Review

Avant-garde kan omslaan in misdadigheid

Twee jaar geleden verscheen bij Meulenhoff de ambitieuze roman 'De woeste zoekers', van de in 1953 in Chili geboren schrijver Roberto Bolaño. Het boek kreeg lovende recensies. Intussen heeft Bolaño, die nu in Barcelona woont, nog meer naam gemaakt. Samen met andere vijftigers als Juan Villoro, Rodrigo Rey Rosa, Ricardo Piglia, César Aira of Abilio Estévez kan hij als een van de wegbereiders van een jonge generatie Latijns-Amerikaanse auteurs worden beschouwd. Zo erkent de Mexicaanse generación crack, met figuren als Ignacio Padilla ('Amphitryon') en Jorge Volpi ('De zoektocht naar Klingsor') uitdrukkelijk zijn invloed.

De poëtica van deze, nochthans individualistisch ingestelde, auteurs vertoont nogal wat gelijkenissen. Allen wijzen ze elke vorm van magisch-realistische gemakzucht af, zoals die door de Isabel Allendes en Laura Esquivels wordt beoefend. De meesten van hen zoeken aansluiting bij de universalistische traditie, die in Latijns-Amerika ook sinds jaar en dag bestaat, en het best door Jorge Luis Borges werd belichaamd. Hij geloofde dat je een nationale identiteit alleen kon weergeven door de hele wereldcultuur in je werk op te nemen. Door hun opvattingen zijn ze tevens erfgenamen van de illustere boom-auteurs uit de jaren zestig. Ook Julio Cortázar, Mario Vargas Llosa, Gabriel García Márquez en Carlos Fuentes weigerden de realiteit van Latijns-Amerika nog langer met traditionele middelen op te roepen, en lieten zich veeleer inspireren door het Europese en Noord-Amerikaanse modernisme.

Bolaño stelt zich nadrukkelijk literair op. Zijn houding vloeit niet voort uit gebrek aan vertrouwdheid met andere kunsttakken of massacultuur, maar uit zijn overtuiging dat literatuur datgene moet bieden wat een sf-film of een krantencolumn niet kan bieden. Vandaar dat zijn romans gekenmerkt worden door een complexe structuur, een groot aantal intertekstuele verwijzingen en een verzorgde stijl.

Toch is de wereld sinds de glorietijd van de boom ingrijpend veranderd. Politiek en economie zijn geglobaliseerd, zodat er in de literatuur en daarbuiten andere onderwerpen aan de orde worden gesteld. Meer nog dan zijn literaire voorgangers is Bolaño dan ook een wereldburger; hij beweert zelf niet te weten of hij in de eerste plaats Chileen, Mexicaan of Spanjaard genoemd wil worden. Ook de drang om de wereld te verbeteren, heeft sinds de val van de muur nieuwe vormen aangenomen. Een soort lucide nuchterheid heeft zich van de Latijns-Amerikaanse schrijvers meester gemaakt. De 21ste-eeuwse werkelijkheid is chaotisch en gewelddadig, maar niettemin opwindend. Al deze facetten worden onder ogen gezien en op een genadeloze, soms cynische, maar vaker hilarische manier geportretteerd. Toch hoeven ironie en maatschappelijk engagement geen vijanden te zijn. Dat bewijst Bolaño's pas vertaalde roman 'Het lichtende kwaad', die een niet mis te verstane ethische dimensie bezit.

'Het lichtende kwaad' handelt over extreem-rechts, en is opgezet als een detective, die zich in Chili afspeelt. De mysterieuze luchtmachtofficier Carlos Wieder is spoorloos verdwenen nadat hij als folterspecialist voor de geheime dienst van Pinochet heeft gewerkt. Maar Wieder had meer dan één gezicht; onder pseudoniem nam hij ook deel aan poëzieworkshops, en als verfijnde dandy deed hij de harten van jonge vrouwen sneller kloppen. Na de staatsgreep tegen Allende breekt hij door als kunstenaar. Hij schrijft met zijn vliegtuig dreigende boodschappen in de lucht, en houdt beklemmende fototentoonstellingen. Aanvankelijk geniet hij de steun van het regime, en wordt als avant-gardedichter bejubeld, maar later wordt hij uit de luchtmacht ontslagen omdat hij te ver is gegaan.

De verteller die, net zoals in 'De woeste zoekers', via tussenpersonen optreedt, is getraumatiseerd door de Chileense dictatuur en veroordeelt het absolute kwaad, dat Wieder vertegenwoordigt. Toch gaat de afstoting gepaard met fascinatie, en vormt de ontmaskering van zijn vijand voor de ik-figuur aanleiding tot een gewetensonderzoek. Hij ziet in dat de radicaliteit van de avant-garde, waarvan hijzelf een vurig pleitbezorger is geweest, gemakkelijk ontaardt in destructiedrang en regelrechte misdadigheid, en dat intelligentie of kunstzinnigheid nauwelijks iets tegen dit gevaar vermogen. Juist omdat hij de aantrekkingskracht van het kwaad kent, betoont Bolaño zich, op de hem eigen, onrechtstreekse manier, een voorstander van een maatschappelijke moraal. Intussen heeft hij een aantal verhalenbundels gepubliceerd die de Nederlandstalige lezer waarschijnlijk meer zouden aanspreken dan deze roman, die wel een schitterend einde heeft.

Het is jammer dat de Nederlandstalige lezer achterstevoren kennismaakt met het oeuvre van Bolaño. 'Het lichtende kwaad' dateert immers uit 1996, en is de uitwerking van het laatste hoofdstuk van het nog niet vertaalde 'La literatura nazi en América' (1996). Beide boeken verschenen dan weer vóór 'De woeste zoekers', dat we hier eerst te lezen hebben gekregen. Een vreemde logica, zeker bij een auteur die zijn werk op zo'n organische manier opbouwt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden