Avondrood van de DDR

Filmisch familie-epos spiegelt opkomst en ondergang van de volksrepubliek

Magdeburg, 1989: DDR-burgers moesten toezien hoe het licht uitging in de staat waar ze zoveel van hadden verwacht.

Eugen Ruge heeft gewacht tot zijn vader doodging. Het plan om de geschiedenis van zijn familie in een roman te verwerken koesterde hij al lang. Maar zijn vader was te dominant aanwezig om het uit te voeren. Na diens overlijden in 2006 kon hij eindelijk vrijuit aan de slag. Het resultaat was 'In tijden van afnemend licht', een familie-epos dat in 2011 de Deutsche Buchpreis voor de mooiste roman van het jaar kreeg.

Roman en prijs bewijzen eens temeer dat de interessantste stof voor de hedendaagse Duitse literatuur ook meer dan twintig jaar na de val van de Muur nog altijd de DDR is. De boeiendste Duitse schrijvers van de laatste tijd hebben een DDR-verleden dat in hun werk een prominente rol speelt. Ingo Schulze, Thomas Brussig, Uwe Tellkamp: zij schreven de afgelopen tien, vijftien jaar grote romans die in de literaire annalen zullen beklijven.

Kort na de val van de Muur weerklonk in de literaire wereld al meteen de roep om De Grote Wenderoman. Misplaatst, voor wie de geschiedenis kent. Grote romans over grote historische omwentelingen verschijnen meestal pas decennia erna. Neem de Russische Revolutie: eerst bloeide de poëzie (Majakovski!), daarna het experimenterende proza (Platonov!) en pas veel later de grote, realistische roman (Pasternak!).

Het verlangen naar de GroteWenderoman bestaat nog steeds. Dat blijkt uit de reacties op het boek van Eugen Ruge. Sommige critici vergeleken 'In tijden van afnemend licht' zelfs met 'De Buddenbrooks'. In die roman over zijn grootburgerlijke, Lübeckse familie beschreef Thomas Mann honderd jaar geleden de ondergang van het Duitse keizerrijk. Maar de vergelijking van Ruge met Mann is bij nadere beschouwing nogal overtrokken. Als er iemand 'De Buddenbrooks' benadert, is het Uwe Tellkamp met zijn roman 'De toren', die in 2008 de Deutsche Buchpreis kreeg. Net als Mann tilde Tellkamp het grootburgerlijke milieu van zijn jeugd in een Dresdense villawijk naar het niveau van een enerverend drama. Ruge, die eveneens uit een grootburgerlijk, socialistisch milieu stamt, komt in zijn roman niet verder dan een reeks rake scènes over zijn familie.

Ruge's verhaal is er niet minder onderhoudend om. Zijn vader, Wolfgang Ruge, is een in de DDR gelauwerde historicus. Zijn grootvader was een felle communist, die ternauwernood aan Hitlers vervolgingsapparaat ontsnapte. Hoe die mensen de DDR overleefden, is het thema van zijn roman. Zij moesten toezien hoe langzaam het licht uitging in de staat die al hun socialistische verwachtingen had moeten vervullen.

De scènes springen in de tijd heen en weer tussen 1952, toen Ruge's grootouders uit hun ballingschap in Mexico naar Duitsland terugkeerden, en 2001, wanneer kleinzoon Alexander, ziek en ten dode opgeschreven, op zijn beurt naar Mexico vlucht. Terugkerende sleutelscène is 1 oktober 1989, wanneer kort voor de Wende op de verjaardag van opa de familie uiteenspat.

Ruge vindt mooie beelden voor het avondrood van de DDR. Zoals dat van de langzaam dementerende opa die elke dag naar de brievenbus sloft om de partijkrant Neues Deutschland te halen. Hij leest elk artikel en zet er dan een rode streep door, bang dat hij er een tweede keer aan begint.

Op zijn verjaardag haalt hij uit een schoenendoos het artikel tevoorschijn dat over hemzelf gaat. 'Een leven voor de arbeidersklasse', staat erboven.

Knap bedacht en knap geschreven. Het is te merken dat Ruge, vóór hij met zijn bestseller debuteerde, scenario- en toneelschrijver was. Zijn scènische roman schakelt behendig tussen perspectieven en toonaarden, tussen de sarcastische opa en de vetcoole achterkleinzoon, tussen schrijnend huwelijksleed en groteske slapstick. Bij het lezen zie je de film al voor je. En de locatie staat ook al vast: de villawijk in Potsdam-Babelsberg waar Ruge opgroeide.

Dat filmische is tegelijk de zwakte van het boek. De personages blijven schetsmatig, als de krabbels op een storyboard. Ze komen niet echt tot leven, missen de innerlijke dynamiek waardoor literaire personages zich van filmpersonages kunnen onderscheiden. Slechts een enkele figuur komt echt los van het papier, zoals Alexanders Russische moeder Irina, wier tragische leven in de alcohol eindigt.

Maar 'In tijden van afnemend licht' bewijst opnieuw welk een onutputtelijke bron voor verhalen de DDR en zijn ondergang te bieden hebben. Want naast de genoemde epische dramatiseringen, produceren de Duitse letteren nog steeds een onafgebroken stroom aan novellen, korte verhalen, humoristische vertellingen, jeugdherinneringen en literaire essays waarin de val van de Muur op de een of andere manier het draaipunt is.

En die stroom zal nog wel even aanhouden. Want ook onder de jongere schrijvers zijn er nog steeds velen voor wie de val van de Muur het dramatische moment is waaromheen ze hun verhalen draperen. De jongste in die stroom, de 27-jarige Andrea Hanna Hünniger, auteur van de autobiografische roman 'Het paradijs', bewijst dat zelfs voor wie nog maar vijf was toen de DDR instortte, die gebeurtenis nog genoeg impact heeft voor een sardonisch melodrama.

Wat de jongste generatie kenmerkt is de sprakeloosheid van hun ouders. Die waren bij de val van de Muur nog maar net in de bloei van hun leven. Opeens was alles wat ze hadden opgebouwd niets meer waard. Hünniger beschrijft hoe haar gefrustreerde ouders haar vragen over de DDR met zwijgen beantwoordden. Zo ging het ook met de vragen die de protestgeneratie van de jaren zestig aan hun nazi-ouders stelden. Als dat geen stof voor literatuur is.

Eugen Ruge: In tijden van afnemend licht. (In Zeiten des abnehmenden Lichts) Vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts. De Geus, Amsterdam; 352 blz. € 22,50

Reservoir Oost
Hoezeer de DDR de Duitse letteren inspireert, leert een blik op de winnaars van de Deutsche Buchpreis, die vanaf 2005 jaarlijks wordt uitgereikt bij de opening van de Frankfurter Buchmesse. Van de zeven winnaars stammen er vier uit de DDR: Julia Franck, Uwe Tellkamp, Kathrin Schmidt en Eugen Ruge. De overige drie winnaars zijn een Oostenrijker, een Zwitserse met Hongaars-Servische wortels en één, niet meer dan één West-Duitse.

Het beeld dat de winnaars van de vergelijkbare Preis der Leipziger Buchmesse in dezelfde periode opleveren, wijkt daar maar weinig van af: naast twee schrijvers met een DDR-verleden wonnen twee schrijvers met een Bulgaarse achtergrond, een schrijfster met een Hongaarse achtergrond, een Oostenrijker en slechts één loepzuivere West-Duitser de prijs. Niet alleen de DDR maar het hele Oostblok blijkt een gulle literaire inspiratiebron.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden