers te gast. Ze hadden het over ’de beeldvorming’ van asielzoekers, want onderzoek wees uit dat 6 procent van hen zich bezondigde aan criminaliteit. Dat betekent uiteraard ook: 94 procent niet.

Een van de gasten aan tafel werd aangekondigd als een Somalische vluchtelinge, ene Hirsi Ali. Zij klaagde bij Paul Witteman dat de politie er zo ongaarne werk van maakt als een bewoner van een asielzoekerscentrum aangifte doet van aanranding.

Later schreef een tv-recensent dat hij het zo’n leuk ideetje van de redactie had gevonden, om asielzoekers zelf ook eens aan het woord te laten. Verder wijdde hij geen woord aan die ene praatprogramma-gast.

De allereerste keer dat Hirsi Ali in een Nederlandse krant stond, was met een ingezonden brief. Die stond op 22 mei 2001 in NRC Handelsblad. De aanslagen van 11 september moesten dus nog plaatsvinden. De moord op Pim Fortuyn ook. De nog onbekende briefschrijfster, nu met voornaam en woonplaats vermeld (’Ayaan’ en Leiden), had iets op te merken over televisiebeelden die eerder die maand, op 3 mei, in ’Nova’ te zien waren geweest. Een Rotterdamse imam, El-Moumni, zei toen dat homoseksualiteit ’een besmettelijke ziekte’ is, die ’schadelijk is voor de samenleving’.

Op het moment dat Hirsi Ali’s brief de avondkrant haalde, was er al een rechtszaak tegen de conservatieve imam aangespannen (waarin hij een klein jaar later zou worden vrijgesproken: hij had niet aangezet tot haat, vond de rechtbank).

Maar Hirsi Ali’s brief trok de woorden van de imam in een breder perspectief. Ze legde de vinger op een nog onbesproken detail van El- Moumni’s woorden: dat ze ondertiteling behoefden. Want al woonde de imam sinds 1992 in Nederland, de taal sprak hij niet. „Hij kan de wekelijkse gebeurtenissen binnen de Nederlandse samenleving niet uit eerste hand volgen”, schreef Hirsi Ali.

En: „Een inhaalslag als het gaat om verlichtingsdenken, verdraagzaamheid en kennis over andere culturen zal nooit lukken met imams als el- Moumni (...). Maar het zal ook niet lukken als vooruitstrevende moslims achterover blijven zitten. Een eensgezinde reformatie is wat de islam nodig heeft.”

Hirsi Ali’s werkelijke opmars begon pas goed na de aanslagen van 11 september 2001. De eerste keer dat een krant toelichtte wie ze was, was eind november 2001 in Trouw. Onder de kop ’Laat ons niet in de steek’, riep ze vanaf de voorpagina van de bijlage Letter & Geest op tot Verlichting: „Laat de Voltaires van deze tijd in een veilige omgeving werken aan een Verlichting van de islam.”

Achter het betoog stond een beknopt curriculum vitae: ’Ayaan Hirsi Ali kwam negen jaar geleden op 24- jarige leeftijd vanuit het islamitische Somalië naar Nederland. Ze heeft politicologie gestudeerd en zes jaar gewerkt als tolk/vertaler voor onder andere de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Sinds kort is ze als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.’

Daar werkte de schrijfster van de eloquente roep om islamitische Voltaires toen inderdaad; sinds vijf maanden. Blijkbaar was ze in hetzelfde jaar naar Nederland gekomen als de imam die homoseksualiteit anno 2001 nog altijd alleen in zijn eigen taal wist te verketteren.

Een jaar later, in september 2002, begon in Nederland in hoog tempo de noodzaak te verdwijnen om nog uit te leggen wie of wat Ayaan Hirsi Ali was. Ze verscheen inmiddels met regelmaat in kranten, op debat- avonden zonder camera’s, maar vooral: op televisie. Een paar maanden later was er haar geruchtmakende overstap van de PvdA naar de VVD, werd ze bij de verkiezingen van januari 2003 kamerlid, en begon de strijd met de tolerantiegrenzen van haar fractie.

Maar wat Hirsi Ali ook deed, altijd wekte ze steevast twee uiteenlopende reacties: weerstand – die kon variëren van intellectueel misprijzen omdat ze de kloof tussen westerse samenleving en moslims nog groter maakt dan hij toch al is, tot dreigementen met dood en geweld. Of juist bewondering – om haar veronderstelde moed en vasthoudendheid, in een strijd voor een zo onbetwistbaar goede zaak: de emancipatie van de onderdrukte islamitische vrouw.

Sindsdien zijn er kilometers tekst over haar geschreven. Raadpleeg het elektronisch archief van de PCM- kranten en je komt haar naam een kleine 5000 keer tegen – al scoort Pim Fortuyn daar, je hebt altijd baas-boven-baas, bijna 10000 hits.

Maar aan die toren van krantenberichten is iets merkwaardigs. Ze gaan bijna nooit over het, letterlijk, in het oog lopende aspect van Ayaan Hirsi Ali: haar uiterlijke schoonheid. Zelden wordt de factor looks openlijk meegenomen in een beschouwing over haar opmars.

Jawel, toen ze in april 2005 haar entree maakte bij het diner dat Time Magazine gaf voor wat dat blad beschouwde als ’de honderd invloedrijkste mensen ter wereld’, meldde de ene krant dat haar avondjurk ’prachtig en stijlvol’ was en de andere dat-ie ’laag uitgesneden en elegant’ was, ’met een lange witte omslagdoek. Ze deed niet onder voor de sterren in galalook’.

En zoals –in sommige kranten tenminste– de hoeden van alle vrouwelijke parlementariërs op Prinsjesdag, als een jaarlijks terugkerend ritueel, eventjes onderwerp van gesprek zijn, zo ook het hoofddeksel van Hirsi Ali.

Maar de vraag of haar pijlsnelle opmars misschien ook iets te maken heeft met wat haar uiterlijk zoal oproept, is maar zelden gesteld.

Eén zo’n uitzondering was VVD- oudgediende Nel Ginjaar-Maas, in de jaren tachtig staatssecretaris van onderwijs. In december 2003 was zij zacht gezegd not amused toen Hirsi Ali het aantal islamitische scholen wilde beperken door een nieuwe voorwaarde te stellen: dat er niet te veel ’achterstandskinderen’ op mochten zitten. De fractie ging daarin mee, ook al kwam Hirsi Ali daarmee aan de vrijheid van onderwijs – een zo belangrijk artikel in de Grondwet dat menig onderwijsdeskundige de tekst op een geplastificeerd kaartje bij zich draagt.

Ginjaar-Maas, gevraagd te verklaren hoe het kwam dat de fractie achter Hirsi Ali stond, zei: „Om te beginnen is het natuurlijk een hele mooie vrouw. Bovendien beschikt ze over grote spreekvaardigheid. Zo heeft ze de hele fractie meegekregen, en niemand vroeg zich af wat ze aan het doen waren.”

Welke rol ’het lichaam’, lees: schoonheid (of de afwezigheid daarvan), in de politiek speelt is in het openbare debat in kranten een grotendeels verzwegen vraagstuk.

Onder historici is er de laatste 25 jaar meer belangstelling voor: body history, zo heet die tak van wetenschap. Afgelopen najaar verscheen ’Machtige lichamen – het vingertje van Luns en andere politieke wapens’ van een groep Groningse historici, dat in ieder geval afrekent met de misvatting dat uiterlijk in de politiek pas van werkelijk belang zou zijn geworden sinds er televisie bestaat.

Politieke strijd is altijd al een vorm van ’theater’ geweest; lang voor het verkiezingsfilmpje waarin D66 Hans van Mierlo in regenjas met opgeslagen kraag door Amsterdam liet lopen, onderwijl mijmerend over het democratisch onbehagen van de burger, zetten Romeinse keizers met hun haar- en baardmode de trends of zette in Nederland de socialist Domela Nieuwenhuis zijn charisma kracht bij met een woeste haardos.

Maar Ayaan Hirsi Ali ontbreekt in het boek – de recentste politicus die erin wordt besproken is Pim Fortuyn, wiens „overdreven nette kleren deel uitmaakten van zijn pogingen zich tegen het establishment af te zetten”, aldus Doeko Bosscher in de beschouwing over Fortuyns binnen- en buitenkant.

Hoe zit dat dan bij Ayaan Hirsi Ali? „Om te beginnen is uiterlijk nooit in z’n eentje belangrijk”, zegt prof. dr. Henk te Velde, een van de redacteuren van het boek, tot september in Groningen hoogleraar geschiedenis van de politieke cultuur en nu hoogleraar vaderlandse geschiedenis in Leiden. „Wanneer, bijvoorbeeld, Wim Kok gekleed gaat in grijze pakken dan is dat ook een manier om uit te dragen: ’ik ben betrouwbaar, ik kan dingen regelen’.

Wat me aan Hirsi Ali opvalt is dat ze tegelijk een goede verschijning is, dat ze heel duidelijk veel aandacht aan haar uiterlijk besteedt – zelfs in de tijd dat ze ’s morgens niet wist waar ze ’s avonds zou slapen zag ze er uit om door een ringetje te halen –maar dat ze tegelijk iets onaanraakbaars, iets koels, iets ongenaakbaars heeft. Haar meningen zijn in trek bij mensen die rechts in het politieke spectrum zitten en die graag iets populistisch door hun meningen mengen, maar zelf is ze geen populist. Flirten, dat zou je niet zo gauw met haar doen.

Ayaan Hirsi Ali’s uitstraling is niet behaagziek erotisch, in tegendeel. Ze wordt wel omhelsd door populistische mensen, maar zelf wasemt ze uit ’ik sta hier in m’n eentje en zo wil ik het ook’. Ze poseert bijna als een eenzame vrouw met een missie.

Historisch gezien hoort ze thuis aan het begin van de parlementaire geschiedenis, rond 1848, toen er nog geen fractiediscipline bestond en kamerleden nog individualisten waren met een eigen achterban.

Ze heeft geen verwantschap met Pim Fortuyn, de outsider die tegen de Haagse kaasstolp aanschopte en daar een flamboyant uiterlijk bij gebruikte. Zie ook de film die ze maakte, ’Submission’, of de boekjes die ze schreef: die zijn niet speciaal gericht op het grote publiek. Ze richt zich op de elite; in het Nederlandse parlement loopt ze als een olifant door de porseleinkast, maar tegelijk is ze bezig internationaal door te breken. De Albert Cuyp is niet haar wereld.

Haar uiterlijk is een onderdeel van die positionering. Ze zet het wel in, maar je ziet nooit commentaren over wat ze aanhad. Dat is niet alleen zelfcensuur van de media, het heeft ook te maken met die gewaarwording van koelheid.

Bij mij roept ze op dat ze zich zo heeft ingeleefd in haar missie, dat ze bezig is haar positie te dramatiseren. Ze wordt natuurlijk werkelijk bedreigd, maar tegelijk ook wekt ze de indruk dat ze niets liever wil. Die houding van ’ik ben bereid om het laatste offer te brengen’ en van ’hier sta ik, ik kan niet anders’ wekt respect, maar bevat ook melodrama. Ik zie haar namelijk niet zo erg zoeken naar ’hoe het anders kan’.

Geen erotische lading? Dat zegt mediasocioloog Peter Hofstede historicus Te Velde niet na. „Het feit dat Ayaan Hirsi Ali mooi is maakt ont-zet-tend veel uit. Het is moderne hypocrisie om dat niet in te zien of te ontkennen”, zegt Hofstede.

„Het maakt werkelijk alles uit dat Hirsi Ali er uitziet als een exotische prinses, die langzaam bezig is het aardse niveau te ontstijgen. Ze reist op het moment Europa af met een boek dat in het Duits ’Ich klage an’ heet –geen geringe verwijzing naar Emile Zola. In Duitsland wordt ze vermoedelijk ook nog een tikje anders gepercipieerd dan hier, want ze zijn daar geen ebbenhouten schoonheden gewend.

Hirsi Ali, dat kon je op de televisiebeelden van haar persconferentie zien, wordt in Duitsland niet gezien als ’zwarte’, maar als ’schoonheid’. Ze kleedt zich heel duur en uitdagend. Haar boezem wordt goed getoond; vooral mannen zijn onder de indruk en denken ’nou nou, interessant’. Dat zie je vrijwel elke keer gebeuren als ze gefilmd wordt bij een bijeenkomst.

Heel mooi was dat ook in december 2002, toen ze naast Gerrit Zalm voor het eerst na haar overstap van PvdA naar VVD, en voor het eerst na haar onderduikperiode in de VS, verscheen op een VVD-congres. Zalm zwom helemaal weg in pogingen om galant over te komen.”

„Hirsi Ali werkt onmiskenbaar langs lijnen van erotische affectie. Ze is in hoge mate een door de televisie omhooggeschoten ster. Met een zacht, maar duidelijk stemmetje zegt ze dat de vrouw in de islamitische wereld onderdrukt is– en zegt ze vervolgens de vreselijkste dingen over de islam.

Daar zijn moslims in diverse tv- programma’s razend om geworden en daar volgden bedreigingen met de dood op.

De PvdA heeft haar vrij snel laten vallen en Neelie Kroes heeft haar opgeraapt–die zag daar politieke winst in. Dat zal te maken hebben gehad met het feit dat de VVD niet rechtstreeks racistisch kon worden, maar wel allerlei dingen door Hirsi Ali kon laten zeggen, want die is zwart en daarom boven verdenking. Tot op zekere hoogte heeft dat gewerkt, maar inmiddels werkt het als een splijtzwam. Zij is vooral met haar eigen stokpaardjes bezig.

Ik denk niet dat ze erg geïnteresseerd is in de Nederlandse samenleving; ze is hier ooit na een verblijf van een half jaar in Duitsland beland op doorreis naar Canada en vervolgens in ons land gebleven; ik vrees dat Nederland voor haar nooit meer is geweest dan een handzaam vehikel voor haar persoonlijke ambities. Ze richt zich nu ook vast niet zonder bedoelingen op de rest van Europa.

Maar de ironie is intussen dat het volksdeel waarmee ze zo begaan zegt te zijn, islamitische vrouwen, erg weinig van haar moeten hebben. Die half etherische, half erotische schoonheid is voor haar veronderstelde doelgroep helemaal niet zo’n aanbeveling.”

De Amsterdamse communicatiewetenschapper Jaap van Ginneken, van huis uit psycholoog, is minder kritisch over Hirsi Ali’s gedachtegoed, al ontkent hij niet dat haar uiterlijk ’een factor’ is.

„Heel evident aan Hirsi Ali zijn twee dingen: ze is donker, en ze is mooi. Dat ze donker is betekent dat ze allerlei uitspraken kan doen over discriminatie waartegen Nederlanders niet geneigd zijn zich te keren. Niemand durft zich er tegen uit te spreken. Maar dat ze donker is betekent ook dat Arabische en Turkse moslims haar niet zien als ’een van ons’. Dat ze mooi is, althans volgens conventionele westerse normen, verhoogt haar status van heilige.

Maar ’mooi’ heeft in de politiek ook een keerzijde. Als je jezelf al te zeer neerzet als een Prinzipienreiter, wordt ’mooi’ gevoeld als ’bits’. Zowel ’donker’ als ’mooi’ versterken je waarneming van haar. Een plompe blanke dame die hetzelfde zou beweren als Hirsi Ali zou bijvoorbeeld de reactie kunnen oproepen: ’ik ben het niet met haar eens, maar ik vind ’r wel aardig’.”

„En wat ook speelt: aan hoe Hirsi Ali wordt ontvangen kun je zien dat de emancipatie nog bepaald niet voltooid is. We gaan dat straks ook krijgen met Lousewies van der Laan. Den Haag kan ’manwijf’ aan en ’lief’, maar wil liefst niet te veel varianten op dat thema. Je ziet dat terug in Sorgdrager, Borst, Dales. Ze vielen allemaal in een maar heel beperkt kader.

Den Haag is in het opzicht van vrouwen een stuk achterlijker dan iedereen altijd denkt. Dat is bij alle vrouwelijke politici van geval tot geval aantoonbaar. Hirsi Ali is niet alleen ’westers mooi’ –zoals overigens veel Somalische vrouwen– maar ook elegant gekleed. Dat versterkt het vrouwelijkheidseffect, maar dat kan zich ook tegen je keren.”

Dat moment lijkt voor Hirsi Ali nog niet aangebroken – in Nederland nadert het misschien nog het meest, want haar eigen VVD zit zacht gezegd in z’n maag met Hirsi Ali. De ene helft vindt haar – om met fractie-aanvoerder Jozias van Aartsen te spreken – ’woest goed’ . De andere helft vreest dat ze zo niet voor Nederland, dan toch voor de VVD een femme fatale zal blijken: zo’n vrouw aan wie het gevaarlijk is verknocht, zo niet verslaafd te raken (al gaat het bij de klassieke 19de-eeuwse vrees voor de fatale vrouw doorgaans in de eerste plaats over fysieke afhankelijkheid, en pas daarna over politieke denkbeelden).

Maar buiten Nederland krijgt Hirsi Ali vooralsnog ademloze aandacht. Van Ginneken: „En terecht. Ik heb alles van haar goed gelezen en ik vind het altijd goed beredeneerd. Ik denk dat ze in het buitenland wordt herkend als een interessant personage. Alleen kun je je afvragen of ze de geschikte figuur is om alle problemen die ze aansnijdt, ook echt op te lossen. Ik zie haar niet zo erg als de bewindsvrouw, of de wethouder van integratie in een grote stad die de problemen oplost. Ze is er goed in de kat de bel aan te binden, te provoceren. Dat is goed; iemand moet dat doen. Maar dat is ander werk dan iets oplossen. De manier waarop ze totnogtoe heeft geopereerd, is daar niet geschikt voor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden