Autorijden

Nederland is een land van auto's en snelwegen, maar in de Nederlandse literatuur is het een nogal autoloze bedoening. Natuurlijk, er rijdt wel eens een romanpersonage in zijn automobiel van A naar B om ergens aan te komen, maar aan de echte autoroman of road-novel, zoals je die bijvoorbeeld in Amerika hebt ('On the Road' van Jack Kerouac) schort het bij ons toch grotendeels. Een van de weinige uitgesproken autoverhalen is 'Knorrende beesten' van Bordewijk. De knorrende beesten, dat zijn de auto's en zo worden ze ook beschreven, als een gemotoriseerde veestapel. Van buitenaf, want de hoofdpersoon, een zekere Bobsien, rijdt er niet in, hij is parkeerbeheerder: 'Dit was de dag van de beesten, de edelste kweek van de mens. De gehoorzame beesten, de sterke, de betrouwbare, de bevallige en geweldige, de schone beesten van hun geboorte.' Bij W.F. Hermans zit er warempel wel iemand ín de auto: 'Eenzaam zat hij in zijn auto, als een springlading in zijn granaat' ('Herinneringen van een engelbewaarder') en in 'Homme's hoest' wordt ook autogereden, binnen twee pagina's hebben we nota bene een Rolls Royce en een Jaguar E-type te pakken. Het zijn uitzonderingen. Ik denk dat de Nederlandse literatuur zo arm aan overtuigde autorijders is omdat veel schrijvers geen rijbewijs, laat staan een auto hebben. Ik ken er nogal wat die het een hopeloze opgave vinden om hun rijbewijs te halen, ze reizen liever per fiets of per taxi. Anderen vinden het snelverkeer maar een bedreigende affaire. Karakteristiek voor de literaire besognes met de auto vind ik het verhaal van mijn voormalige uitgever Theo Sontrop. Uit hoofde van zijn directeurschap (van de Arbeiderspers) kreeg hij een auto, een Peugeot 304, maar niet van zins om zichzelve in deze contraptie voort te bewegen, verkocht hij het ding door aan een ondergeschikte, die hem tenslotte weer aan mij verkocht, ik heb er jaren in gereden. Want ik ben wel een autorijder. Zozeer zelfs dat ik mij wel eens heb afgevraagd of het mijn schrijverschap niet schaadt. Er zijn natuurlijk allerlei argumenten tegen autorijden in te brengen, zoals de milieuschade die het knorrende beest voortbrengt en de verkeersverstopping die de opeenhoping van veel auto's veroorzaakt, maar daar staat tegenover dat men zich afgeschermd tegen de buitenwereld door die zelfde buitenwereld kan bewegen. Veilig in je Faraday-kooitje, ten prooi aan allerhande inspirerende gedachten. Want dat is een auto ook, vooral op de snelweg, een broeikas van gedachten en overpeinzingen. Ik denk dat een groot deel van mijn geestelijk leven in de auto plaatsvindt. Autorijden heeft iets banaals en vulgairs, ik weet het, het is de grootste verheffing van de kleine man. Dat alles kan mij niet schelen, dan maar klein. Het brengt ons het dichtst bij waar kleine jongetjes van dromen: piloot te worden. Deze gedachten bevingen mij op de Ring van Amsterdam, tussen IJburg en Amsterdam-Zuid, maar ik schreef ze thuis op, want hoezeer het autorijden mij ook inspireert, schrijven in de auto gaat niet. Een auteur met een auto maar zonder huis is een ongelukkige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden