Avonturieren in Afrika

Met 'De lachende monsters' schreef Denis Johnson een eigentijdse 'Heart of Darkness'. Een zwarte klucht over de hebzucht van twee mannen

Afrika is in de literatuur al vaker het ondoorgrondelijke en gewelddadige decor geweest waar blanke romanhelden hopeloos in ten onder gingen - ik denk aan 'Heart of Darkness' van Joseph Conrad, 'The Heart of the Matter' van Graham Greene en de recentere Afrika-romans van Paul Theroux. Alle drie zijn dit schrijvers die de Afrikaanse couleur locale persoonlijk hebben opgesnoven en excelleren in het oproepen van een sfeer van chaos en dreiging. Ook de Amerikaanse schrijver Denis Johnson (1949) heeft het continent bereisd. Hij maakte sinds begin deze eeuw als journalist (voor onder andere Esquire) reportages over brandhaarden als Sierra Leone, Oeganda en Congo. Die landen vormen de onheilspellende achtergrond van zijn jongste roman 'De lachende monsters'.

In deze 'literaire spionageroman' (aldus de uitgever) volgen we de verteller Ronald Nair die na ruim tien jaar terugkeert in Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone. Hij is uitgenodigd door zijn oude Afrikaanse compaan Michael Adriko vanwege diens aanstaande huwelijk met de Amerikaanse studente Davidia. Al snel blijkt Michael ook nog andere plannen te hebben. Ronald en hij hebben eerder met duistere zaakjes (onder andere diamantsmokkel) veel geld verdiend, en dat kunstje wil hij nog eens flikken met een geheimzinnige uraniumdeal waarover hij Ronald lange tijd in het ongewisse laat.

Op zijn beurt heeft ook Ronald, het prototype van de dubbelspion, een verborgen agenda. Hij wil geheime informatie over de westerse militaire communicatiesystemen in Afrika voor veel geld verkopen. Tegelijkertijd heeft hij de opdracht om verslag uit te brengen over de duistere wegen en motieven van zijn vriend die recentelijk is gedeserteerd uit een geheime Amerikaanse operatie - een opdracht waarover hij zijn bazen voortdurend aan het lijntje houdt.

Als opportunistische avonturiers zijn Ronald en Michael met al hun wederzijdse wantrouwen gezworen kameraden. Een extra ingrediënt van de intrige is het gegeven dat Ronald tijdens hun omzwervingen door Afrika steeds meer in de ban raakt van Michaels verloofde.

Tot zover is 'De lachende monsters' een roman over loyaliteiten, over vriendschap en verraad, een spiegelpaleis waarin niets is wat het lijkt. Tegelijkertijd is het een satire op de wildgroei in de wereld van de inlichtingendiensten sinds 9/11. "Sinds 11 september is het najagen van mythes en sprookjes een serieuze zaak geworden. Een industrie. Een lucratieve", legt Ronald uit aan de naïeve Davidia. "De wereldmachten storten hun brandkasten leeg in een uitgebreide versie van de Grote Oosterse Kwestie. Het geld kan gewoon niet op, en een heleboel wordt besteed aan verklikken en spioneren. Op dat gebied is er geen recessie." In dat klimaat valt er voor kleine scharrelaars als Michael en Ronald altijd wel wat te ritselen.

Als 'literaire spionageroman' is het verhaal eerder een klucht te noemen. De afwikkeling van de verschillende transacties van de heren nemen de groteske vormen aan van een slechte B-film. Gaandeweg wordt steeds duidelijker dat het Johnson om iets anders gaat dan de plots en intriges van een heuse spionageroman. Ook nu draait het in wezen om een verhaal van ontregeling en ontsporing, om de verlorenheid en eenzaamheid van het individu - de rode draad door zijn oeuvre. Steeds weer weet hij een angstaanjagend, nachtmerrieachtig universum te scheppen waarin zijn personages verloren ronddolen.

Twee jaar geleden brak Johnson, in de Verenigde Staten al veel langer een gevestigde en veelgeprezen auteur, hier door bij een wat groter publiek met zijn alom bejubelde roman 'Treindromen'. Het is het levensverhaal van de dagloner Robert Grainier die in de eerste helft van de vorige eeuw in een razendsnel veranderende wereld probeert te overleven, een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken, die bij een bosbrand zijn vrouw en dochtertje verliest en als kluizenaar in een primitieve hut zijn dagen slijt. Het desolate landschap, de fluit van de stoomlocomotief in de verte en de huilende coyotes in de nacht accentueren zijn verlatenheid.

De stoere binken Ronald Nair en Michael Adriko zijn in wezen net zulke lonesome wolves.

Johnson weet hen in treffende karakteristieken en uitspraken te portretteren. De nihilistische Ronald is een man op de vlucht voor zichzelf. Met Michael deelt hij zijn afkeer van een 'saai leventje'. Over zijn diepste motief voor zijn onderdompeling in Afrika peinst hij: "Ik ben teruggekomen omdat ik van de rotzooi hou. Anarchie. Gekte. Alles wat uit elkaar dondert. Michael is alleen mijn smoes om terug te komen." Als Davidia hem vraagt of hij soms zo'n 'goedkope avonturier' is, antwoordt hij: "Waarom noem je dat goedkoop? Avontuur is glorieus. Ik snap niet dat mensen daar neerbuigend over doen." Intussen dempt hij zijn angsten door zichzelf met enige regelmaat van de wereld te drinken.

Michael, een wees, is in zijn jeugd getraumatiseerd door het geweld in zijn geboorteland Oeganda. Hij lijdt aan nachtmerries. Hij overleeft in een web van leugens, geheimen en verzinsels waar hij zelf in is gaan geloven: "Realiteit is geen feit. (...) Realiteit is een indruk, een geloof. Dat weet elke tovenaar." Ronald en Michael zijn van hun ankers geslagen kerels, en in al hun onsympathieke gekte wekken ze toch je mededogen.

Gaandeweg krijgen hun omzwervingen door Afrika nachtmerrieachtige contouren. Ze reizen dwars door de bush in zo'n totaal versleten bus (een afdankertje uit het rijke Westen) die veel te hard rijdt over slechte wegen met alle gevolgen vandien. Maar als ze een Land Cruiser kunnen lenen, rijden ze een overstekende vrouw dood, zonder daarna nog naar haar om te kijken.

Het geboortedorp van Michael blijkt de hel op aarde: een krankzinnige heks regisseert de begrafenis van dorpelingen die bij bosjes sterven aan het door excessieve (westerse) mijnbouw vergiftigde rivierwater. Het is een inktzwarte impressie van een continent vol geweld, chaos en bijgeloof. De wereld is een onherbergzaam, surrealistisch oord bij Denis Johnson, maar hij schildert hem zo overtuigend als een 21ste-eeuwse Jeroen Bosch.

Denis Johnson: De lachende monsters. (The Laughing Monsters)

Vertaald door Peter Bergsma. De Bezige Bij; 252 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden