'AWBZ is niet voor de rijken'

Guus Schrijvers neemt afscheid als hoogleraar gezondheidszorg aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem kan er veel meer zorg gerealiseerd worden, tegen hetzelfde bedrag.

INTERVIEW | SYTSKE VAN AALSUM

Prof. dr. Guus Schrijvers (63) is een drukbezet man. De Utrechtse hoogleraar gezondheidszorg geeft colleges, lezingen en masterclasses over zo'n beetje alle facetten van zijn vakgebied. Niet alleen in Nederland, hij reist de hele wereld rond. En dan verstuurt hij elke week nog een nieuwsbrief, waarin hij de abonnees op de hoogte stelt van de laatste weetjes in de gezondheidszorg. Met al die activiteiten gaat hij nog wel een tijdje door, maar officieel neemt Schrijvers eind deze maand afscheid, met een volgeboekt symposium. Zijn college draagt de titel 'Meer gezondheid en zorg met evenveel professionals'.

Schrijvers' secretaresse heeft geregeld dat hij op dinsdagochtend, tussen twee gesprekken door, een uurtje tijd heeft voor een interview. "Waar wil je het over hebben?", is zijn openingsvraag. Nou, in ieder geval over de stijgende kosten in de langdurige zorg, een hot item in deze verkiezingstijd, en hoe daar wat aan gedaan kan worden. "Komt het artikel voor of na 12 september in de krant?", grapt hij meteen.

Schrijvers heeft uitgesproken ideeën over hoe de kosten van de AWBZ beteugeld kunnen en moeten worden. Want die lopen almaar op, terwijl de echte vergrijzing nog moet komen. Zo vindt de hoogleraar dat niet iedereen in aanmerking komt voor de AWBZ. Dit wettelijk recht, waarvoor iedereen een steeds hogere premie betaalt, moet vermogensafhankelijk wordt. "De vraag is of de AWBZ een volksverzekering moet blijven of een voorziening wordt voor armere mensen, die niet de middelen hebben gehad om te sparen voor de kosten tijdens hun laatste levensfase. Mensen met een vermogen boven de 200.000 euro zouden niet langer recht moeten hebben op de AWBZ. Die moeten zelf hun oude dag regelen.

"Tot 1980 gold een vermogenstoets ook in de Wet op de Bejaardenoorden. Wie in een verzorgingshuis werd opgenomen, werd geacht eerst het eigen vermogen op te maken. Toen deze huizen onder de AWBZ kwamen te vallen, is deze vermogenstoets afgeschaft. Maar in andere West-Europese landen geldt dat eigen huis opeten nog steeds."

Schrijvers noemt als voorbeeld Duitsland, dat een Pflegeversicherung kent. "Die wet regelt dat de overheid medeverantwoordelijk is voor de oude dag van haar burgers. Daar geldt niet: de overheid zorgt voor u van het wieg tot aan het graf. En wat zie je in deze landen? Daar zorgen familieleden meer voor hun zorgbehoeftige ouders, ooms en tantes. Want anders wordt de erfenis minder. De vermogenstoets gaat namelijk niet in als je opgenomen wordt; de rekening wordt vereffend als je overleden bent."

Sowieso zou familie een veel grotere rol moeten spelen in de zorg voor ouderen, vindt Schrijvers. Hij is blij dat minister Schippers van gezondheidszorg dat heikele onderwerp onlangs op de politieke agenda heeft gezet. "Het valt me altijd op dat veel Fransen hun moeder of schoonmoeder mee op vakantie nemen. De Fransen zorgen gewoon voor hun moeder. Dat zou hier ook meer moeten gebeuren. Je hoeft het niet te verplichten. Je kunt ook je moeder in het verpleeghuis laten opnemen, waar ze goed verzorgd wordt, en zeggen: ik hoef die erfenis niet."

Overigens is het aantal bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen volgens Schrijvers sinds 2000 gedaald met 16 procent: 118.082 in 2000, 99.831 in 2008. Het aantal 65-plussers nam in die periode toe met 38 procent en het aantal 80-plussers met 23 procent. "Je zou kunnen concluderen dat het overheidsbeleid gericht op versterking van de eerstelijn en zo lang mogelijk thuis wonen van ouderen uitstekend heeft gewerkt."

Schrijvers heeft nog een stokpaardje waar hij in zijn afscheidsrede de aandacht op wil vestigen. Net zoals er de huisarts is die als poortwachter functioneert bij verwijzing naar de tweedelijn, moet er ook een poortwachter komen die indiceert voor bijvoorbeeld de AWBZ. "Een wijkverpleegkundige, een casemanager, iemand die nadrukkelijk niet in dienst is van een verpleeghuis, die onder de AWBZ valt en die zelf indiceert, zoals nu het Centrum Indicatiestelling Zorg doet. Iemand die met jou een zorgplan maakt. Geen betutteling, maar gewoon vragen wat iemand nodig heeft. In Canada is dat systeem ingevoerd, en het blijkt dat de kosten daalden, heropnames minder vaker voorkwamen én dat patiënten langer thuis bleven wonen."

Op zo lang mogelijk zelfstandig blijven en gezond oud worden zouden de jonge ouderen van nu, de 60-plussers, zich trouwens beter moeten voorbereiden, vindt Schrijvers. Zijn advies: "Blijf actief in sociale netwerken, onderhoud vriendschappen, blijf zinvol bezig - dat kan ook betekenen dat je op een kleinkind past - verhuis op tijd en verdiep je in chronische aandoeningen die je kunt krijgen." Kortom, anticiperen op hoe je ouder wordt? "Ja, en er niet op rekenen dat er toch wel een AWBZ is die alles regelt."

Hij verduidelijkt: "Over sterven wordt wel nagedacht, maar niet over de periode daarvóór. Mensen regelen wel hun begrafenis en ze weten precies welke muziek ze dan gedraaid willen hebben, maar ze weten niet wat ze willen als ze beperkingen krijgen. Wil ik reanimatie bij hartfalen? Wil ik een chemokuur als ik een ernstige vorm van kanker heb? Wil ik leven als de kwaliteit van leven slechter wordt? Hoe bereid ik me voor op een rampscenario?" Is hij zelf ook al bezig met toekomstige beperkingen en de consequenties daarvan? "Ja, ik ga ervan uit dat ik met eigen middelen hulp kan regelen. Maar echt rijk ben ik niet hoor."

Een van de door het demissionaire kabinet-Rutte ingediende hervormingen betreft het scheiden van wonen en zorg in de AWBZ. Bewoners betalen dan zelf de huur. Schrijvers is er een groot voorstander van. "Het verpleeghuis kan dan weer de nadruk op zorg leggen. Maar ik vraag me af of dat ervan komt. Het ministerie van volkshuisvesting moet dan voor arme mensen huursubsidie betalen en ik weet niet of ze daar zin in hebben. En de huur van kleine appartementen in de verzorgingshuizen zou weleens veel lager komen te liggen."

Een vernieuwde AWBZ moet volgens Schrijvers ook het persoonsgebonden budget (pgb) omvatten. "Maar aan het beheren van een pgb moet je wel voorwaarden stellen. Een cliënt moet zelf zijn of haar behoeften kunnen verwoorden. Je moet de rol van werkgever kunnen spelen en je moet formulieren kunnen invullen. Het pgb moet eigenlijk geregeld worden als de studiefinanciering.

In Duitsland bijvoorbeeld krijg je een soort inkomen, waarbij je afziet van de AWBZ. Regelmatig komt een wijkverpleegkundige langs om te kijken hoe het met je gaat en of je voldoet aan de minimumstandaard. Er is daar geen controle op hoe je het pgb besteedt. Bij studenten controleert de overheid ook niet of studiefinanciering wel aan studieboeken is besteed."

Waar ook kosten bespaard kunnen worden is een soort bijscholing van mensen met een of meer chronische aandoeningen. Schrijvers: "De therapietrouw ligt bij chronisch zieken op 30 procent. De rest houdt zich niet aan de medicatievoorschriften of slikt de pillen helemaal niet. Behalve dat het geld kost, lopen deze mensen ook risico's op complicaties. Misschien moeten we een eigen bijdrage op medicatie invoeren."

Ook hier voert de hoogleraar Duitsland ten tonele: "In Duitsland krijgen chronisch zieken korting op eigen bijdragen in de eerstelijn, indien zij eenmaal per jaar een training of cursus volgen over hun aandoening of over het omgaan met hun ziekte. De cursus zelf is gratis toegankelijk. Wie de cursus niet volgt, krijgt ook geen korting. Deze aanpak leidt in Duitsland tot grote besparingen en tot een grotere overlevingskans voor chronisch zieken. Bij de buren kan het dus wel. Wanneer gebeurt dat in Nederland?"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden