Avondjurken en cocktails bij het zwembad

Eerbetoon | Morgen verschijnt Woody Allen's 'Café Society', een hommage aan het Hollywood van vroeger. In plaats van stekelige satire of parodieën, maakte Hollywood dit jaar al drie films vol nostalgie over de Amerikaanse filmindustrie.

We zijn in het Hollywood van de jaren dertig. In een grote witte villa drinken elegante dames in avondjapon aan de rand van het zwembad cocktails, en bespreken heren in smoking een telefoontje met Ginger Rogers en een lunch met Fred Astaire. Woody Allen, zelf geboren in 1935, brengt in zijn nieuwe film 'Café Society' - vanaf morgen in de bioscoop - de Gouden Eeuw van Hollywood tot leven. En hij is niet de enige. De openingsfilms van de drie grote Europese filmfestivals verwijzen dit jaar alle drie naar de rijke Hollywoodhistorie. Opmerkelijk is dat het niet zozeer om stekelige satires gaat, of parodieën, maar om onverhulde liefdesverklaringen aan de sterren en genres van weleer.

De Coen brothers openden eerder dit jaar het filmfestival van Berlijn met 'Hail, Ceasar!', een kleurrijke terugblik op het Hollywood van de jaren vijftig, het tijdperk van de bijbelse spektakelstukken en magische tapdance - en synchroonzwemfilms. Woody Allen nam met Café Society de opening van Cannes voor zijn rekening, en eind deze maand gaat het filmfestival van Venetië van start met de wereldpremière van 'La La Land', waarmee de 31-jarige Damien Chazelle, een van de grote nieuwe talenten van de Amerikaanse cinema, de Hollywoodmusical nieuw leven inblaast.

Er is nog niet veel bekend over La La Land, maar in de veelbelovende trailer (me dunkt, je smelt erbij weg) proberen Ryan Gosling en Emma Stone het te maken in Los Angeles. Hij is een jonge jazzpianist, zij een aspirant-actrice die vooralsnog 'café lattes' serveert aan de sterren, ondertussen audities aflopend. De twee worden verliefd. Vraag is of de dromen die ze najagen hen uiteindelijk niet uit elkaar zullen drijven.

Jesse Eisenberg ondervindt iets soortgelijks in Café Society. Ook hij reist naar Hollywood om zijn geluk te beproeven. Dat Bobby uit de Bronx het niet verder schopt dan boodschappenjongen voor zijn oom, een machtige talentagent in het hart van de Amerikaanse filmindustrie, deert hem niet. Bobby valt als een blok voor Vonnie, de jonge assistente van zijn oom, vertolkt door Kristen Stewart. Het enige wat telt is het meisje met de witte sokjes en de stralende lach, dat hem op een zondags uitstapje door de Hollywoodheuvels voert, langs de huizen van Spencer Tracy en Joan Crawford. Dat Hollywood niet bepaald op Bobby uit de Bronx zit te wachten, leert hij pas later.

Honderden films zijn er inmiddels over Hollywood gemaakt, in alle soorten en maten (zie kader), maar greep David Cronenberg twee jaar geleden met 'Maps to the Stars' nog naar een pijnlijke, venijnige satire over het sterrendom en de Amerikaanse vermaaksindustrie, de films over Hollywood die dit jaar de bioscoop aandoen, en op de grote filmfestivals een ereplekje kregen, zijn een stuk nostalgischer.

Glorieuze excessen

De Coen broers liepen vooral warm voor de glorieuze excessen in het Hollywood van de jaren vijftig, iets wat goed te zien is aan Hail, Ceasar!, waarin het ene na het andere pronkstuk opduikt: van Scarlett Johansson als zeemeermin in een waterballet tot Channing Tatum die in matrozenpak, à la Gene Kelly, een tapdancenummer weggeeft. Onder die laklaag tonen de Coens het geïdealiseerde beeld dat Hollywood van zichzelf heeft, maar de liefde voor al die gekte prevaleert.

Damien Chazelle liet zich voor La La Land, zijn hedendaagse zang- en dansfilm, onder meer inspireren door oude Hollywoodmusicals met Ginger Rogers en Fred Astaire, het mooiste danspaar in de geschiedenis van Hollywood dat in films als 'Top Hat' en 'Swing Time' zowat de hemel in vloog. Het is exact hetzelfde tijdperk, midden jaren dertig, waarin Woody Allen zijn Café Society situeerde, een film die zich eveneens laat aanzien als een hommage aan een verdwenen wereld.

Dat we in een tijdperk van technologische vernieuwing leven zou daar weleens mee te maken kunnen hebben. De digitalisering van de cinema is zo goed als voltooid, maar dat wordt lang niet door iedereen als een zegen ervaren. Quentin Tarantino greep met zijn laatste film 'The Hateful Eight' terug naar het genre van de western, en schoot zijn film als hommage aan de grootse vertoningsstijl van de jaren vijftig en zestig op het spectaculaire 70mm-formaat.

Dat Hollywood zich onder het motto 'bigger and louder' al een tijdje blindstaart op actiefilms van 200 miljoen dollar, op prequels en sequels, remakes en reboots, en meer oude meuk, is natuurlijk ook een perfecte voedingsbodem voor nostalgische gevoelens. De actiemachine draait op volle toeren. De variëteit aan genres, aan glorieuze excessen, zoals de Coens het noemen, is beperkter. Tijd dus om de schijnwerpers te richten op de droomfabriek die Hollywood ook is, om Ryan Gosling in La La Land een hemels liedje te horen zingen (over de 'city of stars'), en terug te denken aan Gene Kelly in 'Singin' in the rain', de musical uit de jaren vijftig die nog steeds geldt als een van de meest geestige, gracieuze films over Hollywood:

I'm singin' in the rain, just singin' in the rain

What a glorious feeling I'm happy again

I'm laughing at clouds so dark above

The sun's in my heart and I'm ready for love

'Café Society', 'La La Land' en 'Hail, Caesar!', de openingsfilms van de drie grote Europese filmfestivals verwijzen alle drie naar de rijke Hollywoodhistorie waarin sterren als Fred Astaire, Ginger Rogers en Gene Kelly glorieerden.

Dat de industrie zich blindstaart op actiefilms is een goede voedingsbodem voor nostalgie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden