Ay Dios, zo gaan de dingen hier

Ze wilde niet alleen de verloedering, armoede en uitzichtloosheid laten zien op de Antillen. ,,Die beelden kennen we inmiddels wel.'' Maar toen fotografe Diana Blok na een verblijf van drie maanden op Curaçao thuis in Amsterdam haar foto's nog eens goed bekeek, bleken veel beelden toch niet zo positief.

Niet dat ze het leven op de Nederlandse Antillen rooskleuriger had willen voorstellen dan het is. Maar ze wilde ook geen stereotiepe plaatjes waar de ellende bij wijze van spreken van afdruipt. Toch waren de meeste foto's 'droeviger' uitgepakt, dan ze had verwacht. In bijna alle beelden schemert iets door van de gelatenheid waarmee mensen daar de dingen op zich laten afkomen. ,,Je ziet er de lethargie aan af. Ik kon er met verbazing naar kijken hoelang ze erover doen om bijvoorbeeld een terrasje schoon te vegen. Ze zijn ook niet gastvrij, bedienen niet graag. Toen ik op Aruba kwam, viel me op dat de mensen daar veel actiever zijn.''

Curaçao heeft (in tegenstelling tot Aruba) een historie als slavenkolonie. Voor Blok staat vast dat dit verleden heeft bijgedragen tot de levenshouding op de Antillen. ,,In Willemstad hoor je op straat voortdurend de verzuchting 'Ay Dios', 'O, God', of het nu om positieve of negatieve zaken gaat. Het leven is daar doordrenkt van het besef dat de dingen gaan zoals ze gaan en dat je niet zelf volledig kunt beschikken over je eigen bestaan.''

Diana Blok (1952) woonde en werkte ruim drie maanden in Willemstad in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba. Dit project, dat drie jaar geleden begon en eind dit jaar afloopt, wordt gefinancierd door het ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijkszaken en uitgevoerd door Tent. Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam. Sinds 1997 zijn zestien Nederlandse kunstenaars naar de Antillen gestuurd, van wie Diana Blok er één was. Keramisten, beeldhouwers, fotografen en schilders verbleven telkens drie maanden op de Antillen en Aruba.

Maar tot een echte uitwisseling is het (nog) niet gekomen, omdat maar drie kunstenaars van de Antillen naar Nederland zijn gekomen. De afspraak was dat de uitzending van de kunstenaars betaald zou worden door het uitzendende land. Door de slechte economische situatie op de Antillen en de lage prioriteit die kunst daar heeft, bleef het aantal deelnemers minimaal.

Toch wil organisator Thomas Meijer van Tent. niet van een mislukking spreken, omdat er in december (op kosten van Nederland) nog een grote expositie komt met werk van vijftien kunstenaars uit het Caribisch gebied, onder wie elf van de Nederlandse Antillen, twee uit Cuba en twee uit Trinidad. Niet eerder was in Nederland werk te zien van kunstenaars uit dit deel van de wereld. Het Amsterdamse Stedelijk Museum hield in 1995 een expositie van Surinaamse kunstenaars, maar de kunst van de Antillen is nooit eerder aan bod gekomen in Nederlandse musea, 'terwijl ze nota bene deel uitmaken van ons koninkrijk'. ,,In alle topmusea van de wereld hebben kunstenaars als Yubi Kirindongo en Jean Girigori uit Curaçao al geëxposeerd. Hetzelfde geldt voor Kcho uit Cuba en Chris Cozier uit Trinidad.''

Vooruitlopend op deze grote expositie, eveneens in Tent. gunt het kunstencentrum door de lens van Diana Blok alvast een fascinerende blik op het leven op de Antillen. Het zijn geen uitgesproken westerse ogen waarmee Blok de mensen in Willemstad heeft geobserveerd. Ze bracht haar jeugd door in Zuid-Amerika, waar haar vader diplomaat was in Uruguay, Mexico en Guatemala. Haar moeder is Argentijnse. In 1974 kwam ze naar Nederland. Het werk van Blok is sinds 1979 op vele plaatsen in de wereld tentoongesteld.

Toen ze naar Willemstad vertrok, wilde Blok voortborduren op haar vorige fotoboek Adventures in Cross-casting (met Don Bloch, 1998), waarvoor acteurs model stonden in hun droomrol van de andere sekse. ,,In Willemstad zag ik genoeg travestieten op straat, maar ik vond het te armoedig om ze zomaar af te beelden. Maar het ontbrak me ook aan de middelen om er meer mee te doen. Daarom ben ik maar gewoon de straat opgegaan.''

De taal was geen barrière, want Blok kan het Papiaments, een mix van Spaans, Engels en Nederlands, verstaan. Haar zoektocht leidde tot spontane opnames van de mensen die ze ontmoette. Maar ook tot fragmentarische foto's, bijvoorbeeld van de handen van Chichi, een trotse oudere vrouw die loten verkoopt.

,,Om te benadrukken welke prachtkans ze tussen haar vingers houdt, besteedt Chichi veel aandacht aan haar nagels. De ene helft verft ze rood, de andere marmer-wit, alsof het speelkaarten zijn. De ringen aan haar vingers verwijzen al evenzeer naar de glans en de glitter die binnen het bereik liggen'', aldus een passage uit het fotoboek dat Blok maakte en waarvoor schrijver Jan Brokken de teksten leverde. Brokken woont sinds 1993 op Curaçao.

Blok fotografeerde veel vrouwen. ,,Ze zijn altijd aan het werk, is het niet als prostituee, dan wel als verkoopster van loten of in de weer voor de kinderen. De mannen kaarten, hangen rond of voetballen.'' Vooral de gelatenheid waarmee vrouwen hun lot accepteren, intrigeerde haar. ,,Je staat dat niet bewust te fotograferen, maar achteraf zie je dat aspect toch terug in veel foto's.''

Bij de volgende generatie zal er wel iets veranderen, denkt ze, met een blik op een foto van een stel jonge meisjes, leerlingen van het Erasmus College in Willemstad. ,,Voor het oog van mijn camera riepen ze eerst allemaal dat ze fotomodel willen worden, maar als je doorvraagt blijken hun ambities toch hoger te liggen.'' Op een andere middelbare school trof ze in een klas met uitsluitend jongens slechts chaos aan. ,,Drugsgebruik, agressie en een piepjonge Nederlandse leraar voor de klas, die totaal afgebrand was. Ik vroeg de jongens of ze een zelfportret wilden maken, omdat ze geen zin hadden om mee te werken met mij. Ze verloren op één na heel snel hun concentratie. Ze tekenden zichzelf allemaal met merkkleding aan. Behalve die ene jongen, die met een gebarsten spiegeltje in de hand zijn gezicht probeerde na te tekenen.''

Foto's van deze school ontbreken op de expositie en in het boek. ,,Dat is niet omdat ik al te deprimerende beelden wilde weglaten, maar de agressie van die jongens was zo groot dat ik niet tot fotograferen kwam''. Dat ze de harde werkelijkheid niet heeft willen verdoezelen, blijkt uit tal van andere foto's. Ze wijst naar een choller, zoals een drugsgebruiker daar wordt genoemd, beelden van een autokerkhof, afval langs de weg, klapperend plastic in bomen, een olieplas in de haven. ,,Het gekke was dat hoe langer ik daar was, ik steeds minder begreep van die samenleving. De weg waarvan de bermen bezaaid lagen met afval leidde naar een prachtig uitzicht op zee. Maar niemand die op het idee kwam om de rotzooi op te ruimen. Als ik daar iets van zei, was het altijd: Ay Dios, zo gaan de dingen hier.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden